Eerste hulp bij beleggen in een volatiele markt

Luc Aben
Luc Aben
Hoofdeconoom
  1. Inspiratie
  2. Beleggen
  3. Visie en strategie
  4. Eerste hulp bij beleggen in een volatiele markt
houvast bij beleggen

Eerste hulp bij beleggen in een volatiele markt

11 mei 2018
Beurskoersen bewegen momenteel grillig. Beleggers vragen zich af hoe met deze volatiliteit om te gaan. We proberen antwoord te geven op deze lastige vraag.

Zolang uw beleggingsprofiel nog geldig is, is er geen reden om portefeuille aan te passen.

Inhoud van deze themapublicatie:

  1. Het beleggingsprofiel: een zaak van de langere termijn
    Wijzig uw beleggingsprofiel niet op basis van het laatste nieuws
  2. Ben voorzichtig met bijsturen binnen het beleggingsprofiel
    Gevoel of de perceptie dat het wat minder gaat, zijn geen goede gids
  3. Vijf alternatieven voor meer spreiding en afdekken van specifieke risico's
    Hedgefondsen, ‘veilige havens’, gestructureerde producten, opties en kortlopende obligaties
  4. Stel deze vragen voordat u uw beleggingsportefeuille gaat aanpassen
    Gebruik een gedisciplineerd proces bij het aanpassen van een portefeuille

Beurskoersen bewegen momenteel grillig, onder meer door (geo)politieke spanningen en ferme taal over invoertarieven. Beleggers vragen zich af hoe met deze volatiliteit om te gaan. Moeten ze een deel van hun risicovollere beleggingen van tafel halen? Meer cash aanhouden? Of nog radicaler kiezen voor een defensiever beleggingsprofiel? Wat is verstandig om te doen?

Van Lanschot geeft antwoord op deze lastige vragen. We beginnen aan de basis met het beleggingsprofiel, want dat is cruciaal voor de samenstelling van een beleggingsportefeuille op langere termijn. Echter, zolang de uitgangspunten die tot een bepaald profiel hebben geleid nog geldig zijn, is er geen reden om dat profiel en dus ook de beleggingsportefeuille te wijzigen.

Voor wie tóch (meer) bescherming wil, zijn er verschillende alternatieven voor cash. Die variëren van het toevoegen van extra spreiding tot het afdekken van specifieke risico's.

Luc Aben
Luc Aben
Hoofdeconoom

1. Het beleggingsprofiel: een zaak van de langere termijn

beleggingsnieuws - groei

We gaan terug naar het begin van een beleggingsportefeuille. Die begint met het vaststellen van een beleggingsprofiel. Daarvoor worden het beoogde rendement en de risicobereidheid van een belegger tegen elkaar afgewogen. De belangrijkste elementen bij het bepalen van het beleggingsprofiel zijn:

  • beleggingshorizon
  • karakter
  • tussentijdse inkomsten

De beleggingshorizon. De beleggingshorizon geeft aan hoe lang een belegger zijn geld kan missen om te beleggen. En hoeveel tijd hij heeft om rendement te maken. De horizon wordt vaak beïnvloed door het beleggingsdoel. Waarvoor wordt belegd: pensioen, hypotheekaflossing, studiekosten van kinderen, een wereldreis? Hoe langer de beleggingshorizon, hoe meer een structureel hoger gewicht aan aandelen in de portefeuille de voorkeur kan hebben. Zeker aan het begin. Als het beleggingsdoel nadert, kunnen meer risicovolle beleggingen zoals aandelen worden vervangen door defensiever beleggingen zoals obligaties.

Beleggen in aandelen is een investering in economische waardecreatie, een investering in de groei van de economie en ondernemingen. Economische groei en het creëren van waarde gaan niet in een constante, rechte lijn naar boven. Op- en neergaande bewegingen zijn onvermijdelijk. Economische, politieke en maatschappelijke factoren versnellen of vertragen (tussentijds) de economische groei. Maar de verwachting is dat op langere termijn waarde wordt gecreëerd. En dat die opgebouwde waarde zich spiegelt in hogere aandelenkoersen en rendement voor beleggers, nadat beleggingen de tijd hebben gehad om door goede en minder goede periodes heen te rijpen.

