Inflatie in Europa mogelijk hardnekkiger dan voorzien

Luc Aben
Luc Aben
Hoofdeconoom
  1. Inspiratie
  2. Beleggen
  3. Inflatie in Europa mogelijk hardnekkiger dan voorzien

Inflatie in Europa mogelijk hardnekkiger dan voorzien

30 mei 2023
De Europese economie presteert redelijk, dat vermindert de druk op prijzen niet.

In het kort:

  • Politieke deal over het schuldenplafond in Amerika lijkt in de maak 

  • Cijfers Amerikaanse arbeidsmarkt naar verwachting opnieuw robuust   

  • Chinese economie heeft extra stimulans nodig, maar vooralsnog weinig actie


 

Europa

Cijfers over de inflatie in Europa in mei zijn deze de blikvanger. En dan vooral de kerninflatie, waarbij de prijsstijgingen van voedingsmiddelen en energie niet worden meegerekend. Die vertoonde in april een eerste, voorzichtig signaaltje van afkoeling. Maar alsnog gingen de prijzen jaar-op-jaar 5,6% omhoog. 

Energie en voedingsgrondstoffen hebben een paar zwakke weken achter de rug met lager prijzen. Zodat vanuit die hoek de inflatiedruk uiteindelijk kan afnemen. Vooralsnog is dat echter niet merkbaar in de kern-inflatie. Niet in die mate om voor enige verandering te zorgen in de plannen van de Europese Centrale Bank (ECB) om de rente verder op te trekken. De maand-op-maand stijging van de inflatie voor mei wordt door economen begroot op 0,2%, waarbij in april nog een verrassend hoge 0,6% uit de bus rolde.   

 

Redelijke economie 

Een bijkomend argument om nog steeds stevige inflatie te verwachten, is dat de Europese economie het redelijk doet. Op basis van eerste indicaties lijkt de Europese economie het tweede kwartaal redelijk te hebben ingezet. Niet de industrie, die worstelt, maar vooral de dienstensector is weerbaar. Dat beeld kwam alvast naar voren uit de PMI-inkoopmanagersindices afgelopen week. Die index geeft een indruk van het vertrouwen dat inkoopmanagers in de economie hebben.  

Uit de PMI’s bleek dat de opwaartse prijsdruk in de dienstensector aanhoudt. Dat komt mede door de aanhoudend lage werkloosheid. Ondernemers blijven ambitieuze plannen voor werving van personeel koesteren. 

De nieuwe Economic Sentiment Indicator van de Europese Commissie bevestigt dinsdag wellicht deze tendens.

 

Strenger monetair beleid 

Voor de eurozone worden nieuwe cijfers over de kredietverlening aan gezinnen en ondernemingen gepubliceerd. Uit de Bank Lending Survey van de ECB weten we, dat banken hun kredietvoorwaarden hebben aangescherpt. Niet alleen omdat de hogere rente negatief uitwerkt op hun financieringskosten, maar ook omdat de matige economische vooruitzichten hen ietwat risicoschuw maken. 

Daarnaast viel ook de vraag naar krediet scherp terug van zowel gezinnen als van ondernemingen. Dat zal zich weerspiegelen in het kredietverloop en de geldgroei. Die laatste bevindt zich op het laagste niveau sinds 2014 en wordt voor april op een lage 2,0% op jaarbasis ingeschat. Theoretisch is dat een niveau dat overeenkomt met een stabiliserende economie en een (kern-)inflatie onder de doelstelling van de ECB van 2%.  

Toch is wellicht nog strenger monetair beleid van de ECB nodig, dat bovendien geruime tijd wordt aangehouden, om de huidige prijsstijgingen te stoppen. En bovengenoemde theorie te laten overeenstemmen met de praktijk. Dat was trouwens ook de toon van DNB-president Klaas Knot in breed uitgesmeerde interviews afgelopen week.

 

Verenigde Staten

Democraten en Republikeinen lijken op weg naar een deal over het Amerikaanse schuldenplafond. Als het compromis deze week daadwerkelijk door het Congres komt, dan is dat een - verwachte - opluchting voor beleggers. Die hoeven zich dan niet langer zorgen te maken over een default of failliet van de Verenigde Staten en kunnen hun aandacht weer volop richten op de economie en het monetaire beleid. De tijd tikt door waarbij 5 juni als cruciale datum wordt gezien. Dan is de Amerikaanse schatkist leeg en moet de overheid meer kunnen lenen. 

