Interview

‘Real assets zijn een essentiële schakel naar duurzaamheid’

Er zijn radicale stappen nodig om de uitstoot van broeikasgassen als CO2 te verminderen. De grote winst is te behalen bij de sectoren vastgoed, infrastructuur en landbouw (real assets). Tezamen zijn zij verantwoordelijk voor minimaal 60% van de wereldwijde, schadelijke uitstoot. Intensieve dialogen voeren met infrastructurele bedrijven, vastgoed renoveren in plaats van uitsluitend nieuwbouw en landbouwgrond op duurzame wijze verbouwen is noodzakelijk en haalbaar.
real estate van lanschot

Wie een kantoorpand bezit en dat verhuurt is redelijk zeker van maandelijkse inkomsten. Wie een snelweg bezit waarop tol wordt geheven is behoorlijk zeker van dagelijkse inkomsten. Wie landbouwgrond bezit en dat verpacht is redelijk verzekerd van minimaal jaarlijkse inkomsten.

Het zijn voorbeelden van respectievelijk vastgoed, infrastructuur en grond: al eeuwenoude populaire bezittingen om geld mee te verdienen. Ze missen de abstractie van alleen op beeldschermen zichtbare complexe, financiële instrumenten. Een kantoorpand kun je binnentreden, een snelweg kun je oprijden en op landbouwgrond kun je slakroppen afsnijden.

In jargon heten dit soort bezittingen real assets, tastbare bezittingen. Ze zijn steeds vaker onderdeel van beleggingsportefeuilles, omdat ze aantrekkelijke eigenschappen bezitten. Er is als eerste een redelijke zekerheid voor periodieke inkomsten. Daarnaast zorgen langlopende contracten, met daarin vastgelegd jaarlijkse prijsverhogingen voor verhuur, pacht of tol, voor bescherming tegen inflatie. Tenslotte liggen de fluctuaties van de inkomsten veel lager dan op de financiële markten. Uiteindelijk zijn rendementen van 6-8% per jaar niet ongebruikelijk.

Real assets zijn verantwoordelijk voor 60% van de CO2-uitstoot

Naast deze klinkende voordelen staat de beleggingscategorie real assets ook te boek als een grote emissie-uitstoter van CO2. Jags Walia, ESG-expert en portfoliomanager bij Kempen, kent de cijfers uit zijn hoofd. ‘Circa 17% van de CO2-emissies komt door het gebruik van gebouwen vanwege zaken als elektriciteit en gas. Tel je nieuwbouw van panden daarbij op, waarbij het produceren van beton, staal en glas voor flinke uitstoot zorgt, dan kom je op ongeveer 30% aandeel in de totale CO2-emissies. Infrastructuur, waaronder energieopwekking valt als kolen- en gascentrales, zorgt wereldwijd ook voor 30% aan CO2-emissies. Voor landbouw is dit getal moeilijk te geven, omdat land CO2 absorbeert maar ook door het gebruik ervan uitstoot. Hoe dan ook, duidelijk is dat real assets wereldwijd voor minimaal 60% van de CO2-uitstoot zorgdragen.

De boodschap is helder. Gezien het grote aandeel van real assets in de mondiale CO2-uitstoot, zullen deze bedrijven een grote, om niet te zeggen radicale, stap richting duurzaamheid moeten zetten. Na het klimaatakkoord van Parijs en recent dat van Glasgow, is het onvermijdelijk dat de uitstoot van broeikasgassen significant omlaag moet om verdere opwarming van de aarde en de daarmee samenhangende natuurrampen als overstromingen en extreme droogte te voorkomen. ‘Mensen praten over minder vliegen, maar het aandeel van de luchtvaart in de schadelijke uitstoot is slechts 2%. Real assets maken het werkelijke verschil’, zegt Walia. ‘Daar moet je dus mee aan de slag.’

