Hoofdeconoom Luc Aben blikt vooruit - week 49

Hoofdeconoom Luc Aben blikt vooruit - week 49

Voor zij die het vergeten waren, technologieaandelen kunnen ook dalen. Zo bleek vorige week. Op zich niet abnormaal dat beleggers wat winst nemen na de verschroeiende koersstijging van de voorbije maanden. Ook een kritisch analistenrapport over de chipsector speelde ongetwijfeld een rol.

Toch rijst de vraag of er daarnaast geen ‘bredere’ redenen van belang zijn. Verklaringen met een ‘macro-inslag’. Zoals het verwachte renteverloop bijvoorbeeld. Groeiaandelen, waarvan de technologiesector dé illustratie is, zijn immers niet ongevoelig voor de rente. Ze profiteren met name van een dalend rentepatroon. Om dat uit te leggen, even wat theorie.

Theoretische waardering aandelen

Veel technologiespelers hebben beloftevolle producten en maken daar nu al mooie winsten mee. Maar vaak hopen beleggers toch vooral op nieuwe toekomstige ontwikkelingen. Ze rekenen bijvoorbeeld op het disruptieve karakter van de technologiejongens. En de daaraan gekoppelde gouden financiële bergen die (soms heel ver) in de verte zichtbaar zijn. Die toekomstverwachtingen zijn doorslaggevend voor de waardering die de financiële markten aan technologische aandelen hangen.

Rentecomponent belangrijk

Nu, in theorie is de waarde van een aandeel niks anders dan het terugbrengen van toekomstige winsten naar het heden. Wat zijn, met andere woorden, die verwachte toekomstige winsten in centen van vandaag waard? In grote lijnen uitgedrukt, wordt die berekening gemaakt door de toekomstige winstcijfers te delen door de geldende rentestand. Het spreekt dan voor zich dat hoe lager in dit geval de rente is, hoe hoger de huidige waarde van de toekomstige winsten. En hoe groter dus de ‘theoretische’ waarde van het aandeel. Slotsom: groeiaandelen die hun waardering vooral moeten halen uit (verre) toekomstverwachtingen, profiteren van een dalende rente. Andersom zijn ze gevoelig voor (verwachte) rentestijgingen.

We verwachten niet dat de rente pijlsnel de hoogte in gaat. Noch in de VS, noch in de eurozone. Maar het is evident dat de kans op een hogere rente groter is dan op verdere dalingen. Het wereldwijde groeimomentum is goed, de Federal Reserve en ECB halen langzaam de voet van het gaspedaal, en met name in de VS zijn er signalen dat de inflatie hoger kan kruipen. Vanuit deze invalshoek is het dan ook geen wonder dat de groeispurt van techno-aandelen wat haperde.

Dit doet echter niks af aan het toekomstpotentieel van deze sector. Onze sectoranalisten blijven ervan uitgaan dat technologie, door alle tussentijdse schommelingen heen, een trekpaard van de beurs zal blijven. Maar ook trekpaarden moeten af en toe rusten.

Verenigde Staten

Hoe dan ook, het is vooral met de toekomst van de rente in het achterhoofd, dat we naar de macro-agenda van deze week kijken. Met als belangrijkste punt het Amerikaanse arbeidsmarktrapport op vrijdag.

Het aantal nieuwe banen is belangrijk. Dat zal wel goed zitten, afgaand op het ondernemersvertrouwen. Maar in het kader van het renteverloop, is de ontwikkeling van de (uur)lonen nóg belangrijker. Hogere lonen kunnen immers leiden tot hogere inflatie en in het verlengde daarvan een hogere rente.

Ondanks de lage werkloosheid bleven Amerikaanse uurlonen tot nu toe halsstarrig weigeren enig significant teken van leven te geven. Over het waarom tasten economen enigszins in het duister. Ook de Federal Reserve gaf al meermaals aan niet precies de vinger op de zere plek te kunnen leggen. Maar veelgehoorde denkrichtingen zijn de impact van globalisering en technologische ontwikkelingen. De eerste brengt werknemers van over de hele wereld met elkaar in concurrentie. De tweede gedachte maakt dat er simpelweg minder vraag naar arbeid is. Vooral minder vraag naar de minder geschoolde variant.

Toch denken we dat de wetten van de arbeidsmarkt niet dood en begraven zijn: bij aanhoudende economische groei zal een krappere arbeidsmarkt vroeg of laat in hogere (uur)lonen resulteren.    

Eerder in de week, dinsdagmorgen, werpt de ISM Non-Manufacturing index een blik op het ondernemersvertrouwen in de Amerikaanse dienstensector. Die sector is veruit het belangrijkst voor het globale economische plaatje. Enige terugval in het vertrouwen na de hoge scores van de vorige maanden zou niet uitgesloten zijn. Maar per saldo verwachten we dat de gemoedsstemming hoog blijft. De economie blijft het goed doen, beurzen floreren en er is zicht op lagere belastingen. 

Of zo’n belastinghervorming er uiteindelijk inderdaad komt, tot slot, hangt af van de Republikeinen in het Huis van Afgevaardigden en de Senaat. Ieder van beiden kamers in het Congres keurde reeds zijn versie van een belastingplan goed. De komende weken komt het erop aan of beide plannen samen te voegen zijn tot één definitieve visie. Een mislukking zou niet enkel een ontgoocheling voor de Republikeinse partij betekenen, maar ook voor aandelenbeurzen.

Europa

In de eurozone is de macro-agenda relatief leeg deze week. Het belangrijkst zijn de cijfers over de detailhandelsverkopen van oktober, die morgen verschijnen.

Ondersteund door de betere arbeidsmarkt, gaf de Europese consument de laatste maanden meer uit. Waarmee hij interne dynamiek gaf aan het economische herstel. Omdat het consumentenvertrouwen hoog blijft, rekenen wij erop uit dat ook de nabije toekomst voor de detailhandelsverkopen in de eurozone er rooskleurig uitziet.

Van Lanschot maakt gebruik van cookies voor een goede werking van de site, voor tracking en voor het bijhouden van statistieken. Gaat u verder op de site? Dan stemt u erin toe dat wij cookies plaatsen. Lees meer over cookies bij Van Lanschot