Alle macro-ogen op de VS gericht

Alle (macro-)ogen waren niet, zoals verwacht, gericht op de Bank of England. De Britse centrale bank verlaagde uiteraard de rente. Nee, alle macro-ogen zijn gericht op de VS, waar vandaag het officiële banenrapport naar buiten komt. En dat rapport geeft mogelijk enige indicatie op de rentepolitiek die de Fed de komende maanden gaat volgen. En dat is momenteel het enige dat telt.

Bank of England neemt verantwoordelijkheid

Zoals verwacht verlaagde de Bank of England gisteren het belangrijkste Britse rentetarief – de Bank of England Rate – met 0,25% tot 0,25%. De stap is onderdeel van een omvangrijk en noodzakelijk stimuleringspakket. Een pakket dat niet alleen voorziet in een renteverlaging, maar ook in het optrekken van het staatobligatie-opkoopprogramma – van £ 375 miljoen per maand naar £ 435 miljoen voor de komende zes maanden – en in het opkopen van investment-grade-obligatieleningen van niet-financiële instellingen. De BoE gaat dit doen voor een bedrag van £ 10 miljard. Met deze maatregelen hoopt de BoE niet alleen de Britse economie te stimuleren, maar tracht ze ook de Britse banken te steunen. Een verlaging van de rente betekent automatisch druk op de rentemarges van deze banken. Het opkopen van een deel van hun waardepapieren moet deze druk enigszins verlichten. Let’s wait and see.

Wachten op banenrapport

In de VS werd nauwelijks acht geslagen op de Britse renteverlaging. Alle ogen zijn gericht op het officiële banenrapport waarvan publicatie vandaag op de agenda staat. Met dit rapport in de hand hopen analisten, beleggers en economen te voorspellen hoe groot de kans is dat de Fed dit jaar een volgende rentestap zet. Een banengroei van meer dan 180.000 banen vergroot deze kans.

Werkgevers hebben vertrouwen

Maar zover is het nog niet. Gisteren kwam er wel nieuws over de ontwikkeling van de Amerikaanse arbeidsmarkt naar buiten. En wel in de vorm van het aantal aanvragen voor een initiële werkloosheidsuitkering. Het aantal aanvragen kwam in de week eindigend op 30 juli uit op 269.000. Dat is fractioneel (lees 4.000) meer dan verwacht. Geen wolkje aan de lucht dus. De uitslag zegt ons dat Amerikaanse werkgevers maar al te graag hun huidige werknemers vasthouden, in de verwachting dat de eigen economie de komende periode verbeterd.

Consumenten ook?

Niet alleen Amerikaanse werkgevers kijken door een positieve bril naar hun toekomst. De gemiddelde Amerikaanse consument doet dat vooralsnog ook. Althans dat laat het consumentenvertrouwen zoals dat bijgehouden wordt in de Bloomberg Consumer Comfort Index ons geloven. Deze vertrouwensindex liet afgelopen week een vlak verloop zien door van 42,9 indexpunten naar 43,0 indexpunten te ‘stijgen’. Onderliggend zien we dat de houding ten opzichte van de Amerikaanse economie licht verbeterde, maar dat dat niet automatisch leidt tot een verhoging van het bestedingspatroon. Integendeel. Zowel de verwachtingen ten aanzien van het eigen bestedingsgedrag als de ontwikkeling van de persoonlijke financiën daalden afgelopen week. Dat kan een voorbode zijn dat er economisch wat minder weer op komst is, want de Amerikaanse consument is grotendeels verantwoordelijk voor de richting van de Amerikaanse economie.

Amerikaanse fabrieksorders dalen minder hard

Gelukkig zien we een enigszins ander beeld in de orderboeken van de Amerikaanse industrie. Analisten geraadpleegd door Bloomberg gingen ervan uit dat de orderinstroom in juni, ten opzichte van de voorgaande maand, met een gemiddelde van 1,9% daalde. In werkelijkheid bedroeg de daling ‘slechts’ 1,5%. Een kleine opsteker dus voor corporate America.

Van Lanschot maakt gebruik van cookies voor een goede werking van de site, voor tracking en voor het bijhouden van statistieken. Gaat u verder op de site? Dan stemt u erin toe dat wij cookies plaatsen. Lees meer over cookies bij Van Lanschot