De 5 belangrijkste aandachtspunten van Prinsjesdag 2018

  1. Inspiratie
  2. Beleggen
  3. De 5 belangrijkste aandachtspunten van Prinsjesdag 2018

De 5 belangrijkste aandachtspunten van Prinsjesdag 2018

19 september 2018
Wat de belastingplannen van het kabinet betekenen voor uw vermogen.

Wat de belastingplannen van het kabinet betekenen voor uw vermogen.

 

Als de Eerste en Tweede Kamer akkoord gaan met het Belastingplan 2019 dan treden er enkele wijzigingen per 1 januari 2019, maar ook in de jaren daarna, in werking. Wat gaat er veranderen en wat betekent dat voor u? De vijf belangrijkste aandachtspunten:

 

1. Eigen woning

Eén van de meest in het oog springende maatregelen uit het regeerakkoord was de versnelde afbouw van de hypotheekrenteaftrek en deze wordt nu ook geformaliseerd in het Belastingplan 2019. De aftrek van de hypotheekrente wordt versneld in stapjes afgebouwd van 49,5% in 2018 naar circa 37% in 2023. Wel daalt de bijtelling voor het eigenwoningforfait van 0,7% naar 0,45%, maar alleen tot een WOZ-waarde van € 1.060.000. De ‘villataks’ van 2,35% voor de WOZ-waarde boven deze grens blijft bestaan.

Verdient u meer dan circa € 68.500? Dan betaalt u straks 49,5% over die bijtelling, terwijl de rente maar tegen 37,05% aftrekbaar is. Als u een fiscale partner heeft, dan mag u het eigenwoningforfait en de aftrek van de hypotheekrente ook opgeven bij degene met het laagste inkomen, wat mogelijk voordeliger is. Zeker als er sprake is van een lage hypotheek ten opzichte van een hoge WOZ-waarde.

Vorig jaar was al vast komen te staan dat per 1 januari 2019 de Wet Hillen in dertig jaarlijkse stappen wordt afgebouwd. Ook hier geldt, dat als u een fiscale partner heeft het interessant kan zijn om deze bijtelling te laten plaatsvinden bij degene met het laagste inkomen.

 

 

2. Vlaktaks: twee tarieven

De huidige vier tarieven in de inkomstenbelasting worden stapsgewijs vervangen door twee tarieven in 2021. Tot circa € 68.500 betaalt u dan het basistarief van circa 37% en daarboven het toptarief van 49,5%. Mensen die de AOW-leeftijd hebben bereikt, krijgen een extra eerste schijf tegen het tarief van 19,15%. Zij hoeven immers geen AOW-premie meer te betalen. Dit is nu overigens ook al het geval.

 

3.Verlaging tarief aftrekposten

Voor bepaalde aftrekposten zoals partneralimentatie en giften aan goede doelen met een ANBI-status daalt de aftrek naar maximaal het basistarief. Waar nu nog sprake is van een aftrek tegen circa 52% daalt dit stapsgewijs naar 37,05% in 2023. Aftrekposten zoals arbeidsongeschiktheidspremies en lijfrentepremies blijven daarentegen wel aftrekbaar tegen het toptarief.

 

4. Verhoging lage btw-tarief

Volgens het regeerakkoord wordt in 2019 het lage btw-tarief van 6% naar 9% verhoogd. Door deze verhoging worden dagelijkse boodschappen iets duurder.

 

5. Box 3

De tarieven en de vrijstelling in box 3 blijven ongewijzigd. Per persoon blijft de vrijstelling € 30.000 en het tarief 30%. Wel zal het tarief in 2019 door de jaarlijkse aanpassing van de rendementen veranderen. De aanpassing zal voor box 3-vermogen boven circa € 100.000 leiden tot een verhoging van de belastingdruk.

 

(Geschreven naar de stand van zaken op 19 september 2018.)

 

Meer weten?

Hanneke Kroonenberg - hoofd kenniscentrum Van Lanschot – schrijft regelmatig artikelen over vermogensregie. Wilt u meer weten over het Belastingplan 2019? Neemt u dan contact op met haar via j.kroonenberg@vanlanschot.com. Bent u DGA? Lees dan ook Prinsjesdag 2018: 3 belangrijke aandachtspunten voor DGA’s.