Luc Aben kijkt uit naar economische cijfers eurolanden

Luc Aben
Luc Aben
Hoofdeconoom
  1. Inspiratie
  2. Beleggen
  3. Luc Aben kijkt uit naar economische cijfers eurolanden

Luc Aben kijkt uit naar economische cijfers eurolanden

25 januari 2021
Het sentiment voor de dienstensector is somber, positief over de industriesector.

Het sentiment voor de dienstensector is somber, positief over de industriesector.

 

En verder:

  • ECB houdt handen vrij voor ruimer monetair beleid
  • Fed zal monetair beleid niet plotsklaps omdraaien
  • Spaargeld Amerikanen wacht op te worden uitgegeven

Europese aandelenmarkten eindigden vorige week in mineur. Beleggers keken toch een beetje moedeloos naar de nieuwe cijfers over het economisch vertrouwen onder inkoopmanagers (Markit PMI’s). Nochtans leverden die min of meer het verwachte beeld op. Een dienstensector die in het slop zit, met een industriesector die zich degelijk houdt.

De sentimentsindicatoren van de Europese Commissie zullen donderdag hetzelfde beeld opleveren. Net als de Duitse IFO-indicator, die maandag wordt gepubliceerd en het vertrouwen in de economie bij Duitse ondernemers meet.

Wij kijken uit naar de eerste inschattingen van de economische groei of krimp in het laatste kwartaal van 2020 en hoe die door financiële markten worden ontvangen. Een hele reeks landen komt deze week met groeicijfers naar buiten: België, Frankrijk, Duitsland, Spanje en Oostenrijk.

De verwachtingen gaan van stabilisatie van de economie (kwartaal-op-kwartaal) voor Duitsland tot -4,0% krimp van de economie voor België en Frankrijk. Het cijfer voor de totale eurozone (publicatie op 2 februari) komt wellicht ergens tussen -1,5% en -2,0%  uit. 

 

Amerikaanse centrale bank stelt gerust

De Europese Centrale Bank (ECB) nam zoals verwacht vorige week geen nieuwe maatregelen voor  zijn monetaire beleid. De rode draad in de persconferentie achteraf waren vage bewoordingen als ‘we streven naar gunstige financieringsvoorwaarden’ en ‘we hanteren een holistische benadering’. Die vaagheid impliceert dat de centrale bankiers hun handen vrij houden om in de toekomst door te schakelen als ze dat nodig vinden. Als dat gebeurt, dan is het eerder naar méér dan naar minder monetaire verruiming.

Bij de centrale bank in de Verenigde Staten, de Federal Reserve (Fed), is de situatie anders dan bij de ECB. Daar maken beleggers zich af en toe zorgen over minder monetaire verruiming door de Fed. Bijvoorbeeld het terugschroeven van de obligatie-opkoopprogramma’s. De redenering is dat de massale begrotingssteun tot fors hogere inflatie leidt na heropening van de Amerikaanse economie. Dan zal de Federal Reserve op de rem gaan staan.

Na de nieuwe beleidsvergadering van de Fed aanstaande woensdag zal voorzitter Jerome Powell ongetwijfeld vragen krijgen over de dreiging van een hogere inflatie en het verkrappen van het monetaire beleid. Hij komt naar verwachting met een voor de financiële markten geruststellend antwoord.

 

Nog lange weg naar economisch herstel

Het is de Federal Reserve zélf die regelmatig gevraagd heeft om een nóg actiever begrotingsbeleid. Als er significante overheidsinitiatieven komen om de Amerikaanse economie door de coronacrisis te helpen, zoals de 900 miljard dollar steun eind vorig jaar en het voorstel van president Biden voor een additionele 1.900 miljard dollar, dan is het gek om onmiddellijk een afremmend monetair beleid in het vooruitzicht te stellen. Eerder deze maand heeft Powell de financiële markten al gerustgesteld. Een plotselinge ommezwaai in het monetaire beleid veroorzaakt veel schade, stelde hij. 

