Nieuwe doelstellingen Europese Centrale Bank weinig opzienbarend

Luc Aben
Luc Aben
Hoofdeconoom

Nieuwe doelstellingen Europese Centrale Bank weinig opzienbarend

12 juli 2021
Wel interessant om te volgen: ECB gaat actief meewerken aan de Europese klimaatambities.

En verder:

  • Het Stabiliteits- en Groeipact (SGP) van de Europese Unie wordt een interessant dossier
  • Groei Chinese economie stabiliseert
  • Amerikaanse consumentenvertrouwen is nog niet volledig hersteld

De uitkomst van de strategische denkoefening van de Europese Centrale Bank (ECB) is weinig verrassend en opzienbarend. Dat is onze conclusie nadat de resultaten van de brainstorming over doelstellingen, communicatie en rol van de centrale bank, die anderhalf jaar in beslag nam, vorige week werden gepresenteerd.

De ECB hanteert voortaan een zogenoemde ‘symmetrische inflatiedoelstelling’ van 2 procent inflatie op de middellange termijn. Tot nu toe was het inflatiedoel ‘dichtbij, maar onder de 2 procent’. Concreet betekent de term ‘symmetrisch’ dat de centrale bank een structurele inflatie van onder de 2% even vervelend vindt als een inflatie meer dan 2%. Ook is er tolerantie voor een tijdelijk iets hogere inflatie en dat is afhankelijk van de economische omstandigheden.

Het is weinig nieuws onder de zon met het inflatiedoel. Sinds Mario Draghi, de voorganger van ECB-president Christine Lagarde, hanteerden de centrale bankiers die lijn al. Dit beleid is nu gewoon geformaliseerd.

De belangrijkste vernieuwing in het beleid, en het meest interessant om volgen, is het engagement van de ECB om actief mee te werken aan de Europese klimaatambities. Klimaatverandering heeft impact op de economie het is logisch dat het monetaire beleid daar naar kijkt. Maar de ECB gaat een stap verder. Bijvoorbeeld door duurzaamheids- of ESG-voorwaarden op te leggen aan het onderpand dat de bank aanvaardt. Of door klimaatcriteria mee te nemen in zijn aankoopprogramma van obligaties.

 

De wortel en de stok

Nieuwe impulsen om de dynamiek van de Europese economie aan te jagen moeten eerder van politici dan van centrale bankiers komen. In die zin zullen de discussies rond het Stabiliteits- en Groeipact (SGP) in de Europese Unie de komende maanden relevanter zijn dan de ‘nieuwe’ strategie van de ECB. Bij méér van hetzelfde kun je immers niet plots andere uitkomsten verwachten.

Het huidige SGP zit tot eind 2022 in de diepvries. Op enig moment moet het daar weer uit met bijhorende vragen of de eurozone blijft werken met strikte normen zoals een begrotingstekort van 3% en een maximale schuld van 60% van het BBP? En hoe we omgaan met landen die de afspraken niet (kunnen) nakomen.

Wat dit laatste betreft hanteerde de Europese Unie in het verleden de stok: financiële zondaars kregen een boete. Althans, in theorie, in de praktijk kwam het daar nooit van. Met als gevolg dat structurele hervormingsplannen die het verdienmodel en financiën van de lidstaten, en dus van de Unie als geheel, moesten stimuleren veelal een dode letter bleven.

Misschien kunnen Europese politici voor hun toekomstige discussies over het SGP te rade gaan bij pedagogen. Die bevelen veelal ‘de wortel’ aan in plaats van ‘de stok’.

Vertaald naar het SGP zou dat bijvoorbeeld kunnen betekenen dat lidstaten slechts toegang krijgen tot Europese middelen als ze voldoende hervormen of investeren. Waarbij begrotings- en schuldnormen tegelijkertijd een meer flexibele interpretatie krijgen: de reden waaróm er tekorten zijn, is belangrijker dan het cijfer an sich. Een tekort als gevolg van een hervormingsproces of investeringen krijgt een betere beoordeling dan een tekort door inefficiënte uitgaven.

Het Europese Herstelfonds werkt al volgens deze ‘wortel-filosofie’. De kans dat het SGP die overneemt, lijkt op dit moment klein. Veel zal afhangen van de uitkomst van de Duitse (2021) en Franse verkiezingen (2022).

Het stabiliteits- en groeipact wordt de komende maanden een interessant dossier. Overigens gaat de Europese Herstelfonds van start en gaan deze gelden de eurozone-economie mee helpen ondersteunen in de tweede jaarhelft, vooral in Spanje en Italië.