Het karakter. De redenering dat aandelen op de langere termijn meer rendement opleveren, mag dan perfect rationeel te onderbouwen zijn, een belegger is méér dan ratio. Hij heeft ook emotie. Als tussentijdse waardeverminderingen leiden tot stress of slapeloze nachten dan is het verstandig om het beleggingsprofiel te (her)overwegen.

Tussentijdse inkomsten. Een belegger kan een wens of noodzaak hebben voor tussentijdse inkomsten uit zijn beleggingen. Hoe sterker die wens, hoe meer obligaties in zijn portefeuille voor rente-inkomsten. Maar ook aandelen die mooie dividenden uitkeren kunnen in de gevraagde inkomsten voorzien. De beleggingshorizon en het karakter moeten dat uiteraard wel toelaten.

Het beleggingsdoel en het beleggingsprofiel bepalen de samenstelling van de beleggingsportefeuille door de tijd heen. Het is een weloverwogen keuze. Het is dan ook vreemd om op basis van de actualiteit of verwachtingen voor de korte termijn van het ene naar het andere profiel over te stappen.

Sterker nog, een overstap naar een ander beleggingsprofiel ondermijnt eerder geformuleerde beleggingsdoelstellingen. En het waren juist die specifieke doelstellingen die tot dit specifiek profiel hebben geleid. Ervoor kiezen om van beleggingsprofiel te veranderen, betekent onherroepelijk het bijstellen van de beleggingsdoelen. Vooral als die doelen nog ver in de toekomst liggen, is het niet de meest logische keuze.

Zolang de geformuleerde uitgangspunten voor de beleggingshorizon of specifieke inkomenswensen geldig blijven, is er naar onze mening dan ook geen reden het vooraf bepaalde profiel te wijzigen.

2. Ben voorzichtig met bijsturen binnen het beleggingsprofiel

beleggen - bijsturen

Ook binnen elk beleggingsprofiel is er de nodige bewegingsruimte om de portefeuille tussentijds bij te sturen. Om beleggingen aan te passen en bijvoorbeeld defensiever te maken is geen radicale overstap naar een ander profiel nodig. Maar ook bijsturen binnen het profiel moet niet al te drastisch gebeuren. We illustreren waarom.

Veronderstel een neutraal, gebalanceerd profiel waarin het aandelengewicht mag schommelen tussen 20% en 65%. Vertrouwt een belegger de economische of marktsituatie niet helemaal, dan kan hij de onderkant van die bandbreedte opzoeken en de weging van de aandelen terugbrengen tot aan de ondergrens van 20%. Op die manier wordt het risico verkleind, maar blijft de portefeuille tegelijkertijd netjes in het afgesproken profiel.

Toch is dit een drastische bijsturing van het beleggingsbeleid en dat besluit moet weloverwogen worden genomen. Een gedisciplineerd beleggingsproces, gebaseerd op een logisch en rationeel stappenplan, moet hierin altijd leidend zijn. Louter het persoonlijke ‘gevoel’ of de perceptie ‘dat het wat minder gaat’ op basis van de actualiteit zijn geen goede gids.

Aandelenkoersen kunnen forse correcties doormaken. Uiteraard willen beleggers deze tussentijdse verliezen vermijden. Maar niemand weet met zekerheid wanneer een koersval plaatsvindt. Laat staan dat iemand met zekerheid kan vertellen wanneer het moment is om opnieuw in te stappen. Gebeurt dat te laat of zelfs helemaal niet, dan heeft dat op de langere termijn een fors negatieve invloed op het rendement.

De Amerikaanse vermogensbeheerder JP Morgan keek over een periode van 20 jaar (vanaf 1995) naar de meest winstgevende en verliesgevende beursdagen en maakte een aantal berekeningen. Met een aantal opvallende conclusies:

  • 6 van de 10 beste beursdagen vonden plaats binnen de twee weken na de 10 slechtste dagen. Wees dus terughoudend om zomaar fors uit de markt stappen. De beste beursdagen dreigen aan de neus voorbij te gaan.

  • Het missen van die 10 beste dagen heeft een forse impact op het uiteindelijke rendement, namelijk 3,7% minder rendement op jaarbasis.

