Luc Aben zet centrale banken centraal

  1. Inspiratie
  2. Beleggen
  3. Luc Aben zet centrale banken centraal
beleggen wereldeconomie

Luc Aben zet centrale banken centraal

11 juni 2018
Naast Trump en Kim, eisen centrale banken de aandacht op. Luc Aben, hoofdeconoom bij Van Lanschot, neemt de komende week door.

En verder:

  • ECB bouwt af, maar laat het einde open
  • Angst dat sterkere euro economie hindert    
  • Fed zet de verwachte volgende rentestap
  • Chinese schulden blijvend aandachtspunt

De ECB (Europese centrale bank) koopt tot september maandelijks voor € 30 miljard obligaties op. Stilaan moet duidelijk worden wat er daarna zal gebeuren. Helemaal stoppen met die kwantitatieve verruiming? Het maandelijkse bedrag verminderen? En zo ja, gelijk ook een definitieve einddatum prikken? Of zo’n eindpunt toch nog open houden? Zodat de monetaire beleidsmakers enige flexibiliteit achter de hand houden, mochten de economische of politieke beren op de weg vervaarlijk beginnen grommen.

ECB bouwt af, maar laat het einde open

Wij denken dat de centrale bankiers van de eurozone zullen kiezen voor een geleidelijke vermindering van het maandbedrag. Maar het definitieve einde van het opkoopprogramma nog even open zullen houden.

Ten eerste is dat een mooi compromis tussen landen die eigenlijk al lang van het programma af willen (Duitsland, Nederland,…) en landen die het programma een warmer hart toedragen (Portugal, Italië,…). Ten tweede weet je maar nooit of de Europese economie degelijk blijft groeien in de tweede jaarhelft. Zo kregen we vorige week nog tegenvallende cijfers over de Duitse industriële productie. Ook het Italiaanse dossier en de internationale handelsperikelen kunnen roet in het economische eten strooien. Zodat het best begrijpelijk is dat de ECB nog wat troeven achter de hand wil houden.

Sterkere euro hindert de economie

Hoe dan ook, de ECB zal wellicht een nieuw stap(je) zetten richting een normaler monetair beleid. We schatten in dat de invloed op aandelen- en obligatiemarkten beperkt zal zijn. Op de valutamarkt kan er echter best een effect zijn. We zagen de voorbije week de euro al aansterken. Dit als reactie op de woorden van ECB-hoofdeconoom Peter Praet. Die schetste een tamelijk rooskleurig beeld over de Europese economische vooruitzichten en het behalen van de inflatiedoelstellingen van de ECB. Wat dus al voorsorteerde op een aankondiging dat de afbouw van het opkoopprogramma inderdaad nakende is.

Mocht de euro vérder aantrekken, dan kan dat vervelend zijn voor de groei in de eurozone. Zoals al gezegd, die valt dit jaar wat tegen. In een matig eerste kwartaal was de hoop nog dat eenmalige factoren hadden meegespeeld. Zoals het koude weer of de griepepidemie. Maar het lijkt erop dat er in het tweede kwartaal niet echt een versnelling aankomt.  We hadden het al over de tegenvallende Duitse industriële productie in de afgelopen maand mei. We hebben dan ook geen al te hoge verwachtingen voor datzelfde cijfer voor de gehele eurozone dat er overmorgen aankomt. Ongetwijfeld speelt hierin mee dat de euro de afgelopen twaalf maanden gemiddeld 8% duurder is tegenover de valuta van de belangrijkste handelspartners. We zien de euro in de nabije toekomst dus liever iets zwakker dan iets sterker noteren.

Fed neemt volgende rentestap

Hoe het de wisselkoers van de euro zal vergaan, met name dan tegenover de dollar, hangt natuurlijk ook af van de Amerikaanse Fed (Federal Reserve), die deze week vergadert. We verwachten dat de beleidsrente opnieuw een trapje hoger gaat. De Amerikaanse economie draait immers op volle toeren. En de inflatiedruk loopt langzaam op. Dat zal ook blijken als we morgen de nieuwe inflatiecijfers over de maand mei verwelkomen.

Naast de concrete rentestap, is ook de toelichting van de Fed belangrijk: hoeveel renteverhogingen komen er nog aan dit jaar? Wij gaan uit van twee. Op obligatiemarkten kan dat tussentijds voor nervositeit zorgen, maar uiteindelijk betekent een voldoende assertieve Fed dat de inflatie in toom blijft. Zodat de obligatierente niet al te fors zal toenemen, en de komende weken geen fundamentele bedreiging vormt voor aandelenkoersen. Wat niet wil zeggen dat het geen factor is om in de gaten te houden. De VS zit namelijk ver in de economische cyclus. En dan behoort het ‘doorschieten’ van de obligatierente altijd tot de mogelijkheden.

China schulden blijvend aandachtspunt

Tot slot nog even de blik op China. De recentste importcijfers van vorige week duiden opnieuw op een iets aantrekkende groei. Wellicht is die groeiversnelling tijdelijk. Om de luchtvervuiling in de winterperiode in de hand te houden, namen veel steden maatregelen. Die zijn nu opgeheven, zodat de industriële activiteit de draad weer oppikt. Als we donderdag de mei-data over de industriële productie ontvangen, zouden die dus best positief kunnen verrassen.

Onderliggend is dat echter geen reden om de verwachte Chinese groei voor dit jaar opwaarts te herzien. Zo blijft het een uitdaging om de schuldenberg aan te pakken. Dat gebeurt door gerichte maatregelen. Waardoor de kredietgroei weliswaar stevig blijft, maar het momentum sinds anderhalf jaar toch geleidelijk afneemt. Nieuwe cijfers van vanochtend over de uitstaande kredieten over de maand mei, illustreerden dat (+12,7% op jaarbasis). Ook de detailhandelsverkopen worden hierdoor geraakt. Die nemen op jaarbasis niet langer toe aan een ‘10%-plus percentage’ (cijfers donderdag). Zolang de Chinese groei echter niet té fors afkoelt, is dit allemaal niet zorgwekkend. Integendeel, op iets langere termijn is het enkel maar gezond om minder afhankelijk te zijn van schulden.