 

De economische agenda deze week 

De Amerikaanse inflatiecijfers en de groei van de Chinese economie in het tweede kwartaal zijn deze week de blikvangers in de economische agenda.

 

Matige groei Chinese economie

Na een snel herstel in 2020 matigt de Chinese economische groei zich meer. Dat zal de komende dagen onder meer blijken uit het afnemende groeimomentum bij de detailhandelsverkopen, de industriële productie en de export in de maand juni.

De afgenomen export, disrupties in aanvoerketens, sporadische opflakkeringen van coronabesmettingen maar vooral de beperking van de kredietverlening zijn gedeeltelijke verklaringen voor de gematigde groei van de Chinese economie.

De Chinese economische groei stabiliseert in het tweede kwartaal naar onze verwachting op 8,1% op jaarbasis. Toch vindt de Chinese centrale bank het noodzakelijk om de binnenlandse economie wat meer lucht te verschaffen en gaf de bancaire sector meer ruimte om kredieten te verstrekken aan de het midden- en kleinbedrijf, door de verplichte kasreserves voor banken te verlagen. Het doel is om de Chinese binnenlandse vraag op te vijzelen.

De Chinese centrale bank zit kort op de bal en dat geeft vertrouwen in de Aziatische financiële markten.

 

Amerikaanse inflatie tijdelijk hoger

Bij de Amerikaanse inflatiecijfers kijken we vanzelfsprekend uit naar de onderliggende tendensen: blijft de prijsdruk beperkt tot de sectoren in volle heropening van de economie of is het breder?

Financiële markten schroefden hun inflatieverwachtingen voor de komende jaren alvast omlaag. Medio mei gingen beleggers nog uit van gemiddeld bijna 3 procent inflatie voor de komende vijf jaar. Dat is ondertussen bijgesteld naar 2,5%. Fed-voorzitter Jerome Powell krijgt steeds meer aanhangers voor zijn verwachting dat de huidige klim van de inflatie tijdelijk is. Dat vertaalde zich de afgelopen twee maanden in een dalende kapitaalmarktrente in de Verenigde Staten van 1,7% naar 1,33%.

 

Ontkoppeling van besmettingen en ziekenhuisopnames

De Amerikaanse tienjaarsrente zette de afgelopen dagen haar neerwaartse traject verder voort van 1,44% naar 1,34%. Even dook ze zelfs onder de 1,3%. Beleggers maken zich enige zorgen over de Deltavariant van het coronavirus, bijvoorbeeld in opkomende economieën waar de vaccinatieprogramma’s achterlopen.

In de Verenigde Staten en Europa kan de economische schade van de Deltavariant beperkt blijven als de ontkoppeling tussen het aantal nieuwe besmettingen en ziekenhuisopnames standhoudt. Om de economische vaart erin te houden zijn binnenlandse economische krachten belangrijk. We kijken deze naar dan ook naar de Amerikaanse detailhandelsverkopen en het consumentenvertrouwen in juni.

Het vertrouwen van de Amerikaanse consument is nog maar halfweg het herstel na de klap in 2020. Detailhandelsverkopen stagneren weer na de forse sprong in maart, de cheques van de overheid in de bus vielen. Naar verwachting is het beeld in juni niet veel veranderd. Daarvoor moeten eerst meer Amerikanen een nieuwe baan oppikken.

 

 

Belangrijke macro-economische publicaties

Van 12 juli tot

en met 16 juli

Publicatiedag

Regio

Publicatie van

Periode

Consensus

Dinsdag

China

Import YoY

Jun

30,0%

 

 

Export YoY

Jun

23,1%

 

VS

CPI-inflatie YoY

Jun

4,9%

 

 

CPI kern-inflatie YoY

Jun

4,0%

Woensdag

Eurozone

Industriële productie YoY

Mei

22,5%

Donderdag

China

Industriële productie YoY

Jun

7,9%

 

 

BBP YoY

2Q21

8,1%

 

 

Kleinhandelsverkopen YoY

Jun

11,0%

 

VS

Industriële productie MoM

Jun

0,7%

Vrijdag

VS

Kleinhandelsverkopen MoM

Jun

-0,4%

 

 

Consumentenvertrouwen (U. Mich.)

Jun

86,5

 

 

Luc Aben is hoofdeconoom bij Van Lanschot.

Luc Aben
Luc Aben
Hoofdeconoom