Hoofdeconoom Luc Aben blikt vooruit - week 27

Selectieve doofheid is een veel voorkomende kwaal. Ook bij beleggers. Toen Mario Draghi vorige week zei dat het deflatiegevaar achter ons ligt, stuurden beleggers en handelaren de obligatierente en de euro prompt hoger. Schrik viel ons ten deel, vrezend dat de stroom goedkoop geld opdroogt. Kortom, markten reageerden net alsof de ECB klaarstaat om morgen volledig te stoppen met haar kwantitatieve verruiming (het opkopen van obligaties) en het optrekken van de beleidsrente. Dat Draghi óók aanstipte dat het monetaire beleid nog geruime tijd zeer ruim zal blijven en dat de ECB zeer behoedzaam de draai zal maken, werd even niet gehoord.

Draghi is en blijft goedgeluimd

In feite zei de ECB-baas niks nieuws. Draghi is al enige tijd goedgeluimd als het over de Europese economie gaat. En dat vanaf 2018 de maandelijkse obligatieaanschaf geleidelijk afgebouwd zal worden, was ondertussen zowat de consensus-mening onder beleggers geworden.

Dat zal echter héél geleidelijk gebeuren. Een eerste renteverhoging moeten we zelfs het eerste anderhalf jaar niet verwachten. In de filosofie van de ECB is er immers geen reden om haast te maken, zoals de matige inflatiecijfers vorige vrijdag nogmaals aantoonden. De Europese economie heeft nog een grote hoeveelheid ‘vrije capaciteit’ om te groeien vooraleer ze tegen haar limieten aanbotst en er inflatiedruk kan ontstaan. Denk maar aan de werkloosheid die gemiddeld in de eurozone nog steeds boven de 9% uitstijgt.

Obligaties zijn al lange tijd zeer duur, met als spiegelbeeld een te lage langetermijnrente. Dat daar een correctie optreedt, is dan ook logisch. Waarbij Draghi’s woorden deze week als ‘trigger’ dienstdeden. Als de Duitse tienjarige staatsrente door het niveau van de 0,50% zou breken, is een versnelling van de opwaartse rentebeweging bovendien waarschijnlijk. Maar zover zijn we nog niet.

Hogere obligatierente geen bedreiging

Hoewel het tussentijds voor nervositeit kan zorgen, mag een hogere obligatierente per saldo geen directe bedreiging voor aandelenkoersen zijn. Of zoals de bekende wiskundige formule zegt: twee maal nul, blijft nul. Zelfs als de lange rente verdubbelt, dan nog is ze laag. En zullen beleggers op zoek moeten gaan naar andere beleggingen om rendement te maken. Aandelen bijvoorbeeld. Met de blik een jaar vooruit, blijft het dan ook onze mening dat aandelen het relatief goed kunnen doen.

Twee aannemelijke scenario’s

Binnen de reeks risico’s voor dit scenario, want die zijn er altijd, stippen we er op dit moment twee aan. Een eerste uit de VS. Investeerders gaan er vanuit dat de Federal Reserve tot eind 2018 nog maar één keertje haar beleidstarief zal optrekken. Dat lijkt ons een al te pessimistische visie op de Amerikaanse economie te weerspiegelen. Als financiële markten zich op enig moment realiseren dat er méér renteverhogingen aankomen, dan wordt de Amerikaanse obligatierente hoger geduwd. Komt de tienjaarsrente vervolgens in de buurt van 3,0% tot 3,5% (huidig niveau staat op 2,3%), dan kan dat op Wall Street wél vervelend worden voor beurzen. En als het in New York regent.

Een tweede risico, meer op de korte termijn, zijn tegenvallende bedrijfsresultaten. Zoals we vorige week al aanhaalden, is de lat immers hoger komen te liggen voor het cijferseizoen over het tweede kwartaal. Dat start over enkele weken.

Bedrijfscijfers hangen natuurlijk rechtstreeks samen met het wereldwijde macro-plaatje. In Europa is die macro-agenda deze week mager gevuld. Interessanter zijn China en vooral de VS.

Amerikaans macroplaatje reden tot zorg

Met name over het Amerikaanse macroplaatje rijzen er af en toe wat zorgen. Naar 2018 toe is het inderdaad belangrijk dat er nieuwe economische impulsen komen. Bijvoorbeeld vanuit het fiscale beleid. Maar op de kortere termijn rekenen we op de consument om de groei op peil te houden. Afgelopen vrijdag bleek al dat het persoonlijke inkomen toeneemt. Zodat de baan dus vrij is voor een stevige consumptie. Eind deze week verwachten we dat het arbeidsmarktrapport voor juni een gelijkaardig bemoedigend signaal zal geven.

Ook vanuit het ondernemersvertrouwen verwachten we een dergelijk signaal. Met name het vertrouwen in de industrie (ISM Manufacturing) haperde de laatste twee maanden enigszins. Maar de zwakkere dollar en het economische momentum in de rest van de wereld, kunnen dat vertrouwen opnieuw een draai laten maken.

Chinese economie blijft groeien

Eind dit jaar vindt in China het vijfjaarlijkse Partijcongres plaats. Hierin wordt de top van de Communistische Partij (her)benoemd. Logisch dat beleidsmakers in de aanloop daar naartoe meer dan ooit streven naar stabiliteit.

De PMI’s (ondernemersvertrouwen) vanuit het officiële statistische bureau gaven eind vorige week aan dat zowel de industrie als de dienstensector in de groeizone blijven. Vanochtend kregen we een gelijkaardig vertrouwenscijfer voor de industrie vanuit een private inschatting (Caixin). Ook dat klom opnieuw boven de kritische grens van 50, nadat het daar de vorige keer net onder was gedoken. Woensdag komt de Caixin PMI-score voor de dienstensector. We verwachten dat ook dat licht positief kan verrassen. Voor internationale beurzen, die sowieso al een aarzelend verloop kennen de laatste tijd, zijn dergelijke Chinese cijfers niet onbelangrijk.

Van Lanschot maakt gebruik van cookies voor een goede werking van de site, voor tracking en voor het bijhouden van statistieken. Gaat u verder op de site? Dan stemt u erin toe dat wij cookies plaatsen. Lees meer over cookies bij Van Lanschot