Niet logisch voor ECB om crisisprogramma te blijven gebruiken als coronacrisis wegebt

Luc Aben
Luc Aben
Hoofdeconoom

Niet logisch voor ECB om crisisprogramma te blijven gebruiken als coronacrisis wegebt

19 juli 2021
Hevel vrijheden van PEPP over naar APP voor opkoop obligaties.

Hevel vrijheden van PEPP over naar APP voor opkoop obligaties.

 

En verder:

  • ECB mag zijn nieuwe strategie nog wel duidelijker beschrijven
  • Heeft Delta-variant coronavirus negatief effect op vertrouwen ondernemers en consumenten?
  • Fed-voorzitter Powell heeft voorlopig gelijk: hogere inflatie is tijdelijk

De Europese Centrale Bank (ECB) heeft donderdag zijn eerste beleidsvergadering sinds hij zijn nieuwe nieuwe strategie presenteerde. Ik schreef daar vorige week over in het artikel Nieuwe doelstellingen Europese Centrale Bank weinig opzienbarend.

Voortaan streeft de ECB naar 2 procent inflatie, in plaats van het eerdere ‘dichtbij, maar onder de 2 procent’. Daarnaast zouden tijdelijke afwijkingen boven die 2%-drempel niet onmiddellijk tot monetaire verkrapping leiden. En andersom bij al te lage inflatie en renteniveaus rond de nullijn belooft de ECB ‘sterke en volgehouden’ actie. Deze week heeft de centrale bank een eerste gelegenheid om te tonen wat dat in de praktijk betekent.

 

Woorden, voorlopig zonder daden

Wij verwachten donderdag geen nieuwe concrete maatregelen van de ECB. Wellicht blijft het bij woorden. Met misschien een meer omlijnde, minder wollige ‘forward guidance’ met uitleg over de meest waarschijnlijke toekomstige beleidslijn en welke parameters daarin doorslaggevend zijn.

Zo stelde de ECB tot nu toe dat zijn monetaire beleid onveranderd blijft tot de ‘verwachte inflatie voldoende convergeert naar de doelstelling en die convergentie consistent weerspiegeld wordt in de onderliggende inflatie-dynamiek.’ Als één van de toekomstige doelstellingen een duidelijker communicatie is, dan is enig schaafwerk aan deze zin geen overbodige luxe.

Bijvoorbeeld door scherper te formuleren wat de centrale bankiers precies bedoelen met die ‘onderliggende inflatie-dynamiek’. Het verloop van de lonen of de verwachte inflatie bij consumenten of financiële markten kunnen concrete verduidelijkingen zijn.

 

Hoe lang is PEPP nog nodig?

De bankiers van de ECB zullen het donderdag ongetwijfeld hebben over PEPP (Pandemic Emergency Purchase Programme), het opkoopprogramma voor obligaties dat werd opgetuigd bij het uitbreken van de coronacrisis. We gaan er niet vanuit dat er grote aankondigingen komen: noch over een geleidelijke afbouw, noch over een eventuele verlening. Zo’n aankondiging zal naar verwachting iets zijn voor de beleidsvergadering in september.

ECB-voorzitter Christine Lagarde en haar collega’s prediken enerzijds volhouden van de monetaire actie zolang de inflatie te laag is. Dat pleit ervoor om de voet vol op het PEPP-gaspedaal te houden. Anderzijds  zou het niet logisch zijn om een instrument dat specifiek werd opgericht ter bestrijding van een specifieke crisis met dezelfde intensiteit te blijven gebruiken nu die Covid-19-crisis wegebt. Tenminste, als het de goede kant blijft op gaan met de vaccinaties en de economische impact van het virus.

 

Flexibiliteit in obligatie-opkoop

Een uitweg is om het PEPP geleidelijk af te bouwen en het ‘normale’ aankoopprogramma APP (Asset Purchase Programme) meer flexibiliteit toe te kennen. Misschien niet wat betreft het volume van op te kopen obligaties, maar wat betreft verdeelsleutel van de aankopen.

Nu moet die verdeling van het APP het aandeelhouderschap in de ECB weerspiegelen. Op zijn beurt is dat een afspiegeling van de relatieve groottes van de economieën en bevolkingsaantallen van de EU-lidstaten. Dus hoe groter het Europese land of economie, hoe groter het deel in het APP.

PEPP heeft die verdeelbeperking niet. Door deze vrijheidsgraden van PEPP over te hevelen naar APP, neemt de slagkracht van de ECB toe. Om - indien gewenst - gerichter op treden. Met meer flexibiliteit om monetair bluswater te brengen naar plaatsen waar het écht brandt of smeulend vuur dreigt.

Zover zijn we nog niet. Deze discussie barst waarschijnlijk losbarsten in september. Hoewel verrassingen natuurlijk nooit uitgesloten zijn. Donderdag méér nieuws.

