Hoofdeconoom Luc Aben blikt vooruit - week 28

Het was opnieuw een moeilijke week voor aandelenbeurzen. En opnieuw waren obligatiemarkten een belangrijke oorzaak. De rente op de tienjarige Duitse staatslening schoot door de 0,50%. Lange tijd fungeerde dat niveau als een soort bovengrens voor de Duitse langetermijnrente. Draghi’s eerdere woorden dat het deflatiegevaar in de eurozone geweken is en dat het best goed gaat met de economie, ijlden dus nog volop na.

Rentevrees te voorbarig

Toch lijkt de rentevrees van aandelenbeleggers wat voorbarig. Toegegeven, in de VS staat de Federal Reserve op het punt om haar balans te gaan afbouwen. Maar dat zal in muizenstapjes gebeuren. Zo zijn er steeds meer FED-bestuurders die zich toch wat zorgen maken over de aanhoudend lage inflatie. Werd die eerder nog resoluut bestempeld als ‘tijdelijk’, ondertussen kwamen er barstjes in die overtuiging.

In de eurozone bevestigden de notulen van de recentste ECB-bijeenkomst eveneens dat onze centrale bankiers slechts héél geleidelijk het monetaire beleid zullen draaien. Sterker, het lijkt alsof Draghi’s toespraak, die het rentevuurtje aanstak op obligatiemarkten, een soort één-mans-initiatief was. De notulen manen immers expliciet aan om publieke uitspraken méér dan ooit te wikken en te wegen.

Kortom, we denken niet dat vanuit de rentehoek de dreiging voor aandelen aanhoudt. Misschien kan dat veranderen als de FED, tegen de ingeprijsde marktverwachtingen in, na de zomer doorzet met de geplande renteverhogingen. Maar op korte termijn zal de aandacht van beleggers draaien richting bedrijfsresultaten over het tweede kwartaal en de begeleidende commentaren.

Meevallende bedrijfswinsten en dito vooruitzichten

Met name die commentaren zouden best wel eens kunnen meevallen. Net zoals recente macro-economische indicatoren dat doen. In de VS overtroffen zowel het ondernemersvertrouwen (ISM) uit de industrie als de dienstensector vorige week de verwachtingen. Ook het banenrapport was een opsteker. In Europa mochten we degelijke cijfers over de arbeidsmarkt, ondernemersvertrouwen, kleinhandelsverkopen en industriële productie verwelkomen. En ook in de groeilanden zit het economische tempo erin. Samengevat betekent dit alles dat de weg vrij is voor goed geluimde bedrijfsleiders. Dat kan de appelflauwte op beurzen van de voorbije weken een halt toeroepen.

Rustig macroweekje voor de boeg

Deze week is het relatief rustig op macrovlak. Met uitzondering dan van China, waar handelscijfers en geld- en kredietgroei op de agenda staan. De Chinese export zou de economische dynamiek wereldwijd en in de Aziatische regio moeten weerspiegelen.

VS

In de VS is het uitkijken naar de NFIB-index. Deze meet het vertrouwen bij kleine en middelgrote ondernemingen. Die zijn vaak iets meer binnenlands gericht.

Na de presidentsverkiezingen schoot het vertrouwen bij deze groep de hoogte in. Aangejaagd door Trump’s plannen voor lagere belastingen, deregulering en infrastructuurinvesteringen.

Ondanks het feit dat het niet echt lijkt te vlotten met die economische agenda, blijft het NFIB-vertrouwen hoog. In lijn met de ISM uit de dienstensector. Ook die heeft een relatief grote binnenlandse inslag.  Wat er allemaal op duidt dat het op dit moment best goed zit met de economische dynamiek van Uncle Sam. Naast de NFIB-score, verwachten we dat ook de kleinhandelsverkopen hier eind deze week op zullen wijzen.

Met het oog op het FED-beleid zijn komende vrijdag de nieuwe inflatiecijfers belangrijk. We gaan niet uit van verrassingen. Noch in de ene, noch in de andere richting. De lagere dollar kan het algemene prijspeil wat opduwen, anderzijds is er de lagere energieprijs en aanhoudend matige loonontwikkeling. Benieuwd ook naar de woorden van Yellen. Hoe zij tegen dit alles aankijkt bij haar verklaringen voor het Congres deze week.

In de tweede jaarhelft zien we wél opnieuw wat hogere Amerikaanse inflatiecijfers opduiken. Wat mede verklaart waarom we op die horizon de reactie van de FED en (Amerikaanse) obligatiemarkten goed in de gaten houden. Met name in relatie tot aandelenkoersen. Zoals we hierboven al bespraken.

Europa

Het enige vermeldenswaardige Europese macro-cijfer deze week is de industriële productie. Omdat we dit cijfer al kregen vanuit belangrijke individuele landen als Duitsland, Spanje en Frankrijk, kijken we het euro-brede getal woensdag met vertrouwen tegemoet.

Van Lanschot maakt gebruik van cookies voor een goede werking van de site, voor tracking en voor het bijhouden van statistieken. Gaat u verder op de site? Dan stemt u erin toe dat wij cookies plaatsen. Lees meer over cookies bij Van Lanschot