Luc Aben verwart volatiliteit niet met structureel dalende aandelenkoersen

Luc Aben
Luc Aben
Hoofdeconoom
  1. Inspiratie
  2. Beleggen
  3. Luc Aben verwart volatiliteit niet met structureel dalende aandelenkoersen

Luc Aben verwart volatiliteit niet met structureel dalende aandelenkoersen

01 maart 2021
Beleggers kijken bij enige koerscorrectie nog steeds met kopersogen naar de aandelenmarkt.

En verder:

  • Volgens Fed geen reden voor renteverhoging in komende twee jaar
  • Structurele krachten die inflatie afgelopen decennia drukten zijn niet plotseling verdwenen
  • Europa moet mouwen opstropen bij vaccineren tegen corona

“Misschien zijn de toenemende consumptie en de lauwe reactie van financiële markten daarop een voorproefje voor de komende maanden. Een economie die fors opleeft, maar met markten die daar af en toe wantrouwig op reageren.”

Deze passage komt uit mijn economische vooruitblik van vorige week maandag. Ze refereert aan de nervositeit bij beleggers, nadat de Amerikaanse detailhandelsverkopen in januari door het dak gingen met een stijging van +5,3% (maand-op-maand). Beleggers vreesden hierdoor een sterk oplopende inflatie met als gevolg dat de Amerikaanse centrale bank Federal Reserve (Fed) sneller dan verwacht de beleidsrente gaat verhogen.

Afgelopen week ging de nervositeit en turbulentie een versnelling hoger. De Amerikaanse 10-jaarsrente steeg van 1,20% naar 1,41%, na zelfs even de 1,60% te hebben aangetikt. De Duitse rente steeg eveneens, maar meer bescheiden met 0,1 procentpunt. En dat ondanks de lagere economische groei in de eurozone. Maar als het regent in New York dan druppelt het nu eenmaal bij ons.

Rotatie tussen sectoren

Door de oplopende lange Amerikaanse rente daalden de aandelenkoersen. Vooral technologiebeurs Nasdaq moest het ontgelden met een verlies van bijna -5%. Groeiaandelen zoals technologie-aandelen zijn traditioneel gevoeliger voor hogere rentes. De toekomstige winstgroei wordt dan door de hogere rentestand minder ‘waard’. In theorie is de waarde van een aandeel gelijk aan het terugrekenen van de winst naar het heden. Hoe hoger de rente, hoe lager deze berekening uitvalt.

Ook de bredere aandelenindices gingen in het rood, maar in beperkte mate. De S&P 500 en Stoxx Europe 600 verloren allebei -2,4%. Er zijn uiteraard ook bedrijven die profiteren van een hogere rentestand. Denk hierbij aan banken en verzekeraars. Hun aandelen stegen en dat bood compensatie voor het verlies bij andere aandelen.

Uiteindelijk lieten de aandelenmarkten geen al te gekke koersbewegingen zien. We zagen meer een rotatie tussen sectoren plaatsvinden in plaats van een ‘massaal’ uitstappen door beleggers. Toch werd de volatiliteit op aandelenmarkten druk becommentarieerd door analisten. Na de corona-klap bereikten beurzen eind maart 2020 hun dieptepunt. Ruim fiscaal en monetair beleid door overheden en centrale banken, later aangevuld met vaccins tegen een coronabesmetting, zetten vanaf dat moment een turbo op de aandelenkoersen. Sommige economen en analisten vragen zich af of dat feestje nu voorbij is?

Fileren met omzichtigheid

Beweegredenen van beleggers fileren moet met de nodige slagen om de arm gebeuren. Het lijkt erop, dat het vorige week niet zozeer de bezorgdheid over een uit de hand lopende Amerikaanse inflatie was die beleggers bezighield. De inflatieverwachting voor de komende twee jaar liep weliswaar op, maar beperkt van 2,26% naar 2,33%. De verwachte inflatie voor de komende vijf jaar maakte zelfs een omgekeerde beweging en daalde van 2,33% naar 2,28%.

Vooral de vrees dat de Federal Reserve sneller dan verwacht de beleidsrente optrekt als de economische groei versnelt, speelde financiële markten parten. Beleggers prijzen nu een renteverhoging binnen de twee jaar in. De Fed zelf denkt dat het de rente niet verhoogt vóór eind 2023.

Fed-voorzitter Jerome Powell benadrukte nog een keer dat inflatie de komende jaren, door tussentijdse schommelingen heen, geen kwestie is. Daarom is er volgens hem dan ook geen reden om de beleidsrente sneller op te trekken.

Powell heeft gelijk, of niet.

Stel nu dat Fed-baas Powell gelijk heeft. Dan gaat een zich heropenende en aantrekkende economie gepaard met een aanhoudend lage beleidsrente. Dat is gunstig voor aandelen.

Stel dat Powell géén gelijk heeft. Dat zowel de inflatie als rente geleidelijk en structureel omhoog gaan. Door een stijgende rente ondervinden aandelen dan meer tegenwind. Tegelijkertijd betekent hogere inflatie méér nominale groei, méér economische dynamiek en hogere bedrijfswinsten. Wat dan het sentiment voor aandelen toch weer steunt.

