Welk beeld zien we in de tweede jaarhelft?

Welk beeld zien we in de tweede jaarhelft?

Eén beeld zegt meer dan duizend woorden. Met die wijsheid in het achterhoofd: wat is, te midden de dagelijkse lawine aan data die we als belegger over ons heen krijgen, dé economische grafiek om in de gaten te houden in de tweede jaarhelft?

We zouden kunnen kiezen voor de bedrijfswinsten. Ongetwijfeld een belangrijk plaatje. Voor de korte termijn van de komende weken wellicht zelfs dé factor voor beurzen nu de resultaten over het tweede kwartaal eraan komen.

Bron: Thomson Reuters Datastream

Na een degelijk eerste kwartaal stelden analisten hun verwachtingen voor het gehele jaar 2017 veelal opwaarts bij. De lat is dus hoger komen te liggen. Toch zijn we voorzichtig optimistisch. Met name in Europa en China blijft de macro-economische omgeving ondersteunend werken.

Amerikaanse inflatie

Maar ondanks het belang van de bedrijfswinstcijfers kiezen we, met de blik richting het einde van het jaar, toch voor een ander kernplaatje: dat van de Amerikaanse (kern-)inflatie. Om een aantal redenen.

Bron: Thomson Reuters Datastream

Ten eerste geeft die inflatie ons een idee over de gezondheidstoestand van de Amerikaanse economie. Belangrijk voor Uncle Sam’s landgenoten, maar ook voor ons natuurlijk.

Tijdens de eerste jaarhelft doken af en toe wat twijfels op over de Amerikaanse groei. Ja, het vertrouwen is hoog. Zowel bij producenten als consumenten. En ja, de arbeidsmarkt blijft het goed doen. Maar hoe komt het dan dat bijvoorbeeld de lonen niet forser stijgen? Sneller stijgende lonen werken, via hogere consumentenuitgaven, stimulerend voor een economie. En dat zorgt op zijn beurt voor opwaartse prijsdruk. Méér inflatie dus als weerspiegeling van snellere groei.

Daarnaast is het inflatieplaatje belangrijke input voor het beleid van de Federal Reserve (Fed). Geconfronteerd met het afbrokkelende prijsbeeld vanaf maart, waren de Fed-bestuurders initieel heel stellig dat daar éénmalige en voorbijgaande factoren achter zaten: lagere gezondheidskosten, een tarievenoorlog in de telecommarkt, plotse prijsdruk op de automarkt door een overaanbod van tweedehandswagens. Geen enkele reden dus om de beleidsrente niet te verhogen. Wat dan ook gebeurde. Zowel in januari als juni.

Maar ondertussen sloop er twijfel in deze eerdere stelligheid. Officieus staat er voor dit jaar nog een bijkomende renteverhoging op de agenda. Voor 2018 zelfs twee à drie. Maar de meningen van de verschillende Fed-bestuurders beginnen uiteen te lopen. Ook grote baas Yellen gaf recent een tamelijk voorzichtige getuigenis voor het Amerikaanse Congres. Kort samengevat kwam die erop neer dat het (economisch) kan vriezen of dooien. Het inflatieplaatje fungeert hier als een belangrijke thermometer.

Nu we toch over de Fed spreken, is niet enkel het verdere verloop van de beleidsrente relevant. Het is evenzeer uitkijken naar de timing en het tempo bij het afbouwen van de balans van de centrale bank. Beleggers herinneren zich maar al te goed de ‘Taper-turbulentie’ van 2013. Toen voormalig Fed-baas Bernanke voorzichtig opperde niet eeuwig te kunnen doorgaan met obligaties kopen, reageerden zowel obligatie- als aandelenbeleggers behoorlijk negatief. Ook vandaag de dag speelt dit nog. Een zwakker dan verwacht economisch cijfer (bijvoorbeeld de inflatie) verhoogt de kans op uitstel van de balansafbouw, met als gevolg een daling van zowel de Amerikaanse langetermijnrente als de dollar. Aandelen, met name die van groeibedrijven of dividendaandelen, profiteren daar dan weer van. Dit alles mag dan wel een puur Amerikaans verhaal lijken, het gedrag van financiële markten in New York sijpelt onvermijdelijk door naar ons.

