Regeerakkoord Rutte III: Vennootschapsbelasting daalt, Box 2-tarief stijgt

Kitesurfers zee beleggen van lanschot

Het kabinet Rutte III wil het tarief voor de Vennootschapsbelasting (Vpb) met 4% verlagen. In drie jaar tijd (2019, 2020 en 2021) wordt het Vpb-tarief voor winsten tot € 200.000 verlaagd van 20% naar 16%. Voor winsten boven € 200.000 daalt het tarief van 25% naar 21%. Als u uw onderneming in een BV uitoefent is dat een welkome verlaging. Maar samen met de verlaging van het Vpb-tarief wordt ook een verhoging van het box 2-tarief voorgesteld. In 2020 gaat het box 2- tarief van 25% naar 27,3% en in 2021 naar 28,5%.

Wat is de impact van deze twee wijzigingen voor u als directeur-grootaandeelhouder (DGA)?

Verhoging Box 2-tarief

Als DGA hebt u niet alleen met Vpb te maken. Als u nettowinst als dividend naar privé uitkeert, bent u aanmerkelijk-belangheffing in box 2 verschuldigd. Nu is dat tarief 25%, maar dat wordt dus 28,5%. Vergelijken we de gecombineerde belastingdruk van Vpb en box 2 van nu en straks, dan zien we dat er niet zoveel verandert. Dus als DGA schiet u er fiscaal eigenlijk niet zoveel mee op.

Winst

Nu

Straks

0-200.000

40%

39,95%

> 200.000

43,75%

43,52%

Dividenduitkering doen vóór 2020?

Die gecombineerde druk geldt voor de toekomstige winsten. Maar hoe zit dat met de winsten die u in het verleden al hebt behaald, maar nog niet als dividend hebt uitgekeerd? Als u die gereserveerde winsten vóór 2020 uitkeert, is de heffing 25%, bij uitkering vanaf 2021 wordt dat 28,5%. Dus dat is voor bestaande winstreserves een nadeel.

U zou daarom kunnen overwegen om vóór 2020 een dividenduitkering te doen. Gevolg van de dividenduitkering is dat u ook daadwerkelijk moet afrekenen met de fiscus. In de praktijk blijkt dat veel DGA’s het afrekenen toch liever uitstellen. Op het eerste gezicht lijkt een dividenduitkering vóór 2020 een voordeel op te leveren van 3,5%.

Stel, u hebt uitkeerbare winstreserves van € 500.000, dan is het voordeel € 17.500. Als u de dividenduitkering niet gebruikt om bijvoorbeeld uw hypotheek of rekeningcourant af te lossen, dan komt dat vermogen bij u in privé terecht, waar het wordt belast in box 3 (zie tabel). Die belastingheffing is ongeacht het rendement dat u daadwerkelijk met het vermogen behaalt.

Van

Tot

Fictief rendement

Tarief box 3

Vermogens- rendements- heffing

0

30.000

Nvt

Nvt

0

30.000

100.800

2,02%

30%

0,60%

100.800

1.008.000

4,33%

30%

1,30%

> 1.008.000

5,38%

30%

1,61%


De belastingheffing in box 3 moet u afzetten tegen de belastingheffing die u in de BV hebt als u geen dividend uitkeert. In de BV bent u Vpb verschuldigd over het werkelijk gerealiseerde rendement. Het omslagrendement - wanneer wordt beleggen in privé aantrekkelijker dan beleggen in de BV - is dus afhankelijk van de hoogte van uw box 3-vermogen. In de onderstaande tabel staan de omslagrendementen per box 3-schijf en per Vpb-tarief. Als het rendement naar verwachting hoger is dan in de tabel vermeld, dan is beleggen in privé aantrekkelijker.

   

Box 3
0,60%

Box 3 1,30%

Box 3
1,61%

Vpb 16%

3,78%

8,11%

10,09%

Vpb 21%

2,88%

6,18%

7,69%


Bij een box 3-vermogen van meer dan € 100.800 (€ 201.600 voor partners) blijft het, gezien de rendementsverwachting, al snel aantrekkelijk om het vermogen in de BV te houden.

Als u echter de komende jaren privéuitgaven gaat doen, waarvoor u de huidige winstreserves gaat gebruiken, is het voordelig om de dividenduitkering vóór 2020 te doen. Het 3,5%-voordeel is dan groter dan de extra heffing in box 3.

Alternatief: na dividenduitkering kapitaal in de BV aanhouden

Als u verwacht een heel laag rendement te maken op het vermogen in de BV, zou u kunnen overwegen om toch vóór 2020 de dividenduitkering te doen. Het netto-dividend keert u dan echter niet uit naar privé, maar laat u als aandelenkapitaal in de BV. U realiseert dan de besparing van 3,5%. Maar door het betalen van de aanmerkelijk belangclaim kunt u over 25% van uw vermogen geen rendement meer maken. Hoe hoger het rendement, hoe eerder het aantrekkelijk is om te kiezen voor de aanmerkelijk belang-afrekening. Bij een rendement van 2% ligt dat omslagpunt op ongeveer 10 jaar, bij een rendement van 1% op ongeveer 20 jaar.

Kortom: als DGA is het verstandig om volgend jaar samen met uw fiscalist een beslissing te nemen over het wel of niet uitkeren van dividend.

De voorstellen van Rutte III moeten overigens nog worden ingediend en goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer.

Geschreven naar de stand van zaken per 30 november 2017.

Meer weten?

Wilt u precies weten wat de gevolgen voor uw eigen situatie zijn en wat u kunt doen? Maakt u dan een afspraak met een van onze private bankers.
Wilt u meer weten over het Belastingplan 2018? Neemt u dan contact met mij op via j.kroonenberg@vanlanschot.com.

Mr. J. (Hanneke) Kroonenberg RB is hoofd van het Kenniscentrum bij Van Lanschot. Haar primaire aandachtsgebied is financiële planning voor de directeur-grootaandeelhouder. Zij houdt u regelmatig op de hoogte van actuele ontwikkelingen op het gebied van Vermogensregie.

Verder lezen

Van Lanschot maakt gebruik van cookies voor een goede werking van de site, voor tracking en voor het bijhouden van statistieken. Gaat u verder op de site? Dan stemt u erin toe dat wij cookies plaatsen. Lees meer over cookies bij Van Lanschot