  • Werden de 20 beste dagen gemist, dan ging er op jaarbasis zelfs 6,2% van het rendement af.

Beursschommelingen zijn heel normaal. Wij deden zelf een aantal berekeningen aan de hand van de MSCI Europe (Europese aandelen) vanaf 1980:

  • De afstand van de top tot de bodem binnen één jaar was gemiddeld 16%. Heftige tussentijdse correcties komen dus best vaak voor.

  • Toch was in 30 van de laatste 38 jaar het totale bruto jaarrendement alsnog positief.

Het loont vaak meer om een beleggingsportefeuille geleidelijk en evenwichtig bij te sturen. Waarbij de doelstellingen op lange termijn niet uit het oog worden verloren. Het verleden leert immers dat de markt al te drastische keuzes vaak genadeloos afstraft. Door koersen naar beneden te duwen, maar evenzeer door beleggers die langs de zijlijn (blijven) staan winsten te laten missen.

3. Vijf alternatieven voor meer spreiding en afdekken van specifieke risico’s

beleggen - verrekijker

We hebben laten zien dat veranderen van beleggingsprofiel en drastisch bijsturen van de portefeuille vergaande beslissingen zijn. Die mogen enkel weloverwogen en op basis van een gestructureerde discipline worden genomen. Er kunnen immers de nodige gevolgen voor de langere termijn zijn. In het vermogensbeheer van Van Lanschot staat een dergelijke discipline centraal om de portefeuilles te beheren.

Ons vermogensbeheer kan hierbij gebruik maken van specifieke beleggingen die meer bescherming bieden. Dat kan het simpelweg toevoegen van spreiding in een portefeuille zijn, maar ook het afdekken van specifieke risico’s. Het spreekt voor zich dat deze specifieke beleggingen ook beschikbaar zijn voor beleggers die hun portefeuille zelf beheren, al dan niet in samenspraak met een adviseur. We bespreken er vijf:

  1. Hedgefondsen
  2. Veilige havens
  3. Gestructureerde producten
  4. Opties
  5. Kortlopende obligaties

De volgorde waarin deze type beleggingen worden besproken is niet toevallig. We beginnen met die alternatieven die best nog wat blootstelling aan de markt hebben. Hoe verder we afdalen op het lijstje, hoe meer we uit de markt stappen en aan de zijlijn gaan staan om bescherming te zoeken tegen turbulentie.

3. 1 Alternatief: Hedgefondsen

Hedgefondsen zijn beleggingsfondsen die streven naar een beperking van marktrisico’s. Ze willen rendement bieden ongeacht de marktomstandigheden. Hedgefondsen onderscheiden zich daarmee van gewone beleggingsfondsen, die door hun manier van werken doorgaans veel gevoeliger zijn voor marktschommelingen. De toegevoegde waarde van hedgefondsen in een gespreide portefeuille ligt vaak in het minder beweeglijk maken van die portefeuille. Bij stijgende markten klimt het rendement van hedgefondsen in de regel minder hard mee. Maar daar staat tegenover, dat bij dalende markten het verlies minder groot kan zijn. Zo kunnen hedgefondsen het verlies van de totale portefeuille op de kortere termijn verzachten.

Beleggers hebben de keuze uit een breed scala aan hedgefondsen met elk hun eigen risicoprofiel. Een fonds uit eigen huis is Kempen Non-Directional Partnership (KNDP). Dit hedgefonds belegt onderliggend in verschillende andere beleggingsfondsen met als doel minder gevoelig te zijn voor eventuele scherpe correcties op traditionele financiële markten.

In onze Complexe BeleggingenWijzer leest u meer over hedgefondsen. Uw banker of adviseur kan u vertellen of hedgefondsen bij uw beleggingsprofiel passen en welk fonds in uw situatie geschikt is.

3.2 Alternatief: veilige havens

Bij correcties op financiële markten zijn er traditioneel een aantal beleggingen die dienst doen als toevluchtsoord. Die hebben een kleinere kans om mee onderuit te gaan of stijgen zelfs in waarde. Traditionele veilige havens zijn bepaalde valuta (Amerikaanse dollar, Japanse yen en Zwitserse frank), staatsleningen van sterke eurolanden zoals Nederland of Duitsland en goud.

