Column

Klassieke auto aan de laadpaal?

Nee toch zeker?! Heiligschennis! Je gaat een klassieke auto – nog met verbrandingsmotor – niet ombouwen tot een elektrische auto. Je maakt van een Patek Philipe uit 1935 ook geen Apple Watch. Hoe ik op dit onderwerp kom? Uit onderzoek dat Van Lanschot heeft laten uitvoeren onder vermogende Nederlanders blijkt dat 8% van hen een klassieke auto of oldtimer bezit.  

Vrouw met hond in auto

De top 3 bestaat uit Mercedes, Lancia en Alfa Romeo. Omdat we in een energietransitie zitten en we elektrisch gaan rijden, kreeg ik de vraag: moeten oldtimers niet ook worden geëlektrificeerd? Mijn eerste reactie als liefhebber van klassieke auto’s laat zich raden. Gewetensvraag: zou u uw Mercedes 280 SL (1971), Lancia Flaminia (1957) of Alfa Romeo Spider (1966) laten ombouwen tot een elektrische auto?

Originaliteit

Kennelijk is er een vraag naar elektrisch aangedreven oude auto’s. Ik zie als bezoeker van evenementen en beurzen voor klassiekers bedrijven die oldtimers (auto’s van 25 tot 30 jaar oud, voor de Belastingdienst ouder dan 40 jaar) en youngtimers (15 tot 25 jaar oud) elektrificeren. Een nieuwe ontwikkeling, in navolging van bedrijven die klassiekers moderniseren door stuur- en rembekrachtiging of een beter hanteerbare versnellingsbak in te bouwen. Ik vond dat al zozo.

En nu dus verbrandingsmotor eruit en batterijpakket en elektromotor erin. Maar waar blijft dan de authenticiteit? Want voor een klassieke auto geldt: originaliteit is alles. Carrosserie, motor, interieur en chassis: het moet allemaal zoveel mogelijk in de oorspronkelijke staat zijn. Of als zodanig gerestaureerd. Matching numbers voor belangrijke onderdelen als motorblok en versnellingsbak.

Amputatie

Waarom wil je een klassieke auto? Om de schoonheid van het ontwerp, snelheid, uniciteit, prestaties op het circuit. Ratio doet er niet toe, het gaat niet over comfortabel van A naar B rijden. Een klassieker is emotie, waarbij je de motor hoort, de olie en benzine ruikt en het rijden voelt. Dan is elektrificeren als een amputatie. De auto verliest zijn ziel. Je krijgt door de aanpassingen aan het onderstel – en misschien ook het plaatwerk – een totaal andere auto met alleen al door het gewicht van de batterijen een andere wegligging en rijervaring.

De Ferrari F40 (1987) was de eerste echte supersportwagen voor de openbare weg. Dan ga je de brullende 8-cilinder niet eruit slopen om elektrisch en geruisloos over de weg te kunnen zoeven. Of neem de Mercedes-Benz 300 SL ‘Gullwing’ (1954), één van de mooiste auto’s ooit gebouwd met zijn fraaie lijnen en vleugeldeuren. Daar passen geen accu’s in. Beide auto’s zijn museumstukken en in originele staat inmiddels meer dan € 1.000.000 waard.

Rijden

De verbrandingsmotor heeft zijn langste tijd gehad. Daar zullen we op terugkijken als een periode in de geschiedenis van de automobiel met een – toen – efficiënte, maar uiteindelijk te vervuilende aandrijving. De geschiedenis en de markt zullen scherprechter zijn. Auto’s die in hun tijd echt vernieuwend waren, worden een waardevolle klassieker en hun geschiedenis wordt niet herschreven door ze te elektrificeren. Dat maakt ze ook op slag waardeloos. Misschien dat bij minder waardevolle, meer alledaagse oude auto’s wel iets te zeggen is voor elektrificatie.

En wie een elektrische klassieker wil zien: in het Louwman Museum in Den Haag staat de Detroit Electric Clear Vision Brougham. Uit 1912 met een actieradius van – toen al – 160 kilometer. Rond 1900 concurreerde de elektrische aandrijving met de verbrandingsmotor om opvolging van de stoomauto en het paardloze voertuig. De benzinemotor won, en hield dat ruim een eeuw vol, weten we nu.

Ik hoop dat klassieke auto’s kunnen blijven rijden. Dat de overheid voor mobiel erfgoed een uitzondering voor CO2-uitstoot maakt. Misschien dat de ontwikkeling van synthetische brandstof perspectief biedt. Trouwens, zo veel wordt er niet met een klassieker gereden, vaak gemiddeld maar 2.000 kilometer per jaar. En ze moeten wel rijden, want dat is het beste onderhoud.

Maarten van der Pas handtekening

Maarten van der Pas van lanschot kempen

Maarten van der Pas, investment writer en eindredacteur beleggingscommunicatie bij Van Lanschot Kempen.