Natuurlijk mogen opwaartse rente- en inflatiebewegingen niet de spuigaten uitlopen. Maar daar ziet het niet naar uit. Zo zijn de structurele krachten die de inflatie de afgelopen decennia drukten niet plotseling verdwenen.

Bovendien is een wat hoger algemeen prijspeil precies datgene waar (monetaire) beleidsmakers al lang naar streven. Als de prijsstijging verloopt conform wat markten nu inprijzen, dan hoeft er per saldo geen probleem te zijn. Ondanks een wat hogere obligatierente. Dat is in onze ogen draagbaar.

Het cliché dat beurzen tussentijds best wel eens volatiel kunnen zijn, is niet voor niets een cliché. Zeker in de huidige omstandigheden bevat het veel grond van waarheid. Maar bovenstaande korte analyse zegt vooral, dat die tijdelijke en soms heftige koersschommelingen, niet verward moeten worden met een bear market. Een markt waarin koersen in een structureel daling staan.

Voor structureel dalende koersen is het momenteel niet de economische omgeving. Een aanvullend aspect is dat er nog steeds veel kapitaal aan de zijlijn staat dat wacht om belegd te worden in aandelen. Beleggers kijken bij enige koerscorrectie nog steeds met kopersogen naar de aandelenmarkt.

En verder op de macro-economische agenda

Verenigde Staten onder een vergrootglas

Met hun vrees voor een hogere rente bekijken beleggers de economische gegevens uit de VS met méér dan gemiddelde belangstelling. De komende dagen zijn dat vooral de ISM-inkoopmanagersindices en het nieuwe arbeidsmarktrapport.

Nu de Amerikaanse vaccinatiecampagne vaart maakt (21% van de populatie kreeg al een prik), steeds meer staten de restricties beperken en er opnieuw een steunpakket voor economie en burgers aankomt, kan de banenmotor weer aanslaan. De periode augustus-oktober 2020 leerde ons hoe snel het dan kan gaan. Toen kwamen er maandelijks ongeveer één miljoen banen bij. Zo’n vaart zal het in de voorbije vier weken nog niet hebben gelopen, maar de weg naar het herstel is ongetwijfeld ingezet.

In het licht van de zorgen over inflatie is het bij de ISM-indices (een barometer voor het economisch sentiment bij inkoopmanagers) uitkijken naar de onderliggende cijfers die het (verwachte) prijsverloop peilen. Met name in de industrie liep de druk op de prijzen de laatste maanden op door tijdelijke factoren zoals de verschuiving in (online) koopgedrag van goederen naar diensten en hogere vrachttarieven.

Mouwen opstropen

Op de macro-economische agenda voor Europa staan de inflatiecijfers voor februari en de detailhandelsverkopen en werkloosheid in januari. Wij verwachten daarbij weinig verandering van het huidige beeld. De crash die de olieprijs een jaar geleden inzette is pas vanaf de volgende maanden zichtbaar in het inflatiecijfer.

Op de Europese arbeidsmarkt verhinderen maatregen zoals tijdelijke werkloosheid - vooralsnog? -  een forse verslechtering van de werkgelegenheid. Wellicht komt de grotere impact nog bij de afbouw van die beschermingsmaatregelen. Hoewel dat naar verwachting geleidelijk zal plaatsvinden.

Waar geleidelijkheid geen goede zaak is, is bij het tempo van de coronavaccinaties. We kunnen niet anders dan nog maar eens herhalen dat dit dé economische parameter van belang is. In de eurozone is inmiddels gemiddeld 5% tot 7% van de bevolking gevaccineerd. Ontgoochelend weinig in vergelijking met de VS (21%) of het Verenigd Koninkrijk (30%). Tijd om de mouwen op te stropen. Letterlijk en figuurlijk.

De vrees voor een oplopende inflatie en stijgende rente houdt ook valutabeleggers bezig. Lees ook ons Valutanieuws met Valutabeleggers in spagaat tussen hoop en vrees.

 

Belangrijke macro-economische publicaties

Van 01 maart tot

en met 05 maart

Publicatiedag

Regio

Publicatie van

Periode

Consensus

Maandag

VS

ISM Manufacturing

Feb

58,8

Dinsdag

Eurozone

CPI-inflatie YoY (flash)

Feb

1,0%

 

 

CPI kern-inflatie YoY (flash)

Feb

1,1%

Woensdag

China

Caixin Services PMI

Feb

51,7

 

VS

ISM Non-Manufacturing

Feb

58,7

Donderdag

Eurozone

Detailhandelsverkopen YoY

Jan

-1,2%

 

 

Werkloosheid

Jan

8,3%

 

VS

Fabrieksorders MoM

Jan

2,1%

Vrijdag

VS

Banencreatie (non farm)

Feb

165K

 

 

Gemiddeld uurloon YoY

Feb

5,3%

 

 

Werkloosheid

Feb

6,%

Luc Aben
Luc Aben
Hoofdeconoom
Login page tracking pixel