Hoofdeconoom Luc Aben blikt vooruit – week 31

Geen zomerreces in macrocijferland! Belangrijke inflatiecijfers uit de VS en Europa staan op de rol en aan het eind van de week zien we nog een Amerikaans banenrapport opdoemen. Oh ja, er zijn ook de nodige inkoopmanagersindexcijfers die iets zeggen over de economische voortgang in de VS en euroland. We staan ook nog even stil bij het verloop van het cijferseizoen.

FED houdt zich voorlopig koest

De Fed liet zich vorige week woensdag gematigd uit over de aanstaande verkrapping van het monetaire beleid. Zoals verwacht kondigde de Fed balansafbouw aan. Het tempo is afhankelijk van vooral de optredende inflatie, liet Yellen doorschemeren.  

Maar op inflatiegebied wil het niet erg wil vlotten. Hernieuwd bewijs hiervoor kwam afgelopen vrijdag bij de presentatie van de economische groei over het tweede kwartaal. De employment cost index steeg in de VS slechts 2,4% op jaarbasis en dat was zelfs een terugval ten opzichte van het eerste kwartaal (+2,6% op jaarbasis)! Ondanks de volledige werkgelegenheid stijgen de loonkosten zeer gematigd, iets wat vervolgens ook weer de consumptie in de VS remt.

Maar goed met een groeiherstel in het tweede kwartaal, tot 2,6% op jaarbasis, mag de Fed tevreden zijn. Al met al lekker de boel laten voortkabbelen, monetair ingrijpen is nog niet noodzakelijk, zal men denken. De lagere dollar gaat voor extra rugwind zorgen voor de economie. Dat houdt hopelijk ook Trump koest met allerlei wilde stimuleringsplannen.

Andere richting in de VS op zowel inflatie- als werkgelegenheidsvlak?

Daar rekenen we niet op. De geliefde kerninflatie-indicator van de Fed (de persoonlijke uitgaven) zal dinsdag naar verwachting uitkomen op 1,4% en dat ligt nog ruim onder de 2%-doelstelling. Misschien wel van grotere zorg is de samenstelling van die inflatie. Het zijn vooral een paar relatief grote componenten als gezondheidszorg en huren die inflatiestijging veroorzaken de afgelopen maanden. Veel andere producten en diensten zitten simpelweg in een neerwaartse spiraal.

Eind van deze week komt de maandelijkse banencreatie voorbij. Wij voorzien geen aanleiding voor een negatieve verrassing. De geprojecteerde verwachting van 180.000 banen is voldoende om de nieuwe toetreders op de arbeidsmarkt van een baan te voorzien. Een stevige misser (onder de 100.000) kan wel voor negatieve reactie zorgen. Een robuuste arbeidsmarkt is immers een belangrijke kurk waar het economisch vertrouwen op drijft.

Europa: still going strong(er)

Diverse inkoopmanagersindices, detailhandelsverkopen en werkgelegenheid gaan dit beeld deze week opnieuw bevestigen. Het economisch momentum in de eurozone blijft goed. Dinsdag komt de economische groei voor het tweede kwartaal, geschat op 2,1% op jaarbasis, naar buiten. Daar is ons inziens ruimte voor een positieve verrassing mede door de economische versnelling in Frankrijk en Spanje. Een minpunt is dat de economie van Italië verder achterop is geraakt. Dat baart enige zorgen, ook bij de ECB.

Ook inflatie blijft achilleshiel in euroland

In de eurozone zien we de ontwikkeling in producenten- en consumentenprijzen voorbij trekken. De verwachte 1,3% stijging op jaarbasis in de consumentenhoek is niet veel soeps. Nu de euro aansterkt zal de geïmporteerde inflatie dalen en komt dit inflatiecijfer mogelijk verder onder druk. Een indicatie hiervoor kunnen de producentenprijzen geven deze week, die zitten eerder in de economische schakel. Wij verwachten dat de inflatieontwikkeling opnieuw zal bevestigen dat de ECB niet al teveel haast moet en zal maken om het geldinfuus af te koppelen.  

De watchers van de wereldwijde centrale banken kunnen even met vakantie maar moeten wel eind augustus (24-26) aankruisen in de agenda. Tijdens het jaarlijkse symposium in Jackson Hole komen de centralebankiers met een mogelijke update over de monetaire exitstrategie. Balansafbouw ja in de VS en Europa, verdere renteverhogingen nog even niet, is nu de verwachting.   

Bedrijfscijfers: home–run voor de VS

Het Amerikaanse cijferseizoen verloopt op rolletjes. Ten eerste waren de verwachtingen relatief laag gespannen, nu blijkt dat bij circa driekwart van de S&P500 bedrijvencijfers de winst of de omzetverwachting weet te verslaan. Dat ondersteunt het aandelensentiment voor de wereldwijde aandelenmarkten. In Europa zien we een gemengder beeld; diverse sectoren (o.a. kapitaalgoederenindustrie en chemie) stelden enigszins teleur. Cijfers van banken waren goed maar kregen een matige ontvangst. Missers bij bedrijfscijfers daarentegen worden stevig afgestraft. Deze ‘ontwikkeling’ maakt Europese aandelenmarkten kwetsbaarder, zeker bij een eventuele beurscorrectie.

Van Lanschot maakt gebruik van cookies voor een goede werking van de site, voor tracking en voor het bijhouden van statistieken. Gaat u verder op de site? Dan stemt u erin toe dat wij cookies plaatsen. Lees meer over cookies bij Van Lanschot