Ogen van economen zijn gericht op Amerikaanse arbeidsmarkt

Luc Aben
Luc Aben
Hoofdeconoom
  1. Inspiratie
  2. Beleggen
  3. Ogen van economen zijn gericht op Amerikaanse arbeidsmarkt

Ogen van economen zijn gericht op Amerikaanse arbeidsmarkt

31 mei 2021
Is het zicht op de werkgelegenheid in de VS tijdelijk vertroebeld, of niet?

Is het zicht op de werkgelegenheid in de VS tijdelijk vertroebeld, of niet?

 

En verder:

  • Discussie over oplopende inflatie in VS blijft nog wel even
  • Weinig verandering in Europese inflatie en werkloosheid
  • Hoge vaccinatiegraad in China is belangrijk voor Europa en beleggingsbeleid van Van Lanschot

Alle ogen van economen zijn deze week op de Verenigde Staten gericht. Met bovenaan de prioriteitenlijst het arbeidsmarktrapport voor mei, dat vrijdag wordt gepubliceerd. Er wordt gerekend op een toename van het aantal banen van 650 duizend (exclusief landbouw). 

Maar ter herinnering: ondanks de aantrekkende Amerikaanse economie kwamen er in april slechts een teleurstellende 266 duizend nieuwe banen bij waar economen er 1 miljoen hadden verwacht. Toch namen de uurlonen sterk toe en dat was koren op de molen van hen die een fors hogere inflatie verwachten. Zeker als tegelijkertijd steeds meer ondernemers klagen dat ze geen werknemers kunnen vinden.

 

Situatie Amerikaanse arbeidsmarkt onduidelijk

Het zou best kunnen dat het arbeidsmarktrapport voor april geen reëel beeld gaf van de onderliggende realiteit. Een aanhoudende angst voor het coronavirus, verhoogde werkloosheidsuitkeringen en de slechts gedeeltelijke heropening van scholen kunnen voor veel Amerikanen een voorlopige drempel zijn om zich opnieuw op de arbeidsmarkt te melden.

Naarmate de onzekerheidsfactoren en drempels wegebben, kan de situatie op de arbeidsmarkt normaliseren voor zowel het aantal nieuwe banen als de ontwikkeling van de uurlonen. Per slot van rekening zijn er op dit moment nog steeds 8 miljoen mensen minder aan de slag in vergelijking met het begin van de coronacrisis begin 2020.

Het is ook mogelijk dat niet zozeer tijdelijke factoren het beeld voor de Amerikaanse arbeidsmarkt vertroebelen, maar dat we afstevenen op een structurele mismatch tussen de vraag náár en het aanbod ván bepaalde type banen of werknemers. Of dat we een significante daling van het arbeidsaanbod zien, omdat oudere werknemers die tegen hun pensioenleeftijd aanliepen toen ze hun baan verloren, niet meer zullen terugkeren op de arbeidsmarkt. Maar het is nu nog te vroeg om daarover te oordelen. De komende maanden moeten meer duidelijkheid brengen. 

Het rapport over de Amerikaanse arbeidsmarkt van aanstaande vrijdag geeft nog geen volledige duidelijkheid over de relatie tussen vraag en aanbod van werk. Zo kondigde de helft van de Amerikaanse staten al aan om de verhoogde werkloosheidsuitkering, die normaal zou doorlopen tot september, te schrappen. Maar pas vanaf half juni. De (eventuele) effecten daarvan op de arbeidsmarkt komen dus later.

 

En verder op de macro-economische agenda

Basiseffecten verstoren prijsbeeld

In Amerika komen deze week de ISM-inkoopmanagersindices voor zowel de industrie- als de dienstensector. Ze geven een beeld van het economisch vertrouwen onder inkoopmanagers.

De score voor de dienstensector profiteert naar verwachting van de geleidelijke heropening van de samenleving en economie. Dat toonde de soortgelijke vertrouwensindex Market Services PMI eerder al aan. Die ging in de afgelopen weken van 64,7 naar 70,1.

Ook de industrie blijft ondanks de gekende disrupties in de aanvoerketens in goede doen. Neem de recente cijfers van de orders voor kapitaalgoederen, die namen in april met 2,3% toe invergelijking met een maand eerder. Het is een indicatie dat ondernemers vol vertrouwen naar de toekomst kijken en bereid zijn om te investeren.

Het is bij de inkoopmanagersindices uitkijken naar de gerapporteerde druk op de prijzen. Die gingen de afgelopen maanden in zowel de industrie- als dienstensector scherp omhoog. Waarmee we opnieuw aanbelanden bij het debat over de oplopende (Amerikaanse) inflatie.

De PCE-index (Personal Consumption Expenditures Price Index), de favoriete inflatiemaatstaf van de Amerikaanse centrale bank Federal Reserve, stond in april alvast 3,1% hoger in vergelijking met april 2020. Zonder de hogere prijzen voor voeding en energie meegerekend (de kern-PCE) was dat 3,0%. Beide cijfers waren in lijn met de verwachting van analisten, zodat financiële markten nauwelijks reageerden. De tienjaarsrente in de VS schoot zelfs weer even onder de 1,6%.

