Oliedom

Oliedom

Mocht het u ontgaan zijn, de olieprijs daalt. Sterker, nadat de OPEC besloot haar productie op peil te houden, crashte de koers.

Of deze lagere prijs aanhoudt, is moeilijk te voorspellen. Toen een vat zwart goud medio 2008 de 150 dollar naderde, regende het voorspellingen dat een verdere verdubbeling in zicht was. Om vervolgens driekwart goedkoper te worden de maanden nadien… Zo waren er de laatste jaren nog wel wat bokkensprongen. Om maar te illustreren hoe volatiel, en dus quasi onvoorspelbaar, de olieprijs is.

Voor de conjunctuur zou een aanhoudende lage energieprijs in ieder geval een welgekomen steun zijn. De ECB berekende dat iedere tien procent die van een olievat afgaat, de economie van de eurozone iets van 0,2 procent hoger duwt. Een prijscorrectie van 35 procent, heeft dan al snel een klein procent extra groei tot gevolg. Uitgesmeerd over een jaar of drie. De duurdere dollar werkt wel enigszins tegen. Bovendien profiteert niet ieder land even sterk. Maar Nederland en België behoren hier tot de koplopers. Beide landen voeren netto olie in ten belope van ongeveer vijf procent van hun bruto binnenlands product. Dat is veel. In landen als Duitsland of Frankrijk bedraagt dit percentage slechts een tweetal procent.

Toch heeft goedkopere energie ook nadelen. Bijvoorbeeld politieke. Zo behoort Rusland tot de grootste slachtoffers. Dat dreigt de Russische beer verder in het nauw te drijven. Als die zich vervolgens zou gedragen als zijn katachtige lotgenoot, kunnen er rare sprongen volgen.

Op economisch vlak duwt de lage olieprijs de algemene inflatie verder neerwaarts. Op zich is dat goed nieuws. In een wereld die schreeuwt om bijkomende vraag, kan elke prijsdaling een steuntje in de rug betekenen. Anderzijds dreigt elke lagere prijs de deflatie-angst nog maar eens aan te porren.

Natuurlijk heeft die 'angst' bij het huidige inflatieniveau méér fundament gekregen. Maar ze mag ons niet verlammen. Dat de inflatie in de eurozone nauwelijks boven nul uitstijgt, is juist in belangrijke mate te danken aan goedkopere energie. Wat zouden we dan willen? Dat de zwakke conjunctuur de genadeslag krijgt door galopperende prijzen aan de pomp?

Filteren we energie uit de evolutie van het algemene prijspeil, dan is de inflatie hoger. Niet veel, in de eurozone 0,7 procent, maar toch. Het tegendeel zou bovendien verwonderlijk zijn. Inflatie is immers een gevolg, geen doel. Het is het gevolg van een economie die gesmeerd loopt. Waarin de koopkracht van gezinnen vooruit gaat. Waarin bedrijven plannen maken en investeren. In die zin zou goedkopere energie uiteindelijk juist inflatoir kunnen inwerken. Immers, als de energiefactuur voor zowel gezinnen als ondernemingen daalt, krijgen die meer ademruimte. Financiële zuurstof die ze kunnen aanwenden om te consumeren of investeren. En dan maken we nog abstractie van ons betere humeur telkens als we de benzine- of olietank volgooien. Iedere marketeer zal u vertellen dat zo'n feel-good-moment aanzet tot uitgeven.

Een laatste mogelijk nadeel van goedkopere energie kan zijn dat de druk om structurele hervormingen door te voeren minder nijpend aanvoelt. Nochtans zijn die ingrepen broodnodig over de horizon van een dalende olieprijs heen. Ieder individueel land heeft hier zijn eigen ideale recept. Maar ook aan de Europese Unie als 'constructie' is nog wel wat sleutelwerk. Verdere uitdieping van de eenheidsmarkt op allerlei vlak zou de Europese economie én stimuleren, én weerbaarder maken. Die economische redenering botst echter vaak met het politieke en maatschappelijke discours. Dat is jammer. En kan uiteindelijk oliedom blijken.

Andere posts

Van Lanschot maakt gebruik van cookies voor een goede werking van de site, voor tracking en voor het bijhouden van statistieken. Gaat u verder op de site? Dan stemt u erin toe dat wij cookies plaatsen. Lees meer over cookies bij Van Lanschot