Leveren huisartsen in 2021 hun autonomie in?

Henk-Jan van Roekel - Van Lanschot
Henk-Jan van Roekel
healthcare banker, Van Lanschot Healthcare
  1. Inspiratie
  2. Vermogensregie
  3. 2021
  4. Leveren huisartsen in 2021 hun autonomie in?

Leveren huisartsen in 2021 hun autonomie in?

blog
21 januari 2021
Het grote geld heeft nu écht zijn intrede gedaan in de huisartsenzorg: Adyen-investeerder maakte deze week bekend € 25 miljoen te steken in zorgstart-up Quin. Quin koopt onder meer huisartspraktijken van zelfstandig gevestigde professionals. Maar zijn huisartsen wel bereid hun vrijheid in te leveren, in het jaar waarin de rest van ons juist hoopt op een beetje méér vrijheid?

Apothekers, tandartsen en dierenartsen zijn er inmiddels aan gewend: een steeds groter deel van de markt is in handen van (buitenlandse) ketens. Zweedse investeerder EQT is met haar dochters Evidensia en DentConnect zelfs in de markt van dierenartsen én tandartsen te vinden. Een ander  deel van de dierenklinieken is in handen van Mars; bekend van de repen maar veel groter in diervoeding (bijvoorbeeld Pedrigee, Whiskas). En maar liefst 87% van alle openbare apotheken is verbonden aan een keten of formule.

Collega's om je heen verkopen hun praktijk voor mooie bedragen

Fear of missing out

Wat de afgelopen jaren wel duidelijk is geworden, is dat dit proces zichzelf versterkt. Wanneer collega’s om je heen hun praktijken voor mooie bedragen verkopen, ligt de fear of missing out op de loer, ofwel de angst om de boot te missen. Dat heeft zeker niet alleen met geld te maken. Denk ook aan onzekerheid over opvolging en de toenemende complexiteit in de praktijk en haar omgeving. De vraag is nu dan ook of de huisarts, net als collega’s in de mondzorg en diergeneeskunde, zijn ondernemerschap aan de wilgen zal hangen.

Hoewel er in de huisartsenzorg uiteraard initiatieven tot schaalvergroting zijn, is deze beroepsgroep (tot deze week) grotendeels buiten schot gebleven als het gaat om ketenvorming. De ingrediënten zijn er wel: de vraag naar zorg wordt groter en complexer, het takenpakket van de huisarts breidt alleen maar uit en het praktijkhouderschap wordt niet meer door elke huisarts aantrekkelijk gevonden. Huisartsen stellen zelf dat ‘het zorghuis wankelt’.1

Praktijkhouderschap wordt als zwaar ervaren

Mismatch

Voor bestaande praktijkhouders is het niet altijd makkelijk om een opvolger te vinden. Hier speelt zowel het huisartsentekort in sommige regio’s mee, als de onder andere door NIVEL benoemde mismatch tussen de voor overname beschikbare praktijken en de wensen van jonge huisartsen. Omdat de markt voor waarnemers op dit moment gunstig is en het praktijkhouderschap als zwaar wordt ervaren, voelen jonge huisartsen weinig urgentie en kunnen ze in alle rust op zoek naar een geschikte praktijk. Wanneer die niet beschikbaar is, heeft men in het waarnemerschap een comfortabel alternatief.

Praktijkhouders hebben moeite om de toenemende wet- en regelgeving een plaats te geven in hun praktijk.2 De ervaring leert dat toenemende regeldruk dwingt tot schaalvergroting, dat zien we in meer sectoren. Grotere organisaties zouden beter in staat zijn om efficiënt om te gaan met de bijbehorende administratiedruk. Ook kunnen zij sneller innoveren, om tot efficiënte praktijkvoering te komen.

Het is zeker niet al goud wat er blinkt bij investeerders

Dubbel

Wekelijks spreek ik investeerders die zich goed hebben ingelezen en sommigen zijn zelfs al op zoek naar praktijken ter overname, klaar om in te stappen. Ook is er al een aantal voorbeelden bekend van praktijken in eigendom van ‘niet-huisartsen’ (denk aan Co-Med en Buurtdokters), met Quin nu als officiële koploper met een waarde van € 100 miljoen. Allemaal organisaties met belangrijke en nobele beloften van samenwerking, ontzorging, flexibiliteit en innovatie.

Ik volg deze ontwikkeling met veel interesse, maar ook met een dubbel gevoel. Waar de politiek haar mond vol heeft over minder marktwerking, lijkt dit in de huisartsenzorg méér te worden. Het is ook zeker niet al goud wat er blinkt. De grootste tandartsketen, waarin pensioenbelegger PGGM nota bene een belang bezit, kwam afgelopen jaar bijvoorbeeld in financiële problemen door een combinatie van corona en veel schulden.3  Waar professionals kansen zien om juist nu te verkopen, ziet de koper natuurlijk hele andere mogelijkheden. En waarom zouden huisartsen die dan zelf niet kunnen benutten?

Met ondernemerschap komt ook de autonomie waar artsen (terecht) sterk aan hechten

Kansen

Wanneer het gaat om professionaliseren, zie ik vooral kansen voor de ondernemende zorgverlener. Een betrokken huisarts, midden in de samenleving en met oog voor zijn patiënten in een lokale omgeving: die combinatie lijkt altijd nog het beste geborgd in de traditionele praktijk. Door investeerders gefinancierde ketens zullen rekening moeten houden met het vereiste – vaak hoge – rendement van hun aandeelhouders. Tegelijk zullen dokters in ketens steeds meer passanten zijn, waarbij voor deze professionals de belofte om ontzorgd te worden lang niet altijd wordt waargemaakt.

Liever zou ik dan ook zien dat huisartsen zélf tot nieuwe oplossingen en innovaties komen. Niet elke huisarts is ondernemend of wordt graag aangeduid als ondernemer. Maar met het ondernemerschap komt ook de autonomie waar artsen (terecht) sterk aan hechten. Door te gaan werken onder de vlag van een keten zal de huisarts een deel van die autonomie op moeten geven. Ik ben dan ook erg benieuwd naar komend jaar: zal de huisarts blijven staan voor zijn autonomie of is hij toch te bang om de boot te missen?

Meer weten?

Wilt u weten wat Van Lanschot Healthcare kan betekenen voor ondernemende huisartsen? Neem dan contact op met Henk-Jan van Roekel, teamleider adviesteam Eerstelijnszorg, via 06 12 28 02 21 of h.vanroekel@vanlanschot.com.

Gaat u wel in zee met een grotere organisatie?

Eerder heb ik een aantal mogelijke voorwaarden uitgelicht voor tandartsen, die misschien ook voor u van belang zijn: lees ook mijn blog ‘Investeerders in de mondzorg’.

dentist patient chair

Bij huisartsen is ook de discussie over de goodwill van groot belang in deze ontwikkeling

Hoewel overheid, zorgverzekeraars en huisartsenorganisaties tegen goodwill zijn, komt dit in de praktijk veel voor.4 In de huidige complexe mengvorm van markt en overheid is dit niet te verbieden. Deze terughoudendheid leidt echter wel tot relatief lage goodwillbedragen. Het principiële ‘nee’ tegen goodwill is ook bedoeld om jonge huisartsen tegemoet te komen en commerciële partijen buiten de deur te houden.5 In de praktijk kan dit wel eens averechts werken: de lage overnamesom maakt de huisartsenzorg juist een interessante markt. Hulp vanuit de toezichthouders is hierbij niet te verwachten, zij zien in organisatievormen en eigenaarschap door ‘niet-huisartsen’ weinig bezwaren.6