 

De economische agenda deze week

De impact van de Delta-variant

Op de macro-economische agenda staan deze week verder de eerste inschattingen van de nieuwe inkoopmanagersindices (Markit PMI’s) op vrijdag en het consumentenvertrouwen in de eurozone op donderdag. Het is afwachten of de verspreiding van de Delta-variant van het coronavirus enige impact heeft op het vertrouwen in de economie van inkoopmanagers en consumenten. Wij verwachten het niet onmiddellijk, maar hoe dan ook blijft het een risico voor het economisch herstel.

Voorlopig lijkt de ontkoppeling tussen het aantal nieuwe coronabesmettingen en de ziekenhuisopnames stand te houden. Ook in zwaarder getroffen ‘Delta-landen’ als het Verenigd Koninkrijk en Spanje. Voor de kortere termijn is deze ontkoppeling vanzelfsprekend een cruciale variabele voor zowel voor het economisch plaatje als voor financiële markten.

 

Powell: inflatie is tijdelijk

Ondanks de hoger dan verwachte inflatie in Amerika in juni, sloot de tienjaarsrente vorige week onder de 1,30% af. Blijkbaar gaan beleggers er net als Jerome Powell, voorzitter van de Amerikaanse centrale bank Federal Reserve (Fed) er vanuit dat de hogere inflatie tijdelijk is. Powell herhaalde dat trouwens nog een keer voor het Amerikaanse Congres.

De onderliggende tendensen bij de inflatie in juni geven Powell voorlopig alvast gelijk. Het leeuwendeel van de verhoging was te wijten aan ‘heropenings-effecten’ van de economie: duurdere vliegtickets, huurauto’s en hotelkamers. Amerikanen trekken er weer op uit. De prijzen voor tweedehandsauto’s gingen maar liefst 45% omhoog. Met tegelijkertijd echter de eerste signalen dat de prijsdruk hier afneemt.

 

Reden om Powell te geloven

Uit de Chinese handelscijfers kwamen dan weer voorzichtige signalen dat er een begin van verbetering is in de aanvoer van microchips. Dergelijke disrupties in aanvoerketens stuwen het algemene prijspeil. Als de situatie de komende maanden inderdaad verbetert, dan kan het prijsopdrijvende effect van het tekort aan chips ook tijdelijk blijken.

Voorlopig zijn er dus gegronde redenen om te geloven in Powell’s visie over de tijdelijkheid van de Amerikaanse inflatie. Het akkoord van de olieproducerende landen OPEC+ om tegen eind 2022 de olieproductie weer op het niveau van pre-corona te brengen, geeft nog eens extra steun aan de visie. De gestegen olieprijs als gevolg van de toegenomen vraag drijft prijzen op, maar als het olie-aanbod toeneemt dan stopt die prijsstijging.

 

Amerikaanse inflatie loopt niet uit de hand

De tijdelijk hogere inflatie in de Verenigde Staten impliceert dat het ruime monetaire beleid van de Federal Reserve slechts geleidelijk teruggeschroefd hoeft te worden. En bijgevolg mag de langetermijnrente van beleggers laag blijven, ondanks de groeiende economie.

Mocht op enig moment blijken dat de opwaartse prijsdruk alsnog halsstarrig is, dan nog is er geen man overboord voor obligatiemarkten. Powell zei bij zijn toespraak voor het Congres immers óók, dat de Fed dan niet zou aarzelen om in te grijpen. Een signaal dat de centrale bank dat de inflatie niet uit de hand zal laten lopen. Dat is voor obligatiemarkten een bijkomende reden om de langetermijnrente bescheiden te houden.

Voor beleggers is het méér van hetzelfde: een aanhoudend lage rente, een aantrekkende economie en een opleving van de bedrijfsresultaten. Dat zal uiteindelijk, ondanks enige nervositeit over de Delta-variant van het coronavirus in de afgelopen, ondersteunend werken voor aandelenkoersen.

 

 

Belangrijke macro-economische publicaties

Van 19 juli tot

en met 23 juli

Publicatiedag

Regio

Publicatie van

Periode

Consensus

Donderdag

Eurozone

ECB-beleidsvergadering

 

 

 

 

Consumentenvertrouwen (flash)

Jul

-2,5

Vrijdag

Eurozone

Markit Manufacturing PMI (flash)

Jul

62,5

 

 

Markit Services PMI (flash)

Jul

59,6

 

VS

Markit Manufacturing PMI (flash)

Jul

62,0

 

 

Markit Services PMI (flash)

Jul

64,8

 

 

Luc Aben is hoofdeconoom bij Van Lanschot.

 

Luc Aben
Luc Aben
Hoofdeconoom