Ongelijkheid: motor of rem?

Ongelijkheid: motor of rem?

Oneerlijk, onaangenaam, onethisch. De on-woordjes klinken al snel, hoe zou ik het zeggen, onpopulair. Neem het opgelaaide debat rond ongelijkheid. De Franse econoom Thomas Piketty gooide de knuppel in het hoenderhok met zijn bestseller ‘Capital in de twenty-first century’. Die schetst een somber beeld van toenemende ongelijkheid, wat onvermijdelijk zou leiden tot maatschappelijke ellende. Piketty als economische Nostradamus.

Om misverstanden te vermijden, vooreerst dit: eenieder met een normale baan moet een normaal materieel leven kunnen uitbouwen. En alle talenten van kinderen uit een kansarm milieu moeten uit hun sociale cocon kunnen breken om uit te groeien tot fladderende vlinders. Punt. Mensen zijn niet van de economie, de economie is van mensen. Maar Piketty ziet ongelijkheid bijna automatisch als destructief. Terwijl het evenzeer een maatschappelijke hefboom kan zijn. Een dynamisch mensbeeld gaat er immers vanuit dat mensen ergens bovenaan de ladder willen zitten. Dit micro-verlangen neemt het macro-geheel op sleeptouw.

Economisch model

Welk economisch model dient het best het algemeen belang? Het sterk nivellerende, met een grootse herverdeling en een sterk egaliserend effect op inkomen en vermogen? Of een model dat verschillen voor lief neemt of zelfs goed vindt? Piketty behoort tot de eerste school. Vermogensbelasting en progressieve inkomstentaxatie behoren tot de kern van zijn aanbevelingen.

Piketty-gewijs zou je kunnen stellen dat Europa de allures van een modelstaat aanneemt. Onze inkomstenbelastingen zijn sterk progressief en de fiscale afrekening van inkomsten uit vermogen is stelselmatig gestegen. Europa is voor een stuk uitgebouwd als een Piketty'tje avant la lettre.

Groei

Gegeven dit alles, is het dan een kwestie van tijd voordat de ongelijkheid verdwijnt of tenminste fors vermindert in onze contreien? Op basis van de huidige trend lijkt het daar niet echt op. We dobberen nu eenmaal mee op de trendmatige golven van de wereldzeeën. Maar bovenal lijkt er een meer fundamentele reden te zijn: ons socio-economisch verdienmodel blijkt namelijk onvoldoende in staat om voldoende kwalitatieve groei te realiseren. Zo'n groei zou ieders kansen op een volwaardige baan, opbouw van vermogen en meer welvaart verhogen. Het traditionele verhaal van een taart bakken voordat je ze kan verdelen.

Nu is er maar één bron van groei en welvaart: ondernemen, initiatief, ambitie of hoe je het ook wil noemen. Wie ongelijkheid wil aanpakken, moet eerder investeren dan belasten. Investeren in kennis en de verspreiding ervan, administratieve vereenvoudiging, betrouwbare en transparante regelgeving, kwaliteitsvolle infrastructuur, vrije markten met eerlijke concurrentie. Investeren, kortom, in alles wat de traditionele groeirecepten voorschrijven.

Het globale resultaat van inzetten op groei is niet enkel een grotere taart, maar ook een andere verdeling van de stukken. Immers, evolutie en rotatie van diensten en producten maakt wat vandaag gegeerd is, en dus vermogenswaarde heeft, morgen irrelevant. Piketty's loutere wegbelasten van verschillen stimuleert de groei en evolutie slechts matig. Het is eerder een statisch model. Vroeg of laat houdt de geforceerde herverdeling dan ook noodgedwongen op.

Aanhangers van Piketty zouden dus volop moeten pleiten voor ondernemerschap, in de ruime zin van het woord. Dat pleidooi weerklinkt echter vooral in het andere kamp. Maar de schijnbaar tegengestelde visies hebben eigenlijk gelijklopende belangen. Les extrêmes se touchent, zonder het altijd te beseffen.

Mensenwerk

Toch is er één probleempje om tot consensus te komen. De zin om te ondernemen of zich te ontwikkelen, impliceert eigenlijk een streven naar ongelijkheid. Wat drijft immers een ondernemer om risico te nemen? Wat drijft een student om een moeilijke richting te kiezen? Interesse en engagement? Zeker. Maar óók de mogelijke financiële beloning. Zonder deze prikkel, minder gemotiveerden. Economie blijft nu eenmaal mensenwerk. Die mindere motivatie zou jammer zijn voor de betrokkenen, maar tevens voor de samenleving. U weet wel, het eigenbelang dat Adam Smith al benoemde, wat uiteindelijk de gehele maatschappij ten goede komt.

Ongelijkheid kan dus onbaatzuchtig zijn. Het streven ernaar kan een drijvende kracht zijn waar iedereen van profiteert. De economische zeilboot vaart slechts bij voldoende wind. Die ontstaat door drukverschillen. Een egale massa lucht lijkt op het eerste zicht comfortabel en veilig, maar je geraakt er geen meter mee vooruit.

Andere posts

Van Lanschot maakt gebruik van cookies voor een goede werking van de site, voor tracking en voor het bijhouden van statistieken. Gaat u verder op de site? Dan stemt u erin toe dat wij cookies plaatsen. Lees meer over cookies bij Van Lanschot