Het voeren van intensieve dialogen is één van de belangrijkste onderdelen van ons werk

De hiervoor aangewezen weg loopt langs twee lijnen. Ten eerste wordt op bedrijven grote druk uitgeoefend om een sterker duurzaam beleid te voeren, zie bijvoorbeeld de recente gerechtelijke uitspraak rondom Shell. Ook Van Lanschot oefent flinke pressie uit op ondernemingen waarin is geïnvesteerd om de overgang naar een duurzame bedrijfsvoering te maken. ‘Naast het selecteren van de juiste beleggingen om rendement te behalen, is het voeren van dialogen tegenwoordig één van de belangrijkste onderdelen van ons werk’, zegt Walia. ‘We zijn eigenlijk voortdurend in gesprek met management als zijnde klimaatadviseurs. Wij willen bijdragen aan oplossingen.’

Ten tweede is er kapitaal nodig om de transitie naar een duurzame economie mogelijk te maken. Geld is beschikbaar via de Green Deal, het programma van Europa om een voorloper in duurzaamheid te worden. Maar dat bedrag van € 600 miljard is onvoldoende, daar zijn vriend en vijand het over eens. Het is klip en klaar dat privaat kapitaal onontbeerlijk is. ‘Hoeveel precies is onduidelijk, omdat we dit nooit eerder hebben meegemaakt’, zegt Walia. ‘Maar als toegewijde investeerder kunnen en willen wij daar aan bijdragen, uiteraard op de voorwaarde dat er een aantrekkelijk rendement wordt gemaakt. Op die manier helpen ook wij mee aan de verwezenlijking van een betere wereld.’
  • Vastgoed – duurzaam renoveren zorgt voor lagere emissies

    Het meest groene gebouw is het gebouw dat je nooit bouwt.

    In vastgoed is deze uitspraak vandaag de dag gebruikelijker dan menigeen denkt. De nieuwbouw van gebouwen, vanwege de productie van beton, staal en glas, zorgt ruwweg voor een twee keer zo hoge CO2-uitstoot ten opzichte van gebouwen die in gebruik zijn. In Europa wordt verwacht dat daarom een groot deel van de huidige gebouwen nog circa vijftig jaar mee kunnen door renovatie. Nieuwbouw is niet altijd meer vanzelfsprekend.

    Duurzame renovatie wint daarom snel aan populariteit. Bestaande gebouwen zijn goed te vergroenen door ze te isoleren, zonnepanelen op het dak te plaatsen, hoogrendementsglas toe te passen en warmtepompen te gebruiken. Het verbruik daalt hierdoor sterk en verlaagt de energierekening flink. Het deels strippen van gebouwen lijkt de norm te worden.

    Het is duidelijk dat de bouwsector en vastgoedontwikkelaars samen duurzamere bouw verder moeten ontwikkelen. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om het gebruik van zogeheten biobased bouwmaterialen zoals hout, vlas en stro in plaats van beton en staal. Hiermee is CO2 op te slaan. Verder pleiten sommige experts voor een CO2-belasting, waardoor duidelijk wordt wat de toekomstige extra kosten zullen zijn van traditionele bouw. Dat stimuleert snellere innovatie richting de biobased materialen.

    Het duurzaam renoveren zorgt ervoor dat de gebouwen beter te verhuren zijn, waardoor minder leegstand ontstaat. Uiteindelijk resulteert dat in een hogere waarde van het vastgoed waarmee vervolgens betere rendementen zijn te boeken.

  • Infrastructuur – intensieve dialogen voeren helpt

    Bij ondernemingen actief in de sector infrastructuur is er veel werk aan de winkel om te verduurzamen. Het belangrijkste instrument is het beïnvloeden van het bedrijfsbeleid. De beleggingsmanagers van Kempen voeren met het topmanagement bij met name energiebedrijven regelmatig intensieve dialogen over vergroening. Maar ook met luchthavenondernemingen, pijpleidingbedrijven en de uitbaters van tolwegen worden intensieve gesprekken gevoerd.

    In de beleggingsportefeuille van Kempen zitten circa veertig beursgenoteerde infrastructurele bedrijven. Met bijna de helft daarvan voeren zij indringende gesprekken over hun plannen en doelstellingen voor ESG (Environment, Social en Governance). Bij energiebedrijven draait het, vanzelfsprekend, om sterke vermindering van CO2-emissies.