Kortom, genoeg redenen om de Amerikaanse inflatie als een centrale economische plaat voor de tweede jaarhelft naar voren te schuiven. Omwille van zijn thermometerfunctie voor de Amerikaanse economie én omwille van de verdere activiteit (of passiviteit?) van de Fed. Met aanverwante gevolgen voor beleggers.

Wat zijn de scenario’s?

In essentie zijn er twee scenario's.

Scenario 1: inflatie loopt op, Fed-rente stijgt en balansafbouw start

In een eerste bodemt het Amerikaanse inflatieverloop uit door forsere loongroei. Joe Sixpack’s loon stijgt wel degelijk, maar ondanks een werkloosheid van nauwelijks 4,4% is er vooralsnog te weinig schaarste op de arbeidsmarkt die verdere loongroei stimuleert.

Wanneer dat wél het geval zal zijn, is moeilijk te voorspellen. Door het veranderende karakter van de economie en arbeidsmarkt, bijvoorbeeld in het geval van méér flexibilisering, kan de loondruk langer laag blijven ondanks afgenomen werkloosheid. Op enig moment zal dat echter omslaan. Wellicht als de drempel van de 4% werkloosheid neerwaarts wordt doorbroken. Iets wat de komende maanden zomaar kan gebeuren.

Een logisch gevolg van dit scenario is dan dat de Fed gewoon doorgaat met het verhogen van de beleidsrente en de balansafbouw effectief start. Wat vervolgens de trend van een verzwakkende dollar doet keren en obligatierentes doet oplopen. Aandelenbeurzen kunnen dan enige nervositeit vertonen, maar zolang de Amerikaanse obligatierente niet door de grens van 3% tot 3,5% breekt, moeten aandelen het per saldo goed blijven doen.

In essentie betekent dit scenario immers goed nieuws: hogere lonen zorgen voor méér consumptie en een sterkere Amerikaanse groei. Iets waar de gehele wereld van profiteert. De eurozone haalt dan bovendien bijkomend voordeel uit de opnieuw zwakkere euro.

Scenario 2: geen oplopende inflatie

In een tweede scenario is er van iets hogere inflatie geen sprake. Vooral dán wordt het uitkijken hoe de Fed reageert: blijft ze op de handen zitten, zowel qua renteverhogingen als balansafbouw, of gaat ze gewoon door met haar huidige plannen? In de filosofie van: OK, er is weinig inflatie, maar de werkloosheid is nu eenmaal laag, dus we grijpen alvast preventief in.

Doet Yellen niks, dan keren we terug naar het marktbeeld van de voorbije jaren. Met stijgende aandelenkoersen, vooral bij groei- en dividendaandelen, en opnieuw oplopende obligatieprijzen (= dalende langetermijnrente). Tenminste, als de inflatie niet ál te veel verder afbrokkelt. Want de vraagtekens rond de sterkte van de Amerikaanse economie die dat zou oproepen, zijn wellicht vervelend voor aandelen.

Het andere geval, als Fed-baas Yellen preventief ingrijpt, is moeilijker. Een hogere beleidsrente én balansafbouw bij een matige inflatie zorgen mogelijk op zowel obligatie- als aandelenmarkten voor verkoop- en dus prijsdruk.

Welk van deze scenario’s het wordt, is afwachten. Zelf hebben we op dit moment een lichte voorkeur voor het eerste. Dat van een degelijke economie, een opnieuw iets oplopend prijsbeeld en een centrale bank die min of meer zoals gepland blijft handelen. Maar tegelijkertijd houden we de blik gericht op de Amerikaanse inflatielijn.

Luc Aben werkt als hoofdeconoom bij Van Lanschot. Hij schrijft regelmatig over economische ontwikkelingen, de financiële markten en de ruimere wereld waarbinnen deze zich bewegen.

Wilt u meer weten of hebt u vragen? Neem dan contact op met uw private banker of een van onze beleggingsspecialisten of kijk op Beleggen bij Van Lanschot

Van Lanschot maakt gebruik van cookies voor een goede werking van de site, voor tracking en voor het bijhouden van statistieken. Gaat u verder op de site? Dan stemt u erin toe dat wij cookies plaatsen. Lees meer over cookies bij Van Lanschot