Prego, Luc Aben relativeert de Italiaanse begroting

  1. Inspiratie
  2. Beleggen
  3. Prego Luc Aben relativeert de Italiaanse begroting

Prego, Luc Aben relativeert de Italiaanse begroting

01 oktober 2018
Los van het absolute cijfer is vooral belangrijk hoe de Italiaanse begroting is samengesteld.

Los van het absolute cijfer is vooral belangrijk hoe de Italiaanse begroting is samengesteld.

 

Italië prikt zijn begrotingstekort voor 2019 op 2,4%. Dat is fors hoger dan de doelstelling van de vorige regering, die had 0,8% afgesproken met de Europese Commissie. Het is ook fors hoger dan de maximale drempel van 1,6%, waar Minister van Financiën Giovanni Tria eerder over sprak. Tria geldt als een onafhankelijke, gematigde stem in de populistische regering van Lega en de Vijfsterrenbeweging. Maar een stem die nu het onderspit delft. De beoogde 2,4% ligt zelfs aan de bovenzijde van de vork van 2,0% tot 2,5% die de populistische regeringspartijen hadden vooropgesteld.

Tegelijkertijd komt het begrotingstekort niet boven de magische 3% van de eurozone en het leidt niet tot een onmiddellijke crisis op de financiële markten. Die rekenden al op een dergelijke uitkomst.

Medio oktober gaat het Italiaanse begrotingsvoorstel naar de Europese Commissie die er een oordeel over moet vellen. Ongetwijfeld start er dan een periode van onderhandelingen. Zonder wijzigingen plaatst de Commissie Italië wellicht op het strafbankje. Of het uiteindelijk ook tot een boete komt, is weer iets anders. Ook in het verleden is die stok achter de deur meestal gewoon achter de deur blijven staan. Italië is bovendien de derde economie van de eurozone en grote landen kunnen zich vaak iets meer permitteren.

 

Geen eurocrisis

Wij verwachten niet dat Italiaanse begrotingsperikelen tot een nieuwe opflakkering van de eurocrisis leiden. Ten minste, niet onmiddellijk. Vorige week vrijdag liep de rente op Italiaans staatspapier weliswaar op, maar de Spaanse of Portugese rente bewoog nauwelijks. Voorlopig is er geen sprake van enige besmetting door de Italiaanse koorts. Bovendien wil Italië van een primair surplus (het begrotingssaldo exclusief rentebetalingen) van 1,8% van het bruto binnenlands product (bbp) naar een surplus van 1,3% gaan. Toegegeven, het is een verslechtering, maar onmiddellijk de vergelijking maken met Griekse toestanden is op dit moment zwaar overdreven.

 

We hebben veel reden om te twijfelen bij de Italiaanse begroting

 

Daarnaast schommelt de economische groei in de eurozone momenteel rond de twee procent. Dat helpt financiële markten om de kalmte te bewaren. De vraag is echter wat er gebeurt als we op enig moment opnieuw in een recessie komen. Economische groei verloopt nu eenmaal in golfbewegingen. Wat betreft economische groei is Italië de zwakkere broeder van de eurozone en loopt bij een mondiale groeivertraging relatief de hardste klappen op. De gewenste structurele hervormingen van de Italiaanse economie zijn uitgebleven en dat maakt het land kwetsbaar. En met een staatsschuld van 131% van het bbp beschikt Italië niet over veel marge om een groeivertraging of recessie te counteren.

 

Wordt vervolgd

Op dit moment beschikken we over onvoldoende details om een ultiem oordeel te vellen over het Italiaanse begrotingsvoorstel. We tasten nog in het duister over de uitgangspunten van deze financiële oefening, bijvoorbeeld van welk groeipercentage de regering is uitgegaan?

Los van het absolute cijfer, is het immers vooral belangrijk hoe een begroting is samengesteld. In welke mate wordt een begroting bezwaard door directe uitgaven en in welke mate gaat het over investeringen in de toekomst zoals infrastructuur. Een begrotingscijfer is één ding. Hoe er gebouwd wordt aan een flexibele en veerkrachtige onderliggende economische structuur is een ander ding. Dat is uiteindelijk misschien wel het belangrijkste. We hebben veel redenen om twijfels te hebben bij het Italiaanse begrotingsvoorstel, maar ondanks de eerste marktreactie kunnen we op dit moment niets anders zeggen dan: wordt vervolgd.

 

Er volgen ongetwijfeld onderhandelingen met de Europese Commissie

 

Macro-economische agenda: focus op Amerikaanse cijfers

In de macro-economische agenda deze week staat een nieuw Amerikaans arbeidsmarktrapport met stip genoteerd. Een belangrijk onderdeel van dat rapport is het verloop van de uurlonen. Vorige maand vertoonden die een kleine versnelling tot 2,9% aantrekking op jaarbasis. Wij zien tal van signalen die wijzen op komende, verdere loonstijgingen. 38% Van de Amerikaanse mkb’ers kon in augustus de openstaande vacatures niet invullen en dat is een recordstand. Ook het aantal Amerikanen dat vrijwillig van baan verandert zit op het hoogste niveau sinds 2001. Een beweging die vaak wordt ingegeven door een beter salarisperspectief.   

Hogere lonen kunnen leiden tot hogere inflatie en rente wat uiteindelijk vervelend kan uitpakken voor aandelenkoersen. Dat werd medio januari van dit jaar geïllustreerd. Toen inflatievrees de rente op tienjarig Amerikaans staatspapier richting 3% stuurde, corrigeerden aandelenkoersen.

De Amerikaanse lange rente heeft zich sinds begin dit jaar net boven de drempel van 3% genesteld. Sterke arbeidsmarktcijfers kunnen dat niveau nog wat verder omhoog duwen. Toch vrezen we niet onmiddellijk dat zo’n beweging uit de hand zal lopen. Zo heeft de Amerikaanse centrale bank Fed op een geloofwaardige manier duidelijk gemaakt dat ze klaar staat om zijn beleidsrente verder op te trekken. Om een oververhitting van de Amerikaanse economie en het inflatieniveau tegen te gaan.

Er komen deze week ook cijfers over het Amerikaanse ondernemersvertrouwen (ISM) naar buiten. Zowel uit de dienstensector als de industrie verwachten wij een aanhoudend hoge score. De industrie kan bij de export langzaamaan last krijgen van de hogere dollar. Maar over de volledige Amerikaanse economie bekeken wordt dat gecompenseerd door de op het binnenland gerichte dienstensector. Zodoende blijft het totaalplaatje in lijn met het optimistische verhaal over de Amerikaanse economie dat Fed-baas JeromePowell vorige week vertelde. 

 

 

Luc Aben is hoofdeconoom bij Van Lanschot.