Hoe zit dat nu met die beurs?

Hoe zit dat nu met die beurs?

Schreeuwerig duur of niet? Het aantal doemberichten neemt in ieder geval gestaag toe.

Sinds maart 2009, het dieptepunt na het uitbreken van de crisis, leverde het gemiddelde Amerikaanse en Europese aandeel respectievelijk 21 en 17 procent op jaarbasis op. Ondertussen krabbelde ook de economie op, zeker in de VS, maar niet in dezelfde mate. Begrijpelijk dus dat steeds meer vragen rijzen bij de stand van de beurzen. Zeker omdat de monetaire doping, toegediend door centraal bankiers, een belangrijke grond vormde voor de beursprestaties.

Toch moeten we één en ander kaderen. Ja, beurzen deden het goed. En ja, er lijkt een wig te zijn tussen de prestaties van de reële economie en de beurskoersen. Zeker in Europa. Maar als we anderzijds de beurskoersen afzetten tegenover de gerealiseerde en verwachte winsten van ondernemingen, dan valt die verhouding nog best mee. In de VS bevindt zo'n vergelijking zich net boven het langjarig gemiddelde, in Europa er iets onder. Maar nergens een dramatische overwaardering dus.

Natuurlijk is dit slechts één parameter, die bovendien geen rekening houdt met de rente. Beleggers maken permanent de afweging tussen de 'zekere' opbrengst van rente en de 'onzekere' opbrengst van aandelen. Compenseert een verwachte beursstijging voldoende het gelopen risico? Gezien het dalende verloop van de rente de voorbije jaren, viel deze oefening al snel in het voordeel van aandelen uit. Maar is dat nu nog steeds zo? Laat ons een eenvoudig modelletje hanteren, gebaseerd op bovenvermelde verhouding tussen beurskoersen en bedrijfswinsten. Dit keer draaien we de rollen echter om: we delen de winst door de beurskoers. De intuïtieve redenering hierachter is dat het resulterende percentage weergeeft welke winst 'jouw bedrijf' (als aandeelhouder ben je immers mede-eigenaar) maakt tegenover de investeringsprijs (de aandelenkoers). De earnings yield, heet dat in vakjargon. Dit impliciete opbrengstcijfer moet zich voldoende hoog boven de rentestand bevinden. Zo niet is het sop, zijnde het gelopen ondernemingsrisico, de kool niet waard en kies je beter voor de 'veilige' opbrengst van een renteproduct. Momenteel echter, ligt die earnings yield voor het gemiddelde Europese aandeel bijna zes procent boven het rendement van een Duitse (tienjarige) staatslening. Dat lijkt ruim voldoende en aantrekkelijk om zelfs tegen de huidige beursprijzen, via een simpel kooporder, mede-eigenaar te worden van de gemiddelde onderneming. In de VS ligt datzelfde cijfer trouwens onder de vier procent. Minder aantrekkelijk dus.

Opnieuw is de conclusie dat westerse aandelen misschien niet meer spotgoedkoop, maar ook niet dramatisch overgewaardeerd zijn.

Is de hemel bijgevolg stralend blauw, zonder één enkel wolkje (in aantocht)? Dat nu ook weer niet. Om maar twee mogelijke wolkendepressies aan te duiden: het Amerikaanse rentebeleid en de conjunctuur in de eurozone.

De Federal Reserve (FED) maakt zich langzaamaan op om haar beleidstarieven op te trekken. Naarmate de economie verder aantrekt, verhoogt immers de kans op hogere lonen en dito inflatie. Als zich dat allemaal geleidelijk en best voorspelbaar afspeelt, waar het momenteel naar uitziet, zal de beurs er per saldo niet al te veel last van hebben. De FED-ingrepen zijn dan zelfs goed nieuws. Ze zouden betekenen dat de Amerikaanse economie steeds steviger op haar benen staat. Wat dan weer goed is voor de winsten van ondernemingen en dus voor hun aandelen. Maar als de FED genoodzaakt zou zijn forser dan verwacht in te grijpen, dan kunnen Amerikaanse aandelen fors lager. En als het regent in New York, druppelt het vaak in Europa.

Toch komt het grootste risico voor Europa van binnenuit. Het economisch herstel verloopt immers tergend traag. Sommige economische cijfers suggereren zelfs dat de term 'herstel' ongepast is. Als daar niet snel verandering in komt, en als de bedrijfswinsten dus ook geen tandje hoger kunnen, dan worden de uitkomsten van onze twee waarderingsoefeningetjes drastisch anders. Plots zouden aandelen dan wél duur kunnen zijn in verhouding tot de bedrijfswinsten. De winstschattingen van analisten voor 2014 en 2015, bewandelen in ieder geval een dalend pad. Enkel een betere conjunctuur kan dat pad ombuigen.

"Markets are climbing a wall of worries", hoor je vaak zeggen. De boodschap is dat er steeds wel iets is om je zorgen over te maken, maar dat het vaak uiteindelijk wel goed komt. Ook deze keer? De Europese economie houdt een belangrijke sleutel van het antwoord vast.

Andere posts

Van Lanschot maakt gebruik van cookies voor een goede werking van de site, voor tracking en voor het bijhouden van statistieken. Gaat u verder op de site? Dan stemt u erin toe dat wij cookies plaatsen. Lees meer over cookies bij Van Lanschot