Luc Aben weegt de Turkije-crisis

  1. Inspiratie
  2. Beleggen
  3. Luc Aben weegt de Turkije-crisis

Luc Aben weegt de Turkije-crisis

13 augustus 2018
Turkije is in een regelrechte valutacrisis terechtgekomen.

Turkije is in een regelrechte valutacrisis terechtgekomen.

Afgelopen jaar verloor de Turkse lira al meer dan 50% van zijn waarde tegenover de euro. Een beweging die de laatste dagen meer aan kracht won. Op dit moment brengen we naar aanleiding van Turkije geen wijzigingen aan in ons beleggingsbeleid. Daarvoor is de economische relevantie van het land te klein. Wel wijzen we op mogelijk meer koersturbulentie voor de opkomende markten. 

Centrale bank moet acteren!

Na de mislukte staatsgreep van 2016 en de golf terroristische aanslagen, kwam de Turkse economie tot stilstand. Het bekende receptuur van beleidsmakers;  een ruimer begrotingsbeleid, met onder meer lagere belastingen en grootscheepse infrastructuurwerken, moest de zaak vlot trekken. In zekere zin lukte dat ook. De werkloosheid dook van 13% onder de 10%. De consumptie gaf de groei een bijkomende duw. Echter ‘vergaten’ de monetaire beleidsmakers op de rem te trappen waardoor de inflatie de bocht uitvloog, tot bijna 16% ondertussen. Zo’n situatie vraagt om een hogere rente. Maar precies dat gebeurde niet. De Turkse centrale bank trad niet op. Onder politieke druk.

Vertrouwen in Turkije is weg

Vanaf mei grepen de centrale bankiers alsnog in. Fors zelfs. Om de lira te verdedigen, ging de beleidsrente van 8,0% naar 17,75%. Maar het kalf was reeds verdronken. Markten hadden het geloof in de onafhankelijkheid van de centrale bank, en de Turkse ‘instituties’ in het algemeen, verloren. Zeker na de verkiezingen van juni en na de aanstelling van de schoonzoon van Erdogan als de nieuwe minister van financiën. Dit alles bracht meer vraagtekens omtrent de onafhankelijkheid van de centrale bank en de politiek. Politieke commentaren die de schuld voor de problemen bij speculanten en buitenlandse complotten leggen, hielpen ook al niet om het vertrouwen te herstellen. Amerikaanse sancties ter vergelding voor de gevangenschap van een predikant, betekenden vorige week de spreekwoordelijke druppel.

De opties voor een (aanzet tot) oplossing

De eerste enigszins hoopvolle reactie kwam gisterenavond van de minister van financiën. Vandaag zouden maatregelen aangekondigd worden om de markten te kalmeren. Dat is onvermijdelijk. De centrale bank is ondertussen ook begonnen met liquiditeitssteun aan Turkse banken.

De meest logische optie is om te proberen het vertrouwen in het (monetaire) beleid te herstellen door de rente verder op te trekken. In een poging de inflatie in te dammen. Natuurlijk zal dat de groei vertragen. Wat het geen populaire politieke beslissing maakt.

De tweede optie echter, is politiek nog minder makkelijk: toevlucht zoeken tot het IMF. Dit fonds verstrekt geen hulp zonder voorwaarden. Ongetwijfeld zouden die evenzeer een hogere rente en bezuinigingen omvatten. Zodat ook bij deze optie de groei in eerste instantie vertraagt. Met het bijkomende nadeel dat het inroepen van internationale hulp politiek gezichtsverlies betekent.

Dat gezichtsverlies is beperkter bij optie nummer drie: kapitaalcontroles. De mogelijkheden tot het verkopen van de lira dus beperken of zelfs onmogelijk maken. Los van de praktische moeilijkheden, biedt dat echter maar tijdelijk soelaas. De fundamentele problemen van een over-gestimuleerde economie, te hoge inflatie en niet-onafhankelijk monetair beleid blijven gewoon bestaan. Terwijl het land in de toekomst nog beroep zal moeten doen op buitenlands geldschieters. Turkije heeft een tekort op de lopende rekening. Dat betekent dat de Turken meer uitgeven aan het buitenland (bijvoorbeeld via invoer van goederen) dan dat ze verdienen aan dat buitenland. Dergelijk ‘gat in de portemonnee’ moet worden aangevuld. Door buitenlandse financiers…

Snelheid geboden en geen nieuwe EU-bankencrisis

De komende uren en dagen is het echter uitkijken welk recept Turkije zal toepassen. Dat moet geloofwaardig zijn. Omwille van Turkije an sich, maar vooral ook om verdere besmetting naar andere  (groei)landen te voorkomen.

Voor de eurozone betekent dit Turkije-verhaal slecht nieuws. Er duiken met name vragen op over de blootstelling van Europese banken. Overigens blijkt deze beperkt te zijn en bovendien geconcentreerd. Dus makkelijk aan te pakken. Wij denken niet dat we afstevenen op een nieuwe bankencrisis. Na de krediet- en eurocrisis bouwden banken grotere kapitaalbuffers op en zijn meer crisisbestendig. Wat niet wegneemt dat het om grote bedragen mét impact kan gaan.

Een vervelender effect op de korte termijn is wellicht de marktreactie op het Turkije verhaal. Het besmettingsgevaar van andere (groei)landen moet worden voorkomen. Want daar zit het grootste risico voor ons als belegger. Momenteel worden meerdere opkomende economieën geplaagd door valuta-zwakte om diverse economische redenen. Doordat beleggers geld terug trekken uit de opkomende markten kunnen munten van deze economieën (en beleggingen) in de verkoop gaan. Mogelijk niet helemaal terecht maar de liquiditeit en appetijt voor dit soort beleggingen is nu eenmaal matig. 

Zeker in tijden waarin de Federal Reserve van plan is haar beleidsrente verder op te trekken. Wat sowieso groeilanden al kwetsbaarder maakt voor ‘repatriëring’ van westers kapitaal richting de eigen ontwikkelde economieën. Wij nemen voor  de opkomende markten een afwachtende houding aan.

Op dit moment brengen we naar aanleiding van Turkije geen wijzigingen aan in ons beleggingsbeleid. Daarvoor is de economische relevantie van het land te klein. Bovendien herhalen we ons argument van de hogere Europese kapitaalbuffers bij banken.

Duitse en Chinese economie in vuurlinie handelsspanningen

Tot slot nog even wat overige punten op de macro-agenda van deze week.  Eerst en vooral morgen het Duitse groeicijfer over het tweede kwartaal. Recente data suggereren dat de Duitse economie al enige nadelige invloed ondervindt van de handelsspanningen. De binnenlandse vraag blijft degelijk. Zodat deze motor voor de Europese economie in 2018 de 2%-groeidrempel moet kunnen halen. Wat goed is, maar toch minder dan de 2,5% van vorig jaar.

Ook, en vooral, boven de Chinese economie hangt het zwaard van de handelsoorlog. Sowieso waren er de laatste tijd al signalen dat het wat trager ging. Beleidsmakers reageren met stimulerende plannen. Zoals het terugschroeven van de reserveverplichtingen voor banken (die dan méér kunnen uitlenen) of nieuwe infrastructuurwerken. Het duurt even voordat dit alles zichtbaar wordt in de cijfers. Deze week zal er dus nog geen effect merkbaar zijn in de nieuwe data over de kleinhandelsverkopen, industriële productie en investeringen.