Bovendien is de weg naar het economisch herstel nog lang. Wij verwachten dat de Amerikaanse economie in het eerste kwartaal van 2022 de corona-schade heeft ingehaald. Dat wil zeggen: terug op het niveau van eind 2019. Voor de arbeidsmarkt echter hoeft dat niet noodzakelijk het geval zijn, daar kan het nog langer duren.

 

Op de macro-economische agenda

Magazijnen vol spaargeld

De gemiddelde Amerikaan spaart momenteel bijna 13% van zijn inkomen. Vóór de coronapandemie schommelde  de zogenoemde spaarquote rond 7%. Het huidige hoge percentage is mede een gevolg van de overheidssteun voor burgers. Amerikanen potten de steun deels op.

Cijfers over persoonlijke inkomens en bestedingen van Amerikanen staan voor vrijdag op de agenda. Omdat die op december 2020 betrekking hebben, weerspiegelen ze de meest recente steunmaatregelen niet. Bij de januari-cijfers over enkele weken is dat wel het geval en het spaarvolume zal dan verder zijn opgelopen.

Veel gelegenheid om het extra geld van de overheid uit te geven hebben Amerikanen niet in een samenleving die grotendeels op slot zit. Die grote massa liquiditeiten kan dienen als brandstof voor de aandelenmarkten en koersen opstuwen. We zagen dat in maart en april vorig jaar, toen de particuliere belegger na ontvangst van de overheidscheques massaal de aandelenmarkten opzocht. 

Natuurlijk is dit spaarvolume niet evenredig verdeeld over de bevolking. Maar er staan hoe dan ook magazijnen vol financiële reserves om uit te geven in de tweede jaarhelft.

Een evidente voorwaarde voor de consument om zijn spaargeld uit geven is een enigszins vlot verloop van de coronavaccinaties. Biden wil dat er in de eerste 100 dagen van zijn ambtstermijn, 100 miljoen prikken in de arm gaan. Dat lijkt haalbaar, is zelfs en minimum. Momenteel is het tempo al 800.000 vaccinaties per dag. Net als in onze contreien is er ook in Amerika nog wel wat ruimte om de efficiëntie van vaccinatieprogramma naar een hoger niveau te tillen.

 

Amerikaanse economie net in de plus

De Amerikaanse consumptie ondervindt sinds de laatste maanden van 2020 hinder van de nieuwe coronabesmettingsgolf en de beperkende maatregelen. Dat blijft voorlopig wegen op het brede economische momentum. Toch blijft de eerste inschatting voor de groei van de Amerikaanse economie in het vierde kwartaal 2020 naar verwachting in de plus (publicatie donderdag). Dat is vooral te danken aan de industrie.

 

China wacht op rest van de wereld

Wij stippen voor deze week ook nog cijfers van officiële Chinese statistische bureau aan over het sentiment onder Chinese inkoopmanagers. Met naar verwachting stabiele cijfers. Dat wil zeggen: in de groeizone, maar wachtend op aantrekken van de economie in de rest van de wereld om opnieuw méér momentum te krijgen.

 

 

 

Belangrijke macro-economische publicaties

Van 25 januari tot

en met 29 januari

Publicatiedag

Regio

Publicatie van

Periode

Consensus

Maandag

Duitsland

IFO-indicator

Jan

81,8

Woensdag

VS

Orders duurzame goederen MoM

Dec

0,9%

 

 

Fed-beleidsbijeenkomst

 

 

Donderdag

Eurozone

Economic Sentiment

Jan

89,5

 

VS

BBP (1ste schatting) op jaarbasis

4Q20

4,0%

 

 

CB Leading Indicator MoM

Dec

0,3%

Vrijdag

Eurozone

Kredieten  gezinnen YoY

Dec

3,2%

 

 

Kredieten ondernemingen YoY

Dec

 7,0%

 

VS

Persoonlijke inkomens MoM

Dec

0,1%

 

 

Persoonlijke bestedingen MoM

Dec

-0,4%

Zondag

China

NBS Manufacturing PMI

Jan

51,5

 

 

NBS Services PMI

Jan

55,4

 

 

Luc Aben is hoofdeconoom bij Van Lanschot.

 

Luc Aben
Luc Aben
Hoofdeconoom