Het voordeel van sommige veilige havens is dat ze naast bescherming ook rendement blijven leveren. Neem de Amerikaanse dollar. Omdat de Amerikaanse centrale bank Fed al een aantal keer zijn beleidsrente optrok, schommelt de eenjaarsrente in de Verenigde Staten rond de 2%. In tegenstelling tot de eurozone krijg je als belegger dus wél een meldenswaardige rentevergoeding bij het aanhouden van dollars.

Voor al deze veilige havens zijn liquide en concrete investeringsinstrumenten beschikbaar:

  • USD: via een geldmarktfonds dat belegt in kortlopende vorderingen (tot twee jaar) genoteerd in Amerikaanse dollars en/of in kortlopende Amerikaanse staatsobligaties.

  • JPY en CHF: in deze valuta is te beleggen via een valutarekening.

  • Staatsleningen van sterke eurolanden zoals Nederland, Duitsland of Frankrijk: hierin beleggen via een passief beleggingsfonds dat belegt in staatsobligaties van de kernlanden van de eurozone of indien gewenst hun individuele staatsobligaties.

  • Goud: de koersbeweging van het edelmetaal goud kan in de beleggingsportefeuille worden nagebootst met een passief beleggingsfonds. Wij geven de voorkeur aan een tracker die gedekt is door fysiek goud, bijvoorbeeld een ETF dat goud daadwerkelijk aankoopt zoals ETFS Physical Swiss Gold.

Een mandje met bovengenoemde beleggingen kan bescherming bieden in tijden van marktstress. Onderstaande grafieken illustreren dat voor een drietal moeilijke beursperiodes in de afgelopen jaren: de kredietcrisis, de eurocrisis en de eerste nerveuze maanden van 2018. Een mandje met vijf veilige havens, elk vertegenwoordigd met een gelijk gewicht, steeg per saldo in waarde terwijl wereldwijde aandelen het moeilijk hadden (gemeten volgens de MSCI World index).

Grafiek 1: mandje met ‘veilige havens‘  tegenover wereldwijde aandelen in de periode september 2008 (ontstaan kredietcrisis) tot maart 2009

Bron: Thomson Reuters Datastream

Grafiek 2: mandje met ‘veilige havens’ tegenover wereldwijde aandelen in de periode januari 2011 (ontstaan eurocrisis) tot september 2011

Bron: Thomson Reuters Datastream

Grafiek 3: mandje met ‘veilige havens’ tegenover, wereldwijde aandelen in de periode januari 2018 tot maart 2018, een periode waarin de nervositeit toenam

Bron: Thomson Reuters Datastream

Een koersverloop uit het verleden biedt uiteraard geen garantie voor de toekomst. Bovendien kunnen beurzen het om verschillende redenen moeilijk hebben. Eén van die redenen zou een oplopende (obligatie)rente kunnen zijn. In dat geval bieden langlopende Duitse of Nederlandse staatsleningen met een vaste coupon geen bescherming, want hun koers daalt bij een rentestijging. In een dergelijke omgeving zijn kortlopend schuldpapier en/of obligaties met variabele coupon een meer aangewezen belegging. Hun koersen zijn minder gevoelig voor het renteverloop.

Al deze ‘veilige havens’ hebben een dagelijks koersverloop op hun respectievelijke markten met een eigen prijsdynamiek die tussentijds kan stijgen of dalen. Ook hier is het advies om vooraf goed met uw banker of adviseur te overleggen om precies die keuze te maken die aan uw wensen voldoet en die past bij de economische situatie en de marktomgeving.

3.3 Alternatief: gestructureerde producten

Gestructureerde producten laten toe om in meer of mindere mate mee te lopen bewegen met het verloop van een bepaalde markt. Bijvoorbeeld met een brede Europese aandelenindex zoals de Eurostoxx 50. Maar tegelijkertijd bieden ze volledige of gedeeltelijke bescherming van de hoofdsom van de belegging. Die hoofdsom wordt ook wel eens ‘nominale waarde’ genoemd. Dit is de waarde van het product bij een koers van 100%.

