Hoofdeconoom Luc Aben blikt vooruit - week 26

Vlakke handel, gemengd beeld, kleine minnen…, zomaar een greep uit de titels van een beleggingswebsite vorige week. Het is allemaal een beetje inspiratieloos op de effectenbeurzen. We wachten op nieuwe triggers.

Bieden kwartaalresultaten soelaas?

Over een paar weken start het resultatenseizoen weer. Na het eerste kwartaal gaven de bedrijfscijfers zuurstof aan beurzen. Analisten stelden hun verwachtingen voor het hele jaar bij. Op zich een positief verhaal natuurlijk, maar het heeft ook een keerzijde. De lat ligt immers hoger nu. Wat de kans op ontgoochelingen groter maakt. Vooral in de VS is er op dit vlak het nodige risico, voor Europa zijn we een stuk optimistischer.  

Macro-economisch hebben we al een portie ontgoocheling achter de kiezen. Met name uit de VS. Begin mei dook de zogenoemde Economic Surprise-index onder nul. Dat betekent dat er méér cijfers onder verwachting uitkomen dan andersom. En dat die negatieve verrassingen qua kracht groot waren. In Europa, China en de groeilanden in het algemeen, is het beeld beter. Met weliswaar minder positieve verrassingen dan begin dit jaar, maar de verrassingsscores blijven wel positief. Of dat houdbaar is, hangt af van de interne groeidynamiek in die regio’s. Maar het spreekt voor zich dat de gang van zaken in de VS zich uiteindelijk ook over de rest van de wereld laat voelen.

Ogen gericht op Amerikaanse consument

Donderdag komt het definitieve Amerikaanse groeicijfer over het eerste kwartaal naar buiten. We verwachten weinig spannends van deze herziening. Het eerste kwartaal viel tegen en dat beeld zal niet plots omkeren.

Interessanter zijn dan ook de andere data van deze week. Met vooral aandacht voor de consument: de persoonlijke inkomens en bestedingen en het consumentenvertrouwen.

Vooral die bestedingen zijn relevant. We rekenen erop dat de consument de economie op sleeptouw kan nemen. De omgevingsfactoren zijn in ieder geval goed: een sterke arbeidsmarkt, goedkope energie, lage rente, hoge koersen op financiële markten. Ook het reële beschikbare inkomen stijgt. Met bijna 3% op jaarbasis. Geen wonder dat het consumentenvertrouwen hoog is. Iets waar we deze week bevestiging van verwachten, zowel vanuit de Conference Board als vanuit de Universiteit van Michigan. Alles bij elkaar opgeteld, en ervan uitgaande dat er geen ‘externe schokken’ vanuit politieke hoek of beurzen komen, mogen we dan ook verwachten dat Amerikaanse burger geld blijft uitgeven. Dat is in ieder geval een cruciale voorwaarde voor méér groeimomentum.

Ook bedrijfsinvesteringen kunnen voor dergelijk momentum zorgen. Als vanmiddag de orders voor duurzame goederen over de maand mei worden gepubliceerd, zullen we bijgevolg vooral op zoek gaan naar het geschoonde cijfer voor kapitaalgoederen. Sinds medio 2016 zitten de orders daarvoor in de lift.

Of en wanneer dit alles dan tot wat hogere inflatie kan leiden, is een open vraag. En vooral een belangrijke vraag met het oog op het rentebeleid van de Federal Reserve. De bekendste inflatie-parameter, de CPI, brokkelt al een drietal maanden af. Het voorlopige industriële inkoopmanagersindexcijfer over juni liet zien dat ook de verkoopprijzen onder druk staan. De zwakke inflatie roepen meteen vragen op over de onderliggende sterkte van de Amerikaanse economie.

Toch zijn er een aantal ‘verzachtende omstandigheden’ om de matige inflatiecijfers te verklaren. De dalende energieprijs natuurlijk, maar ook een aantal sectorspecifieke elementen. Zoals de prijzenoorlog in de telecomsector, kostendalingen in de gezondheidszorg of druk op de autoprijzen omdat er een golf van tweedehands leasewagens op de markt kwam.

Bovendien kijkt de Fed niet zozeer naar de CPI, maar eerder naar een andere inflatieparameter: de PCE. Deze is iets breder qua samenstelling. Wat niet wil zeggen dat het beeld dat de PCE aflevert anders is. Eind deze week zal blijken dat ook volgens deze indicator de inflatiedruk matig blijft. Zodat de toegenomen twijfel over het Fed-beleid en de ‘schwung’ in de Amerikaanse economie nog even kan blijven hangen.

Eurozone-economie draait vrolijk door

Het ondernemersvertrouwen volgens het PMI-cijfer bevestigde vorige vrijdag dat de eurozone op weg blijft naar een groei van ongeveer 2% dit jaar. Het Duitse verhaal speelt hierin een belangrijke rol. Vandaar onze aandacht vandaag voor het Duitse ondernemersvertrouwen volgens de IFO. Donderdag krijgen we dan een euro-breed vertrouwenscijfer vanuit de Europese Commissie. Er is geen reden om verrassingen te verwachten. Noch positief, noch negatief. Het twee-procent-verhaal zal wellicht blijven staan.

Zoals bekend leidt de betere groei nog niet tot opwaartse inflatiedruk. Zoals ook eind deze week zal blijken uit de eerste inschatting voor de inflatie in juni. De ECB mag dan wel langzaamaan beginnen praten over een normalisering van het monetaire beleid, er is nog een héél lange weg af te leggen voor volledig economisch herstel. Denk maar aan de weliswaar dalende, maar nog steeds hoog blijvende werkloosheid in grote delen van euroland.

Van Lanschot maakt gebruik van cookies voor een goede werking van de site, voor tracking en voor het bijhouden van statistieken. Gaat u verder op de site? Dan stemt u erin toe dat wij cookies plaatsen. Lees meer over cookies bij Van Lanschot