Hoofdeconoom Luc Aben blikt vooruit - week 44

Hoofdeconoom Luc Aben blikt vooruit - week 44

Iedereen heeft zo zijn eigen versie van ‘alternatieve feiten’.  Toen de ECB in het voorjaar haar maandelijkse aankopen van obligaties terugschroefde van € 80 miljard naar € 60 miljard, ontkende Mario Draghi stellig dat het hier om ‘tapering’ zou gaan.

Het woord ‘tapering’ is besmet

In 2013 had de Amerikaanse centrale bank nare ervaringen opgedaan met dat woord. De loutere aankondiging van dergelijke ‘tapering’ (het programma om de kwantitatieve verruiming geleidelijk af te bouwen en uiteindelijk stop te zetten) leidde tot flink wat nervositeit op financiële markten. Begrijpelijk dus dat Draghi met een grote boog rond het T-woord wilde heenlopen.

Vorige week deed hij dat opnieuw. De aankondiging om vanaf januari de maandelijkse € 60 miljard te halveren tot € 30 miljard, zouden we niet als ‘tapering’ mogen interpreteren. Daarvan is in de Draghi-logica slechts sprake als er een concrete datum zou zijn vastgesteld waarop het maandelijkse aankoopbedrag op nul komt. Dat is niet het geval. De centrale bank besloot immers om de kwantitatieve verruiming nog minstens tot september 2018 door te laten lopen. En wellicht zelfs langer. Draghi liet doorschemeren dat hij niet van de ene op de andere maand op nul euro extra obligatieaankopen wil terugvallen.

Beleggers slikten het verhaal als zoete koek: aandelenbeurzen gingen hoger, de euro en obligatierentes lager.

Voor aandelenbeleggers is dit alles dan ook goed nieuws. Het betekent dat in de eurozone de combinatie van een aantrekkende economie (komende donderdag staat het groeicijfer over het derde kwartaal op de agenda) en de gematigde inflatie nog wel even zorgt voor een aanhoudende lage rente.  

Balans van de ECB blijft groeien komende maanden

En zelfs daarna blijft de centrale bank voor lange tijd een belangrijke aankoopkracht uitoefenen in de obligatiemarkt. Na de fase van balansgroei volgt immers de fase waarin die balans stabiel wordt gehouden. Door aflopende obligaties systematisch te herbeleggen. Eventuele opwaartse rentedruk, bijvoorbeeld onder invloed van de Amerikaanse obligatiemarkt, wordt door dit alles onder controle gehouden. Wat op zijn beurt de belangstelling voor aandelen levendig kan houden.

‘Spectaculair’ Amerikaans banenrapport

Na het ECB-feestje vorige week, is overmorgen de Federal Reserve (Fed) aan de beurt. Recent zette voorzitter Yellen een verhoging van de beleidsrente in december opnieuw op de agenda. Tegen de marktverwachtingen in.

Ondanks de orkaanellende gaat het immers goed met de Amerikaanse economie. Dat bleek vrijdag ook weer, met het degelijke groeicijfer over het derde kwartaal. We verwachten dat deze week de ISM-cijfers (ondernemersvertrouwen) uit zowel de dienstensector als de verwerkende industrie dat beeld zullen bevestigen. Net als het banenrapport van komende vrijdag.

Dat banencijfer over de maand oktober zou zelfs spectaculair kunnen ogen. Met meer dan 350.000 ‘nieuwe’ arbeidsplaatsen. Hou er echter rekening mee dat dit cijfer niet geheel zuiver is. De maand voordien, in september, hielden Irma en Harvey een grote groep mensen thuis. Nu die de voorbije weken terug aan de slag konden, noteren statistici dat als een nieuwe baan. Wat niet echt zo is natuurlijk.

Hoe dan ook, gegeven het globale economische plaatje zal de Fed een verhoging van de beleidsrente voor het jaareinde wellicht gewoon op de agenda houden. Omdat een dergelijk scenario ondertussen zowat de consensus-verwachting is, verwachten we weinig invloed op financiële markten.

Nieuwe Fed-baas

Over de Fed gesproken, we moeten het tot slot hebben over de opvolging van Janet Yellen. Haar mandaat als voorzitter loopt begin februari af. De kans lijkt klein dat Trump haar opnieuw zal voordragen. Al was het maar om politieke redenen.

In de loop van deze week zal de president wellicht zijn voorkeur bekendmaken. Twee namen lijken belangrijke kanshebbers te zijn: huidig Fed-bestuurder Powell en academicus Taylor.

De impact op financiële markten kan best voelbaar zijn. Met name als de keus valt op Taylor. Hij staat immers gekend als een zogenaamde ‘havik’: een scherp criticus van het ruime geldbeleid van de voorbije jaren. Taylor wil het rentebeleid eerder sturen via een mechanische, technische formule. Vullen we die in met de economische parameters van vandaag, dan impliceert dat een beleidsrente van ongeveer 4%. Tegenover maximaal 1,25% volgens het huidige beleid. Het spreekt voor zich dat aandelenmarkten in een eerste reactie niet blij zijn met dergelijke rentevooruitzichten. De dollar zou er door aantrekken.

Toch lijkt het moeilijk in te denken dat een vastgoedmagnaat als Trump iemand zou voordragen die pleit voor een fors hogere rente. Bovendien zal er wellicht een verschil zijn tussen de mening van de ‘academicus’ Taylor en de ‘beleidsmaker’ Taylor. Zodat de soep niet zo heet hoeft te worden gegeten als deze wordt opgediend. Al was het ook maar omdat een Fed-voorzitter niet in zijn eentje over het monetaire beleid beslist. Maar hij of zij heeft wel invloed natuurlijk.

Van Lanschot maakt gebruik van cookies voor een goede werking van de site, voor tracking en voor het bijhouden van statistieken. Gaat u verder op de site? Dan stemt u erin toe dat wij cookies plaatsen. Lees meer over cookies bij Van Lanschot