Aandrijvers voor de hogere prijzen waren met name basiseffecten, zoals hogere brandstofprijzen en de normalisering van tarieven in zwaar door corona getroffen sectoren zoals hotels of toerisme. Die effecten zullen geleidelijk uitdoven.

Maar de basiseffecten en normalisering van tarieven nemen niet weg dat het inflatiedossier de komende maanden de gemoederen bezighoudt en van tijd tot tijd voor enige reuring op financiële markten kan zorgen. Wij stellen ons op het standpunt dat de prijsstijgingen slechts een tijdelijk karakter hebben en geen beruchte loon-prijsspiraal op gang brengen. Niettemin houden we de loonontwikkeling in de VS scherper in de gaten.

 

Europese inflatie en werkloosheid niet vergelijkbaar met VS

Voor Europa zijn de cijfers voor de werkloosheid en inflatie in mei de belangrijkste punten op de economische agenda deze week. Wij verwachten weinig verandering van het huidige beeld. Ook de Europese inflatie zal de hogere energieprijzen weerspiegelen. Maar vooralsnog wordt dat in vergelijking met de VS gedeeltelijk uitgevlakt door de langzamere heropening van de economie en minder genereuze directe financiële steun aan consumenten.

Wat de werkloosheid betreft zijn er ook in onze contreien langzaam signalen van (aankomende) krapte op de arbeidsmarkt. Maar ook hier verschilt de situatie met de VS. Daar waar de Amerikaanse overheid er tijdens de coronacrisis voor koos om eerder burgers dan ondernemingen te steunen, was dat in Europa andersom.

In Europa faciliteerden de crisismaatregelen van overheden ondernemingen om werknemers op tijdelijke werkloosheid te zetten. Waardoor de band tussen werknemer en werkgever vaak behouden bleef. Dat moet het voor ondernemingen dan weer gemakkelijker - minder moeilijk? - maken om voldoende handjes te vinden bij heropening van de samenleving en economie.

 

Chinese coronavaccinaties naar hoger tempo

Uit China leerden we maandagochtend dat de inkoopmanagersindices, zoals het officiële staatsbureau NBS die berekent, min of meer stabiel bleven. De komende dagen krijgen we soortgelijke cijfers van het private marktonderzoeksbureau Caixin. Dat neemt minder staatsbedrijven op in zijn enquête en kijkt meer naar de kleinere en middelgrote Chinese ondernemingen. Dat geeft een beter beeld van de private Chinese bedrijven.

De Chinese economie schakelt naar een iets lager toerental. Onder meer omdat beleidsmakers de kredietkraan bewust wat dichtdraaien. Dat doen ze uit angst voor al te sterke oververhitting van de woningmarkt en een oplopende inflatie door stijgende grondstofprijzen, die zich ook vertalen in hogere verkoopprijzen. Ook de centrale bank Peoples Bank of China (PBOC) gaat er vanuit dat de oplopende prijsniveaus transitoir zijn. De iets lagere instroom van nieuwe orders en exportorders zal de prijsdruk wegnemen.  

Ondanks het lage aantal coronabesmettingen blijft de Chinese consument terughoudend. In die zin is het goed om vast te stellen dat, na een moeizame start, het Chinese vaccinatieprogramma ondertussen stevig op gang is gekomen. Met het huidige tempo zou eind dit jaar de beoogde groepsimmuniteit zijn gehaald.

Een hoge vaccinatiegraad is belangrijk voor China, voor de wereldeconomie en ook voor het beleggingsbeleid van Van Lanschot. Daarin hebben we een accent op Europese aandelen en China is nu eenmaal een belangrijke factor voor het Europese economische plaatje.

 

 

Belangrijke macro-economische publicaties

Van 31 mei tot

en met 04 juni

Publicatiedag

Regio

Publicatie van

Periode

Consensus

Dinsdag

China

Caixin Manufacturing PMI

Mei

51,7

 

Eurozone

CPI-inflatie YoY (flash)

Mei

1,9%

 

 

CPI kern-inflatie YoY (flash)

Mei

0,8%

 

 

Werkloosheid

Apr

8,1%

 

VS

ISM Manufacturing

Mei

60,7

Donderdag

China

Caixin Services PMI

Mei

55,9

 

VS

ISM Non-Manufacturing

Mei

63,0

Vrijdag

Eurozone

Kleinhandelsverkopen MoM

Apr

-0,5%

 

VS

Nieuwe banen (Non-farm)

Mei

650K

 

 

Werkloosheid

Mei

5,9%

 

 

Uurlonen MoM

Mei

0,2%

 

Luc Aben is hoofdeconoom bij Van Lanschot.

Luc Aben
Luc Aben
Hoofdeconoom