Visie op de geld- en kapitaalmarkt

De deflatie voorbij

Vooralsnog laat de ECB het huidige monetaire beleid ongewijzigd. Na jaren van zorgen over mogelijke deflatie lijkt optimisme, gedreven door positieve economische cijfers, voorzichtig tractie te krijgen. Afgelopen maand benaderde de inflatie in Europa ook eindelijk de inflatiedoelstelling van 2%.

Voorgenoemde werd echter ook gedreven door kalender-effecten. Het wachten is nu op het aantrekken van de lonen in Europa, en een daaraan verbonden duurzame inflatiegroei. Wij gaan er vooralsnog vanuit dat de ECB in de 2e helft van het jaar zal aankondigen dat zij het opkoopprogramma in 2018 geleidelijk gaat afbouwen. In dit scenario gaan wij er ook vanuit dat de Europese economische motor zich zo blijft door ontwikkelen.

Het driemaands euribortarief bleef de afgelopen periode stabiel rond de - 0,33%. De verwachting blijft dat de ECB het herfinancieringstarief ook in 2017 ongewijzigd zal laten. Hierdoor zien wij op korte termijn ook geen aanleiding voor hogere Europese geldmarkttarieven.

De Amerikaanse centrale bank heeft medio maart de beleidsrente met 25 basispunten verhoogd naar een bandbreedte van 0,75% - 1,00%. En ondanks tegenvallende economische cijfers, houdt de Fed de deur voor een volgende renteverhoging in juni wagenwijd open. Daarnaast gaat de Fed naar verwachting eind 2017 een voorzichtig begin maken met het normaliseren van zijn balans ($ 4.500 miljard), door vrijgevallen beleggingen niet meer te

Een beweeglijke maand

De Duitse tienjaarsrente liep de afgelopen maand op. Deze ontwikkeling zagen we ook in Nederland. Naast aantrekkende groei en inflatie heeft vooral het wegebben van politieke onrust bijgedragen aan het oplopen van de rente in deze landen. Na de Franse verkiezingen hadden beleggers immers geen veilige schuilplek meer nodig, en werden posities teruggedraaid.

De rente op staatsobligaties van Zuid-Europese landen nam per saldo de afgelopen maand juist af. Dit zien wij als een gezonde correctie van eerdere, door politieke onrust gedreven, toename. De meest sterke beweging afgelopen maand zagen wij in Griekenland. Hier daalde de rente op tienjaarsstaatsleningen met circa 1%-punt naar 5,6%, doordat de Grieken een principeakkoord met de geldschieters wisten te bereiken.

De geëiste risicopremie op bedrijfsobligaties nam de afgelopen maand voor vrijwel alle categorieën obligaties af. Het beste rendement werd behaald op obligaties van financiële instellingen. Hierdoor was het rendement op een mandje Europese bedrijfsobligaties, de BofA Merrill Lynch Europa Corporate Index, met 0,04% positief. Dit ondanks de oplopende Duitse rente. Wanneer wij de financiële instellingen buiten beschouwing laten valt op dat niet genoeg tegenwicht tegen de oplopende Duitse rente werd geboden. Per saldo was het rendement op een mandje niet-financiële Europese bedrijfsobligaties, de BofA Merill Lynch Euro Non-Financial Index, namelijk negatief (-0,15%).

Meer informatie

Hebt u vragen of wilt u graag een advies dat op uw persoonlijke situatie is afgestemd? Neemt u dan contact op met uw adviseur bij Van Lanschot.

Naar het dagelijks beleggingsnieuws

Van Lanschot maakt gebruik van cookies voor een goede werking van de site, voor tracking en voor het bijhouden van statistieken. Gaat u verder op de site? Dan stemt u erin toe dat wij cookies plaatsen. Lees meer over cookies bij Van Lanschot