Box 3-heffing te hoog? Twee uitspraken Hof Amsterdam

Hanneke Kroonenberg - Van Lanschot
Hanneke Kroonenberg
Hoofd Kenniscentrum Van Lanschot
  1. Inspiratie
  2. Vermogensregie
  3. Box 3-heffing te hoog Twee uitspraken Hof Amsterdam
Blog
26 januari 2018

Box 3-heffing te hoog? Twee uitspraken Hof Amsterdam

Het Hof Amsterdam concludeerde afgelopen week dat de box 3-heffing een ‘buitensporige last’ is. En nu?
Het Hof Amsterdam concludeert op 16 januari 2018 in een door de Bond van Belastingbetalers aangespannen procedure dat de box 3-heffing een ‘buitensporige last’ is. Om vervolgens te constateren dat de wetgever enige tijd moet worden gegund om de regeling aan te passen. Deze procedure ging over de belastingaanslag van 2014.

Hoe zit het ook alweer?

Voor box 3 ging de fiscus er tot en met 2016 van uit dat u een rendement van 4% op uw vermogen behaalde. Vanaf 2017 is dat aangepast: hoe groter uw vermogen, hoe meer rendement u geacht wordt te behalen. Oplopend van 2,02% tot maar liefst 5,38% voor een vermogen boven € 1.008.000. Over dat fictieve rendement betaalt u 30% belasting.

Welk rendement heeft de wetgever in 2001 bij de introductie van de box 3-heffing voor ogen gehad? Dat is het rendement dat een belegger gemeten over een langere periode zou moeten kunnen realiseren zonder al te veel risico te nemen. Dat houdt volgens het Hof in dat uitgegaan moet worden van rendement op spaargeld, deposito’s en staatsleningen. Rendement op aandelen en onroerendgoedbeleggingen moeten buiten beschouwing blijven.

Ik ben benieuwd hoe de uitspraak luidt als over het belastingjaar 2017 geprocedeerd wordt

Hanneke Kroonenberg
Hoofd kenniscentrum Van Lanschot

Eerste uitspraak

Vervolgens is de vraag of dat rendement voor of na inflatiecorrectie is. Bij de introductie is aangegeven dat het een reëel rendement van 4% betreft. Het Hof concludeert dan ook dat hiermee het rendement na inflatie wordt bedoeld. Het werkelijk gerealiseerde rendement (rente op spaargeld, deposito’s en rente en koersresultaat op staatsleningen) moet dus verminderd worden met de opgetreden inflatie. En dan kom je na inflatie uit op een rendement over langere periode van 0,5% voor spaargeld tot 1,6% voor deposito’s en staatsleningen. De gehanteerde 4% wijkt daar zo veel van af, dat de belegger met een belastingheffing van 1,2% (4% x 30%) met een buitensporige last wordt geconfronteerd, aldus het Hof.

Tweede uitspraak

Op 23 januari 2018 heeft het Hof Amsterdam een tweede uitspraak gedaan over de box 3-heffing. In dit geval ging het om het jaar 2013. Het Hof oordeelt dat risicomijdende beleggers in 2013 gedurende een lange reeks van jaren geen gemiddeld rendement van 4% hebben kunnen behalen. Het Hof geeft aan dat er getoetst moet worden of sprake is van een individuele en buitensporige last. Het is daarbij niet voldoende om alleen te kijken naar de heffing over het desbetreffende inkomensbestanddeel; er moet rekening worden gehouden met de totale inkomens- en vermogenspositie van de belastingplichtige. Daardoor zal de box 3-heffing voor sommige belastingplichtigen geen individuele en excessieve last vormen.

Wetgever aan zet

De wetgever moet enige tijd gegund worden om de wet aan te passen. Nu is de wet met ingang van 2017 inderdaad aangepast. Echter dusdanig dat het fictieve rendement voor vermogens boven circa € 100.000 zelfs hoger is geworden dan 4%. Dat komt doordat bij de bepaling van het fictieve rendement nu ook het rendement op aandelen en onroerend goed meegenomen is. En dat allemaal zonder deze rendementen te corrigeren voor inflatie. Dit correspondeert in het geheel niet met de uitgangspunten die het Hof hanteert. Ik ben benieuwd hoe de uitspraak luidt als over het belastingjaar 2017 geprocedeerd wordt.

De Bond van Belastingbetalers heeft aangekondigd in cassatie te gaan. De Hoge Raad gaat zich hier nu over uitspreken. Bij vorige uitspraken heeft de Hoge Raad de wetgever ook de tijd gegeven de wet aan te passen. Overigens heeft het kabinet aangekondigd deze kabinetsperiode de box 3-belasting te willen herzien. Ze wil daarbij beter aansluiten bij de daadwerkelijk gerealiseerde rendementen van de individuele belegger.

Geschreven naar de stand van zaken van 25 januari 2018

Wilt u meer informatie?

Meer weten
Neemt u dan contact op met mr. Hanneke Kroonenberg RB. Haar primaire aandachtsgebied is financiële planning voor de directeur-grootaandeelhouder en de vermogende particulier. Zij houdt u op de hoogte van actuele ontwikkelingen op het gebied van Vermogensregie.
Hanneke Kroonenberg - Van Lanschot
Hanneke Kroonenberg
Hoofd Kenniscentrum Van Lanschot