Hoofdeconoom Luc Aben blikt vooruit - week 4

Macro
22 januari 2018

Sinds anderhalve week trekt de wisselkoers van de euro aan. Tegenover de dollar werd ruimschoots de barrière van de 1,20 genomen. Tot een niveau dat we niet meer zagen sinds eind 2014.

Op zich hoeft dat geen ramp te zijn. Lagen de binnenlandse economische aandrijvers in de eurozone een paar jaar terug op apegapen, ondertussen zijn die springlevend. De economie is minder afhankelijk geworden van de export, en dus van een goedkope euro. De binnenlandse consumptie en investeringen hebben het stokje deels overgenomen.

Toch zien we de Europese eenheidsmunt liever niet verder aantrekken. Zó irrelevant is de uitvoer immers ook weer niet voor het globale groeiplaatje. Ook de winstcijfers van veel Europese beursgenoteerde ondernemingen zien de euro liever wat zwakker.

ECB aan zet

Het spreekt voor zich dat het beleid van de ECB een belangrijke parameter is voor het verklaren van de wisselkoers. Komende donderdag staat een nieuwe bijeenkomst van de centrale bankiers op de agenda.

Het was diezelfde ECB die de aantrekkende eurotrend in gang zette. Uit de onlangs gepubliceerde notulen van de bijeenkomst in december, bleek immers dat er een brede consensus is om de zogenaamde forward guidance bij te sturen. Net als bij andere centrale banken is die forward guidance ook bij de ECB uitgegroeid tot een belangrijk beleidsinstrument. Het betekent dat de centrale bank inzicht geeft in haar toekomstplannen en veranderingen in het beleid op voorhand inmasseert, zodat financiële markten niet schrikken en er geen plotse nervositeit optreedt.

Tot nu is Mario Draghi altijd heel standvastig geweest. Met een boodschap in vier punten:

  • Ten minste tot september 2018 pompt de ECB maandelijks € 30 miljard in de obligatiemarkten. Eventueel zelfs langer.

  • Mochten de centrale bankiers het nodig vinden, dan kan die € 30 miljard op enig moment worden opgetrokken.

  • Lang nadat bovenstaande aankopen afgelopen zijn, blijft de centrale bank in ieder geval de opbrengsten van obligaties die vervallen herinvesteren.

  • Een eerste verhoging van de beleidsrente is gepland lang nadat het opkoopprogramma afloopt.

Wat gaat er gebeuren?

Vraag is nu welk van die vier punten zal veranderen? Wellicht niet de laatste twee. Zo zou het wel een heel drastische bocht zijn om nu al te beginnen over een nakende renteverhoging. Het mag economisch best lekker lopen, enige opwaartse inflatiedruk is helemaal nog niet in zicht. En daarbij is die groei niet gelijkmatig verdeeld over alle landen in de eurozone. Italië is en blijft de reus op lemen voeten in het groeiverhaal.     

Ook eerder dan september de maandelijkse miljarden terugschroeven, lijkt onwaarschijnlijk. Zo’n draai zou de geloofwaardigheid van de ECB ondermijnen. En ervoor kunnen zorgen dat markten in de toekomst de schouders ophalen telkens als de centrale bank iets voorspiegelt.

Wellicht beperkt Mario Draghi zich tot het laten vallen van de mogelijkheid om het huidige aankoopbedrag op te trekken. Het tweede punt dus uit bovenstaand rijtje. Ook al omdat de ECB tegen de limieten aanloopt van wat er überhaupt nog opkoopbaar is.

Al met al zou dit een beperkte bijsturing zijn van de forward guidance. Vooral gezien de huidige economische omgeving, waarin het optrekken van het maandelijkse aankoopbedrag sowieso al zeer onwaarschijnlijk was geworden. Wat deze week trouwens opnieuw bevestigd zal worden met nieuwe IFO-cijfers (Duits ondernemersvertrouwen), Markit PMI’s (ondernemersvertrouwen in de eurozone) en het consumentenvertrouwen. Per saldo denken we bijgevolg niet dat de ECB-bijeenkomst van komende donderdag veel impact zal hebben op financiële markten.

VS geeft inzicht in economische groei

Vrijdag krijgen we een eerste inschatting van de Amerikaanse economische groei over het laatste kwartaal van 2017. Er is geen reden om aan te nemen dat het positieve beeld is omgeslagen. Wellicht halen we net niet de 3%-drempel uit de vorige kwartalen. Maar het zou er toch dichtbij moeten zijn. Vooral de consumptie draaide op volle toeren. Met een groeicijfer op jaarbasis dat zelfs de 5% kan benaderen. En aangezien de consumptie voor ruwweg twee derde de Amerikaanse economie bepaalt, zien wij het groeicijfer met vertrouwen tegemoet. 

Ook 2018 is voortvarend van start gegaan. De weliswaar oplopende maar nog steeds lage rente, een goedkopere dollar en natuurlijk het belastingplan blijven de Amerikaanse economie ondersteunen.

De grootste zorgen zijn politiek van aard

Republikeinen en Democraten raken het niet eens over een begroting. Zodat niet-essentiële overheidsdiensten op slot gaan (shutdown). Het spreekt voor zich dat dit geld kost. Als de patstelling niet al te lang aanhoudt, is de economische schade echter te overzien.

Blijven ze er niet uitkomen, dan zou het échte gevaar weleens een wanbetaling kunnen zijn op Amerikaans schuldpapier begin maart. Nu al dalen de prijzen van obligaties die rond die periode vervallen. Toegegeven, dergelijke wanbetaling is een scenario dat we ons moeilijk kunnen voorstellen. Maar in het huidige politieke klimaat zijn er nog zaken gebeurd die we eerder als zeer onwaarschijnlijk bestempelden.

Een tweede risico vanuit politieke hoek blijft natuurlijk het protectionisme. Tot nu toe heeft Trump het bij woorden gehouden. Vandaag begint een nieuwe onderhandelingsronde over NAFTA. Vrijdag spreekt Trump het World Economic Forum in Davos toe. De toon van die toespraak kan een indicatie geven hoe de president erin staat. Of anders gezegd, hoe groot de kans is dat de protectionistische agenda uit de campagne inderdaad wordt omgezet in daden. De eerste graadmeter zijn de NAFTA-besprekingen waarbij Trump herhaalde malen heeft aangegeven dit verdrag op te zeggen. Dit laatste kan mogelijk al de komende paar weken gaan spelen.

 

Van Lanschot maakt gebruik van cookies voor een goede werking van de site, voor tracking en voor het bijhouden van statistieken. Gaat u verder op de site? Dan stemt u erin toe dat wij cookies plaatsen. Lees meer over cookies bij Van Lanschot