    Een voorbeeld daarvan is het Amerikaanse energiebedrijf CMS Energy, waarin Kempen in 2019 een belang nam. Het bedrijf bezit kolen- en gascentrales en windmolenparken in een aantal Amerikaanse staten. Vorig jaar kwamen zij met een plan om hun energieproductie sterk te vergroenen door hun CO2-emissies met 80% te verminderen in 2030. Van de vier kolencentrales besloten ze er drie vóór 2030 te sluiten. Alleen de vierde kolencentrale zou pas in 2042 de deuren sluiten. Om de levering van elektriciteit op peil te houden, besloot CMS fors te investeren in windparken.

    De beleggingsmanagers van Kempen trokken aan de bel bij het management van CMS. Twintig jaar wachten op het sluiten van de laatste grote kolencentrale? CMS Energy verdedigde zich. Het was op last van de toezichthouder op de energievoorziening, stelde zij. De betrouwbare levering van elektriciteit moest zijn gegarandeerd, daar kon CMS niet onderuit.

    De fondsmanagers namen, op verzoek van CMS, contact op met de Amerikaanse toezichthouder voor energie. Zij luisterden welwillend naar de investeerders, de toezichthouder beloofde opnieuw met het energiebedrijf om de tafel te gaan zitten. De fondsmanagers hoorden vervolgens vele maanden niets vanuit het hoofdkantoor van CMS in Jackson, Michigan, tot er opeens een e-mail binnenkwam met de aankondiging van een gewijzigd plan voor hun energietransitie. In overleg met de toezichthouder besloot CMS Energy de vierde kolencentrale al in 2025 te sluiten en te vervangen door een gascentrale. Gas stoot de helft minder CO2 uit dan kolen.

    Dit is een toonaangevend voorbeeld hoe een bedrijf werk kan maken van de energietransitie en de fondsmanagers verwijzen naar de Amerikaanse onderneming wanneer ze bij andere energiebedrijven gesprekken voeren over duurzaamheid.

  • Duurzame landbouwgrond – een aantrekkelijke, stabiele beleggingscategorie

    Het duurzaam beheren van landbouwgrond maakt geld. Door goed te zorgen voor landbouwgronden verbetert de biodiversiteit en zijn minder bestrijdingsmiddelen en mest nodig. Dat is essentieel voor de kwaliteit van voedsel, water en lucht en zorgt voor zo min mogelijk schade voor natuur, milieu en klimaat.

    Volgens het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties, zijn voedselsystemen verantwoordelijk voor ongeveer een derde van de broeikasemissies in de wereld. Landbouwgronden zijn een onderdeel van deze voedselsystemen. Gronden gebruiken om koolstof vast te leggen is een natuurlijke oplossing voor het klimaat en kan worden bereikt door regeneratieve landbouwtechnieken die ervoor zorgen dat planten koolstof in de bodem opslaan, dat de bodem water kan infiltreren en dat de biodiversiteit, zowel boven als onder de grond, kan gedijen.

    Landbouwgrond vormt tegenwoordig een aantrekkelijke, stabiele, maar relatief onontgonnen beleggingscategorie. Passief beleggen in landbouwgrond is echter geen duurzame oplossing. Een actieve, duurzame houding is essentieel om oplossingen te verkennen, zoals de rol van landbouwgrond als koolstofreservoir en om risico's te beheersen zoals het gebruik van pesticiden, bodemerosie en biodiversiteit. Daarmee is een duurzaam voedselsysteem voor mens, dier en natuur haalbaar op voorwaarde dat er tien tot twintig jaar vooruit wordt gedacht.

    Kempen is ruim een halfjaar geleden begonnen met het investeren in duurzame landbouwgronden. Een aantal grote pensioenfondsen en verzekeraars hebben inmiddels geïnvesteerd in het fonds dat landbouwgronden bezit in onder meer Australië, Portugal en de Verenigde Staten. Er wordt daarbij samengewerkt met lokale partners. De experts zijn het erover eens dat in het verleden te lang roofbouw op het land is gepleegd. Het is nu tijd voor een nieuwe generatie boeren die het land ook ‘teruggeeft’ aan de natuur.
Jags Walia van lanschot kempen
Jags Walia, portfolio manager Real Assets Kempen (Asset Management)