Klaar voor pensioen, maar waar is die geschikte overnamekandidaat?

Klaar voor pensioen, maar waar is die geschikte overnamekandidaat?

Als accountmanager bij de adviesgroep Dierenartsen van Van Lanschot Healthcare spreek ik regelmatig ondernemende dierenartsen. Het valt me daarbij op dat er een verschil van opvatting lijkt te zijn ontstaan tussen de jonge, net afgestudeerde dierenarts en voorgaande generaties.

Juiste werk-privébalans

In overeenstemming met de maatschappelijke trend is de jonge dierenarts op zoek naar zelfstandigheid met ruimte voor een goede balans tussen werk en  privé. Die balans is van oudsher bij de babyboomers ver te zoeken. Als gevolg hiervan kan er een verschil van inzicht ontstaan over de waardering van de praktijk. Dit verschil zit ‘m in de normalisering van de bezetting die nodig is voor een juiste werk-privébalans enerzijds, en invulling van de weekend- en nachtdiensten anderzijds.

Eigenaarschap niet meer vanzelfsprekend

Waar ondernemerschap traditioneel vaak een vanzelfsprekendheid was en goed functioneren als dierenarts in loondienst bijna automatisch leidde tot eigenaarschap van de praktijk, lijkt dit niet langer het geval. Dit heeft enerzijds te maken met de conjuncturele crisis van de afgelopen jaren. Deze heeft er voor gezorgd dat de omzet en winst bij veel praktijken zijn gedaald. Niet alleen vervelend voor de praktijkeigenaar die gewend was aan een stabiel dan wel groeiend inkomen, maar ook nadelig voor de verkoopwaarde van de dierenartsenpraktijk. Deze is immers gebaseerd op de zogenoemde overwinst: de winst na aftrek van een gebruikelijke ondernemersbeloning. Anderzijds blijven dierenartsen langer doorwerken, simpelweg omdat de pensioenleeftijd is verhoogd.

Opvolger gezocht

Om verschillende redenen is het moeilijker en kost het meer tijd en inzet om opvolging te vinden voor de praktijk en de continuatie te waarborgen. De oplossing is simpel, maar blijkt in de praktijk lastiger. Belangrijk is om tijdig de praktijk verkoopklaar te maken en op zoek te gaan naar een geschikte opvolger. Voorbereiding is de sleutel naar succes als het gaat om pensionering op de gewenste leeftijd. 

De markt

Hieronder schets ik mijn beeld van de huidige Nederlandse veterinaire markt en behandel ik een aantal vormen van ondernemerschap met de voor- en nadelen voor een praktijkovername. In 2015 gaan Erik-Hans van Hamersveld van De ZorgAccountants en ik daar in het tijdschrift voor Diergeneeskunde verder op in en bespreken we alternatieven. Ik hoop dat daarmee weer nieuwe ideeën ontstaan die helpen bij de verkoop van de praktijk en kansen bieden aan nieuwe generaties.

Eenmanszaak

In Nederland zijn er circa 1.200 zelfstandige dierenartsenpraktijken. Daarnaast zien we de geleidelijke opkomst van ketenbouwers. In de totale markt is deze ontwikkeling echter nog niet heel groot. De meest voorkomende vorm is de eenmanszaak. De dierenarts is ook eigenaar van zijn/haar praktijk en heeft daarbij veelal 1 of 2 personeelsleden in dienst ter ondersteuning.

De dierenarts is in alle opzichten verantwoordelijk voor de onderneming, en in privé volledig aansprakelijk voor alle zakelijke beslissingen. Fiscaal gezien biedt de eenmanszaak een aantal voordelen, zoals de MKB-winstvrijstelling en de zelfstandigenaftrek. Investeringen, waaronder goodwill, kunnen vaak tegen een hoog tarief worden afgeschreven.

Crisisbestendig door focus en specialisatie

We zien dat focus en specialisatie een behoorlijke invloed hebben op de crisisbestendigheid van een eenmanszaak. In praktijken waar de arts heldere keuzes heeft gemaakt, heeft de crisis minder invloed op de omzet en winst, net als concurrentie van een nieuwe vrije vestiging, een rondrijdende gezelschapsdierenarts of een tuincentrum met veterinaire diensten.

Grotere praktijken

Bij grotere praktijken zien we vaak een samenwerking tussen professionals die meerdere aandachtsgebieden bestrijken. De praktijk wordt vaak als maatschap gevoerd. Iedere zelfstandige dierenarts brengt arbeid in, en de winst uit de praktijk wordt vervolgens verdeeld.

Onderlinge afspraken over de inbreng per maat, de winstverdeling en bevoegdheden worden vastgelegd in een maatschapscontract, en managementtaken en verantwoordelijkheden worden verdeeld over de maten. Belangrijk is echter om ook van elkaar de doelstellingen en wensen in kaart te brengen en hier goede afspraken over te maken. Bij belangrijke levensgebeurtenissen of gewijzigde samenstelling van de maatschap zal dit proces moeten worden herhaald om de gezamenlijke focus te behouden.

Iedere maat is veelal in privé volledig aansprakelijk over zijn aandeel in de gezamenlijke praktijk. Fiscaal gezien wordt niet de maatschap belast, maar de ondernemer in de onderliggende eenmanszaak. De arts kan daarbij gebruikmaken van een aantal aftrekposten, zoals de zelfstandigenaftrek en MKB-winstvrijstelling, om het belastbaar inkomen te verlagen.

Let op de financieringsstructuur

Voor de verkoopbaarheid van het praktijkaandeel is een juiste financieringsstructuur van cruciaal belang. Wanneer bijvoorbeeld investeringen steevast uit de winst worden gefinancierd, loopt het eigen vermogen in de praktijk vaak flink op. Dit kan vervolgens een struikelblok zijn. Ook wanneer het vastgoed buiten de onderneming/ maatschap is geplaatst, kan dit gevolgen hebben voor de financierbaarheid hiervan en de voorwaarden die de kredietverstrekker hieraan verbindt.  

Toekomst

Ik denk dat er, ongeacht de rechtsvorm waarin de praktijk wordt uitgeoefend, een mooie toekomst is voor de jonge dierenarts en daarmee uitzicht op een goed pensioen voor de verkoper. Uitdaging is om de generaties bij elkaar te brengen en inzichtelijk te maken waar kansen en mogelijkheden liggen. Dat vraagt om tijdige voorbereiding en planning van de stakende dierenarts, maar ook om passie voor het vak en het geloof in ondernemerschap bij de jonge dierenarts. Dat lijkt volop aanwezig en geeft daarmee alle reden voor optimisme. 

Van Lanschot Healthcare blijft geloven in de kracht van het ondernemerschap als het gaat om de praktijk en de patiënt, en als aanjager van innovatie in de veterinaire markt. Wilt u met mij van gedachten wisselen over uw plannen voor de toekomst? Neem dan contact op via 06 51 40 04 31 of mail naar p.steenhuizen@vanlanschot.com.

Dit artikel is in bewerkte vorm verschenen in het Tijdschrift voor Diergeneeskunde van de KNMvD, de beroepsorganisatie voor dierenartsen in Nederland, december 2014.

Andere posts

Van Lanschot maakt gebruik van cookies voor een goede werking van de site, voor tracking en voor het bijhouden van statistieken. Gaat u verder op de site? Dan stemt u erin toe dat wij cookies plaatsen. Lees meer over cookies bij Van Lanschot