Hoofdeconoom
Luc Aben vraagt zich af of inflatiedoel van 2% nog realistisch is
Is het huidige extreem ruime monetaire beleid van de ECB nog te verantwoorden?
En verder:
- Gaan centrale bankiers de rente normaliseren?
- Geen hoge verwachtingen voor ondernemersvertrouwen in eurozone
- Graag eensluidende cijfers over ondernemersvertrouwen in VS
Het laatste inflatiecijfer uit de eurozone, dat van de maand november, sprong naar 1,3%. Ook de kerninflatie, dat is de inflatie zonder de beweeglijke energie- en voedselprijzen, bereikte dat niveau. De hoogte van de inflatie is niet spectaculair, maar wel voldoende om de laatste marktpartijen die nog rekenden op een verdere renteverlaging door de Europese Centrale Bank (ECB) in 2020 de handdoek in de ring te laten gooien. Zowat iedereen gaat er nu vanuit dat de ECB zijn monetaire beleid dit jaar niet verandert. Ook wij vinden dat een redelijk uitgangspunt.
Wij verwachten niet dat de inflatie in de eurozone snel structureel hoger wordt. Daarvoor ontbreekt - op dit moment - de stuwkracht uit de economie.
Strategische oefening bij de ECB
De ECB kan zich de komende tijd concentreren op zijn strategische doelstelling(en). Momenteel is dat nog een inflatie van bijna 2% proberen te bereiken. Dat werd door de centrale bank in 2003 vastgelegd.
Ondertussen is de wereld echter veranderd. Denk aan de deflatoire krachten uit de globalisering van de economie of van technologische (r)evoluties. Dat werpt de vraag op of een inflatiedoelstelling van 2% nog wel realistisch is?
Is het antwoord op die vraag ‘nee’, dan komt de vervolgvraag wat dit betekent voor het monetaire beleid van de ECB? Is het huidige extreem ruime monetaire beleid nog te verantwoorden, als er tóch weinig ‘gevaar’ voor een ontsporende inflatie zou zijn?
Of zullen de centrale bankiers eerder overgaan tot enige normalisering van de rente, omdat de doelstelling van 2% inflatie tóch niet structureel haalbaar is via massale monetaire maatregelen? Om op die manier in ieder geval te proberen een aantal vervelende neveneffecten van de lage rente te counteren.
Zonder vooruit te lopen op de discussie over een realistisch inflatiedoel, laat staan op de uitkomsten daarvan, is de reactie er wellicht eerder een van aanhoudende soepelheid in het geldbeleid. De eurozone heeft immers nood aan een hoger groeitempo. Een striktere monetaire houding helpt daar niet bij. Wordt de komende maanden ongetwijfeld vervolgd.
Macro-economische agenda
Er is deze week een niet zo volle macro-economische agenda. Op donderdag staat een beleidsvergadering van de ECB op de rol. Vrijdag krijgen we de (eerste inschatting van) Markit PMI’s voor januari, dat is het vertrouwen in de economie bij inkoopmanagers. Deze cijfers komen voor zowel de eurozone als de Verenigde Staten.
Eurozone: ondernemersvertrouwen in dienstensector belangrijk
In de eurozone bivakkeerde het industriële ondernemersvertrouwen (Manufacturing PMI) bijna heel 2019 onder de kritische score van 50. Na een kleine heropleving in november, viel het vertrouwen in de laatste maand van het jaar toch weer terug.
Ook de verwachtingen voor het ondernemersvertrouwen in januari zijn niet hooggespannen. Beleggers zijn al te tevreden zijn met een licht hogere uitkomst. Het is belangrijk dat het vertrouwen bij inkoopmanagers in de dienstensector (Services PMI) degelijk blijft. Het was de dienstensector die de Europese economie in 2019 in de groeizone hield. Zolang de industrie niet echt meehelpt blijft dat zo.
Verenigde Staten: Markit PMI of ISM?
Ook in de VS staan de Markit PMI’s op de agenda, met net als in de eurozone veel aandacht voor het economisch vertrouwen van ondernemers in de industrie.
Na een dip in de zomermaanden vond de Markit Manufacturing PMI sinds september weer de weg omhoog. Echter, de soortgelijke ISM-index vertoonde een tegenovergesteld beeld. Dat voedde regelmatig de vrees voor een aankomende recessie in Amerika.
De vraag is welke van de twee indices het bij het rechte eind heeft? Regionale vertrouwensindicatoren en de feitelijke (productie)cijfers suggereren dat de ISM-index het te zwart inziet. Wat niet wegneemt dat een bevestiging ervan door de Markit PMI deze week goed zou zijn voor het vertrouwen onder beleggers.
Belangrijke macro-economische publicaties |
Van 20 januari tot en met 24 januari |
|||
Publicatiedag |
Regio/land |
Publicatie van |
Periode |
Consensus |
Dinsdag |
Duitsland |
ZEW-index |
Jan |
15 |
Donderdag |
Eurozone |
ECB-beleidsvergadering |
|
|
|
|
EC Consumentenvertrouwen |
Jan |
-7,6 |
|
|
CB Leading Indicator MoM |
Dec |
-0,2% |
Vrijdag |
Eurozone |
Markit PMI Manufacturing (flash) |
Jan |
48,8 |
|
|
Markit PMI Services (flash) |
Jan |
52,8 |
|
VS |
Markit PMI Manufacturing (flash) |
Jan |
52,5 |
|
|
Markit PMI Services (flash) |
Jan |
52,7 |
Luc Aben is hoofdeconoom bij Van Lanschot.
Hoofdeconoom