Dit moet u weten over het nieuwe pensioenstelsel

Hanneke Kroonenberg - Van Lanschot
Hanneke Kroonenberg
Hoofd Kenniscentrum Van Lanschot
  1. Inspiratie
  2. Vermogensregie
  3. 2022
  4. Dit moet u weten over het nieuwe pensioenstelsel
Blog
07 april 2022

Dit moet u weten over het nieuwe pensioenstelsel

Bijna drie jaar na het door het kabinet en sociale partners afgesproken pensioenakkoord is het dan zover: het wetsvoorstel Wet toekomst pensioenen (Wtp) is ingediend bij de Tweede Kamer. De parlementariërs kunnen hun borst natmaken.
Man in auto met kano
Het is een complex wetsvoorstel inclusief een bijbehorende toelichting van bijna vijfhonderd pagina’s, met een beoogde ingangsdatum van 1 januari 2023. In deze blog bespreek ik de hoofdlijnen van het voorgestelde pensioenstelsel.

Waarom een nieuw pensioenstelsel?

Het kabinet en de sociale partners vinden dat het huidige pensioenstelsel op een aantal punten niet meer voldoet. Door de “garantie” van de pensioenuitkeringen en de lage rentestand moeten de pensioenfondsen grote buffers aanhouden, waardoor de pensioenen bij een groot aantal fondsen al jaren niet meer geïndexeerd worden. Daarnaast is de arbeidsmarkt veranderd. Mensen werken niet meer hun leven lang bij dezelfde werkgever of bedrijfstak, maar veranderen vaker van baan of werken kortere of langere tijd als zelfstandig ondernemer. Daarom moet de huidige systematiek van de doorsneepremie (de jongeren subsidiëren de ouderen) worden aangepast.

Wat verandert er?

Er komen drie verschillende premieovereenkomsten waaruit (vertegenwoordigers van) werkgevers en werknemers kunnen kiezen. Deze overeenkomsten verschillen van elkaar in de mate waarin bepaalde risico’s tussen de deelnemers of groepen van deelnemers gedeeld worden. Bij twee van de drie premieovereenkomsten kan op de pensioendatum door de deelnemer gekozen worden voor een vaste uitkering. 

Iedere deelnemer in een pensioenregeling krijgt in het nieuwe pensioenstelsel een persoonlijke pensioenpot, die opgebouwd wordt uit de ingelegde premies en het rendement daarop. De hoogte van de pensioenuitkering is tijdens de opbouwfase niet meer gegarandeerd. De in te leggen premie (een vast percentage van de pensioengrondslag) is voor iedere deelnemer in die pensioenregeling gelijk. Jongere deelnemers bouwen door de langere beleggingsduur met dezelfde premie meer kapitaal op dan oudere deelnemers. Zij kunnen door de langere beleggingsduur ook wat meer beleggingsrisico nemen. Naarmate iemand dichter bij de pensioendatum komt, wordt het beleggingsrisico afgebouwd. Op de pensioendatum wordt dit kapitaal omgezet in een pensioenuitkering. Die uitkering is in meer of mindere mate ook afhankelijk van het beleggingsrendement, tenzij een deelnemer gekozen heeft voor een vaste uitkering. 

Invaren

Een van de grote uitdagingen is het besluit hoe om moet worden gegaan met de bestaande pensioenreserves: het zogenoemde invaren. Worden deze pensioenreserves omgezet naar de nieuwe regeling en zo ja, hoe worden deze verdeeld over de bestaande deelnemers en uitkeringsgerechtigden? In de wet is een transitieperiode opgenomen van vier jaar (tot 1 januari 2027) om over te gaan naar de nieuwe pensioenregeling. Pensioenfondsen die besluiten om de pensioenreserves in te varen in de nieuwe regeling, krijgen tijdens de transitieperiode daardoor eerder de mogelijkheid om de pensioenen te indexeren.

Premiehoogte

De nieuwe wet heeft niet als doel de pensioenen te versoberen. De maximale fiscaal toelaatbare pensioenpremie bedraagt 30% van de pensioengrondslag (het loon verminderd met een AOW-franchise van € 14.802), met een maximum van ca. € 30.000. Jongere werknemers gaan er ten opzichte van de huidige percentages op vooruit, terwijl ouderen erop achteruitgaan. Het omslagpunt ligt rond de 45-50 jaar. Als er voor ouderen bij de overgang naar de nieuwe pensioenregeling een compensatie afgesproken wordt, mag de premie met 3 procentpunt worden verhoogd.

Zelfstandige met lijfrenteaftrek?

Zelfstandigen of werknemers zonder pensioenregeling krijgen straks ook meer ruimte voor premieaftrek voor een lijfrente bij een bank of verzekeraar. Momenteel is die jaarruimte 13,3% van het inkomen, met een maximum van ongeveer € 13.500. Dat percentage wordt gelijk getrokken met de pensioenregeling en gaat ook naar 30% met een maximum van ongeveer € 30.000. De zogenoemde inhaalruimte (niet-gebruikte premieaftrek over het verleden) wordt ook fors opgetrokken naar € 38.000, en is niet meer afhankelijk van het inkomen.

De komende jaren staan er grote wijzigingen op stapel. Aan pensioenuitvoerders en werkgevers de taak om dit op een begrijpelijke manier uit te leggen aan de deelnemers, zodat zij op verantwoorde wijze keuzes kunnen maken. Op dit moment kunt u nog niets doen, eerst moet het wetsvoorstel Wtp aangenomen worden door de Tweede en Eerste Kamer en daarna zult u moeten afwachten welke regeling uw pensioenuitvoerder kiest. 

Geschreven naar de stand van zaken op 7 april 2022.

Wilt u meer informatie?

Contact
Neemt u dan contact op met mr. Hanneke Kroonenberg RB. Haar primaire aandachtsgebied is financiële planning voor de directeur-grootaandeelhouder en de vermogende particulier. Zij houdt u op de hoogte van actuele ontwikkelingen op het gebied van Vermogensregie. Of leest u meer over ons aanbod voor het familiebedrijf.
Auth platform tracking pixel Login page tracking pixel