 

Krappe arbeidsmarkt 

In de Verenigde Staten blijft de arbeidsmarkt krap. Links en rechts duiken signalen op dat de grootste spanningen langzaamaan beginnen af te nemen. Maar nog niet in die mate dat het algemene beeld van een grotere vraag naar dan aanbod van personeel verandert. Het is met name de grote dienstensector die om personeel blijft vragen. 

Vrijdag komen nieuwe cijfers over de arbeidsmarkt.  Wellicht komen er ook in mei weer meer dan 200.000 nieuwe banen bij. Dat is een aantal waarbij de arbeidsmarkt verder verkrapt.  

Voor de Amerikaanse centrale bank Federal Reserve (Fed) is naast het aantal nieuwe banen, ook het verloop van het gemiddelde uurloon een belangrijke parameter. Het langzaam afbrokkelende aantal nieuwe vacatures en vooral het feit dat steeds minder werknemers vrijwillig van baan veranderen, suggereren dat het hoogtepunt van de opwaartse loondruk stilaan achter ons zou kunnen liggen.  

Maar dat betekent niet, dat het inflatiegevaar vanuit de arbeidsmarkt geweken is. Op jaarbasis neemt het gemiddelde uurloon naar verwachting nog steeds met 4,4% toe. Werkgevers zullen de hogere lonen doorberekenen in hun prijzen. 

Iedere procentuele loongroei boven de som van de inflatiedoelstelling van de Fed (2%) en de trendmatige groei van de productiviteit (1,25%) moeten we met achterdocht bekijken. Concreet betekent dat, dat een loongroei van 3% nodig is om inflatie onder de duim te houden.

 

China

Recente cijfers over de Chinese economie vallen tegen. In absolute zin ogen die cijfers degelijk. Denk aan de 5,6% hogere industriële productie in april, of de toename van de detailhandelsverkopen met 18,4% in vergelijking met een jaar geleden.  

Maar die mooie groeicijfers vertekenen, omdat China een jaar terug nog in lockdown zat. Tegenover de verwachtingen waren de nieuwste cijfers eerder ontgoochelend. Het hoogtepunt van het heropeningseffect, de Chinese samenleving en economie die na de lockdown weer op gang komen, lijkt al achter ons te liggen.  

Onze verwachtingen voor de nieuwe inkoopmanagersindices zijn dan ook niet hoog gespannen. De score voor de Chinese industrie zal in de krimpzone blijven hangen. Mede omdat de exportmotor hapert door een zwakkere vraag uit het Westen. De Chinese dienstensector zal het iets beter doen, maar marginaal.  

Het economisch nieuws uit China bevestigt onze verwachtingen van een matige impuls voor de wereldeconomie door de heropening van China.  

 

Koerswinst verdampt 

De matige Chinese economie is ook merkbaar op de Chinese beurs. Zo staat de brede Chinese aandelenindex CSI 300-index, die de belangrijkste aandelen op de beurzen van Shenhzen en Shanghai vertegenwoordigt, weer terug op ongeveer hetzelfde peil als begin dit jaar. De heropeningswinst in januari is geheel verdampt.   

Om de Chinese economie vooruit te helpen zijn meer ondersteunende maatregelen van beleidsmakers nodig. Maar de signalen dat die er op korte termijn en/of in voldoende mate komen zijn schaars. 
 

 

Belangrijke macro-economische publicaties  
Van 29 mei tot 

en met 02 juni 

Publicatiedag 
Regio 
Publicatie van 
Periode 
Consensus 
Dinsdag 
Eurozone 
Kredieten gezinnen YoY 
Apr 
2,8% 
 
 
Kredieten ondernemingen YoY 
Apr 
4,8% 
 
 
M3 geldgroei YoY 
Apr 
2,2% 
 
 
Economic Sentiment 
Mei 
98,9 
Woensdag 
China 
NBS Manucaturing PMI 
Mei 
49,4 
 
 
NBS Services PMI 
Mei 
55,0 
Donderdag 
China 
Caixin Manufacturing PMI 
Mei 
49,3 
 
Eurozone 
CPI-inflatie YoY (flash) 
Mei 
6,3% 
 
 
CPI kern-inflatie YoY (flash) 
Mei 
5,5% 
 
 
Werkloosheid (flash) 
Mei 
6,5% 
 
VS 
ISM Manufacturing 
Mei 
47,0 
Vrijdag 
VS 
Nieuwe banen (non farm) 
Mei 
193K 
 
 
Gemiddeld uurloon MoM 
Mei 
0,3% 
 
 
Werkloosheid 
Mei 
3,5% 

 


Luc Aben is hoofdeconoom bij Van Lanschot

 

 

Luc Aben
Luc Aben
Hoofdeconoom
Auth platform tracking pixel Login page tracking pixel