Van Lanschot geeft net als andere financiële partijen regelmatig gestructureerde producten uit. Die hebben wisselende kenmerken en eigenschappen. Afhankelijk van de mate van risico die een belegger wil lopen en het gewenste rendement kan hij deze producten selecteren. Het is mogelijk om dergelijke producten op maat te laten maken naar eigen wensen en specificaties. Het minimale instapbedrag is € 250.000. Daarnaast biedt Van Lanschot ook gestructureerde producten van andere financiële partijen aan zoals UBS en BNP Paribas.

Uw banker of adviseur kan u informeren over de beschikbare gestructureerde producten die aan uw wensen voldoen of informeren of er een product naar uw wensen en behoeften kan worden gemaakt. Meer  uitleg vindt u in onze

3.4 Alternatief: opties

Aandelenopties zijn waarschijnlijk de meest bekende manier om een portefeuille tegen koersdalingen te beschermen. Bij het beleggen in een putoptie betaalt een belegger een premie waarmee hij bescherming koopt tegen koersdalingen. Hiermee blijft het opwaarts potentieel van de portefeuille in stand. Hij heeft enkel een verzekering gekocht en een verzekeringspremie betaald voor bescherming mocht het mislopen op financiële markten.

De bezitter van een putoptie heeft het recht (niet de plicht) om aandelen tegen een van tevoren vastgestelde prijs te verkopen gedurende een bepaalde periode (de looptijd). Bij dalende aandelenkoersen kan dit recht veel waard worden. Bij stijgende koersen zal de bezitter van de putoptie ervoor kiezen om zijn recht tot verkoop niet uit te oefenen en is het verlies beperkt tot de betaalde optiepremie.

Met opties kunnen risico en rendement in een aandelenportefeuille worden gestuurd. Voor het beschermen van een bredere aandelenportefeuille zijn opties op brede aandelenindices zoals de S&P500 index of de Eurostoxx 50 index het meest aangewezen.

Opties zijn complexe producten en er zijn veel optiestrategieën te bedenken. Het is belangrijk om deskundig advies in te winnen bij uw banker of adviseur. Opties vallen onder complexe beleggingsproducten. In onze Complexe BeleggingenWijzer vindt u een uitgebreide toelichting.

3.5 Alternatief: Kortlopende obligaties/schuldpapier

Beleggers die veiligheid in de vastrentende hoek willen zoeken kunnen denken aan kortlopende obligaties. Of aan obligaties waarvan de rente wordt aangepast aan de marktomstandigheden, de zogenoemde variabele renteleningen.

De korte looptijd bij obligatiebeleggingen is belangrijk. De afgelopen jaren leefden we in een wereld met alsmaar lagere rentes. Daar lijkt nu langzaam aan te veranderen. De Amerikaanse centrale bank Fed heeft al een aantal keer de beleidsrente verhoogd en zal dat de komende maanden blijven doen. In de eurozone is de centrale bank ECB nog niet zo ver, maar ook hier worden kleine stapjes genomen richting een meer normaal rentebeleid. Samen met de wereldwijde degelijke economische groei voorzien wij dan ook geleidelijk oplopende renteniveaus. De koersen van kortlopende obligaties zijn veel minder gevoelig voor rentestijgingen dan van hun langlopende collega’s.

Een andere insteek zijn beleggingsfondsen met een flexibele beleggingsstrategie op rentemarkten, om toch te proberen enige extra-vergoeding tegenover de spaarrekening te realiseren.  

Een veelheid aan fondsen of trackers geeft een belegger toegang tot kortlopend schuldpapier, eventueel in combinatie met een flexibele beleggingsstrategie. Een eigen voorbeeld is het Kempen Income Fund. Voor meer informatie kunt u terecht bij uw banker of adviseur.

4. Stel deze vragen voordat u uw beleggingsportefeuille gaat aanpassen

Het aanpassen van uw beleggingsportefeuille moet een weloverwogen beslissing zijn. Hierbij komt een veelheid aan factoren kijken. Onderstaande beslissingsboom geeft de vragen die u als belegger moet beantwoorden en vertelt afhankelijk van het antwoord wat u kunt doen. Voor antwoorden op de vragen kan een gesprek met uw persoonlijk adviseur of banker duidelijkheid scheppen.