Markten veroordelen terecht de Europese verkiezingsuitslag

Markten veroordelen terecht de Europese verkiezingsuitslag

De aandacht voor de ‘moeder aller verkiezingen’ bedeelde niet al haar kinderen gelijk. Het verbale geweld concentreerde zich rond het federale en Vlaamse niveau. Het Europese luik kwam nauwelijks aan bod. Dit gebrek aan aandacht is omgekeerd evenredig met het toegenomen belang van Europa.

Bijvoorbeeld op wetgevend vlak. Steeds meer beperkt de rol van de individuele lidstaten zich tot het vertalen van Europese teksten naar een nationale versie. De financiële crisis heeft dit nog versterkt. Zo hangen nationale begrotingen meer dan ooit af van een verlossend en goedkeurend knikje door de Europese Commissie. De bankenunie en de centrale toezichtsrol van de ECB zijn andere voorbeelden van toegenomen integratie. Voorbeelden die zes jaar geleden nog zo goed als ondenkbaar waren. Voorbeelden ook die, ondanks hun onvolmaaktheden, hebben bijgedragen aan de instandhouding van de eurozone. 

Maar niet iedereen is gelukkig met die Europese integratie. In veel landen zetten anti-Europa partijen een forse verkiezingsuitslag neer. Natuurlijk zijn er de usual suspects zoals het UK of Griekenland, maar ook in Merkels Duitsland kaapt de Alternative für Deutschland dik zes procent van de stemmen weg. En met een kwart van de Franse kiezers achter zich, prijkt mevrouw Le Pen op de voorpagina van heel wat Europese kranten.

Turbulentie?

Zijn we bijgevolg op weg naar een fors aangepaste Europese politiek? En moeten we ons voorbereiden op nieuwe turbulenties op de financiële markten, met alle gevolgen van dien? Wellicht loopt het zo'n vaart niet.

Europa probeert zich, samen met de rest van de wereld, door de ergste crisis sinds de jaren dertig te spartelen. In dergelijke context valt de uitslag van de anti-Europeanen nog best mee. Bovendien bezetten de traditionele fracties van socialisten, christendemocraten, liberalen en groenen nog steeds zeventig procent van de zitjes in het Europees Parlement. Ruim voldoende om de meer extreme flanken van het politieke spectrum te neutraliseren. Trouwens, die flanken vormen een alles behalve homogeen blok.

Ten tweede is de macht van het Europees Parlement weliswaar gegroeid, maar toch nog onvergelijkbaar met die van nationale parlementen. Het zwaartepunt van het beleid ligt nog steeds bij de Commissie en de Raad. Uiteindelijk blijken ideologische verschillen binnen deze organen vaak minder zwaar te wegen dan politici soms doen uitschijnen in hun binnenlands discours. Allerhande aanscherpingen van regels, bijvoorbeeld op begrotingsvlak, hebben de ideologische manoeuvreerruimte bovendien verder beperkt.

Risico's

De kans dat markten beroerd zullen worden vanuit de Europese verkiezingsuitslag is dus klein. Wat niet wil zeggen dat er geen politieke risico's zijn. Maar die kenden we al. De electorale uitkomst verandert daar weinig aan.

In de pikorde der risico's staat Frankrijk wellicht met stip op nummer één. De nieuwe divergentie in het Franse ondernemersvertrouwen tegenover Duitsland, illustreerde dat vorige week nogmaals. In een land dat soms sneller verzamelt rond de barricades dan rond de vergadertafel, is het verre van zeker dat premier Valls de nodige hervormingen kan doorvoeren. Zeker met een president wiens populariteit al enige tijd op apegapen ligt. De score van het Front National bevestigt enkel de precaire situatie.

Ook Griekenland blijft een risico. Maar ook dat is niet bepaald nieuw. Premier Samaras had al geen erg comfortabele meerderheid en de hete adem van Syrisa en Gouden Dageraad blaast al geruime tijd in de nek. Met een beetje voluntarisme kan je Syrisa's sterke uitslag zelfs positief interpreteren. Die partij ageert immers vooral tegen het strakke begrotingsbeleid, niet zozeer tegen Europa op zich. Misschien staat Samaras nu sterker om wat meer Europese toegeeflijkheid af te dwingen rond de Griekse schuldpositie. Die is immers onhoudbaar en vraagt sowieso om herschikkingen. Een harde noot, maar eens gekraakt ligt die onzekerheid dan wel achter ons. Eurocritici elders zullen daar dan ongetwijfeld kabaal rond maken, maar tegen de volgende verkiezing is dat wellicht vergeten. Zeker indien de economie verder aantrekt, al is het langzaam.

Voor het UK staan dergelijke verkiezingen volgend jaar op de rol. De UKIP-partij heeft weliswaar een geslaagde generale repetitie achter de rug, maar opnieuw mag dat geen nieuw risico worden genoemd. Het UK is steeds een koele Europese minnaar geweest.

Al bij al lijkt de rustige reactie van de financiële markten dus terecht. In zorgenkindje Italië is die reactie zelfs ronduit positief na de redelijke score van premier Renzi. Of de rust aanhoudt, valt af te wachten. Want het is niet omdat er met de verkiezingen niet echt nieuwe problemen opdoken, dat de oude zijn opgelost.

Deze tekst verscheen op 27 mei als opinie in De Tijd.

Andere posts

Van Lanschot maakt gebruik van cookies voor een goede werking van de site, voor tracking en voor het bijhouden van statistieken. Gaat u verder op de site? Dan stemt u erin toe dat wij cookies plaatsen. Lees meer over cookies bij Van Lanschot