Hoofdeconoom Luc Aben blikt vooruit - week 25

De Federal Reserve verhoogde voor de vierde maal sinds december 2015 de beleidsrente. Wat geen verrassing was. Wél enigszins verrassend was de toelichting door Fed-baas Yellen. Die had een ‘haviken-toon’: het komt goed met de Amerikaanse inflatie en we gaan door met renteverhogingen. Beurzen schrokken even. Wat als de Fed al te voortvarend wordt met het optrekken van de rente? Ook als de Amerikaanse groei niet opnieuw versnelt?

Een paar uurtjes voor het besluit van de Fed kregen we zwakke inflatiecijfers over de maand mei voorgeschoteld. Natuurlijk spelen de afbrokkelende energieprijzen hierin mee. Maar ook los daarvan, bleek de opwaartse prijsdruk flauw. De kerninflatie, die energie- en voedselprijzen uitfiltert, viel terug tot het laagste niveau in twee jaar. Tot 1,7%. Wat een derde maand op rij van verrassend zwakke inflatie betekent.

Amerikaanse rentestap verwacht, toch verrast Fed

De Fed houdt vol dat tijdelijke factoren de prijszwakte verklaren en geen signaal zijn dat het fout zit met de groei. Financiële markten twijfelen. Zij prijzen tot eind 2018 nog maar één bijkomend opwaarts rentestapje in. De centrale bankiers gaan uit van vier renteverhogingen.

Wie hier uiteindelijk gelijk krijgt, is belangrijk. Het rentepad van de Fed weerspiegelt immers de gang van zaken in de Amerikaanse economie. Om de huidige beurswaarderingen in New York vol te houden, trekt die best aan. Daarnaast is er de dollar. Als de Fed inderdaad minder renteverhogingen doorvoert dan voorzien, kan de greenback verder verzwakken. Wat dubbel negatief nieuws zou betekenen voor de eurozone. Het zou én een zwakker dan verhoopte Amerikaanse economie betekenen, én een sterkere euro. Beide niet goed voor onze export.

Zelf zijn we niet zo pessimistisch over de VS. De financiële omgevingsfactoren werken in ieder geval groeistimulerend. Een goedkopere dollar, lagere obligatierente en hoge aandelenkoersen leiden uiteindelijk vaak tot méér vraag. Is dat ook dit keer het geval, dan zullen op enig moment de lonen beginnen te stijgen. De overcapaciteit op de arbeidsmarkt krimpt immers. Zodat de consument de groei de komende kwartalen een tikje hoger kan trekken. En de Fed kan hetzelfde blijven doen met de rente. Dat is dan een motie van vertrouwen in de economie. Zodat die hogere rente per saldo geen schade toebrengt aan beurskoersen. Tenminste, zolang de langetermijnrente niet al te fors oploopt. Waarbij ‘al te fors’ overeenkomt met een rendement op tienjarig Amerikaans staatspapier van 3% tot 3,5%.

Kijken we naar de macro-agenda van de komende dagen, dan wacht ons een rustige week. De belangrijkste cijfers komen vrijdag, met de eerste inschattingen voor de Markit PMI’s in de VS en de eurozone.

Geven Europese consumenten het juiste signaal af

Op basis van het ondernemersvertrouwen van vorige maand (PMI), zit de kwartaalgroei in de eurozone momenteel op 0,7%. Hoger dan het eerste kwartaal dus. We verwachten dat de nieuwe PMI’s deze week opnieuw goed zullen zijn. 

Verder besteden we donderdag ook aandacht aan het Europese consumentenvertrouwen. Dat zit al enige tijd voorzichtig in de lift. Ondersteund door een aantrekkende arbeidsmarkt. Tegenover een jaar geleden zijn 1,5% méér mensen aan het werk.

De lonen volgen voorlopig niet. En dat zal nog wel enige tijd zo blijven. Gemiddeld over de eurozone blijft het onbenutte arbeidspotentieel nog steeds groot. Leggen we van hieruit de link naar het monetaire beleid van de ECB, dan wordt duidelijk dat de normalisering over een aantal maanden weliswaar van start kan gaan, maar héél geleidelijk.

Vanuit een beleggersbril bekeken is dat niet ongunstig: een betere economie en aanhoudend goedkoop geld.

Van Lanschot maakt gebruik van cookies voor een goede werking van de site, voor tracking en voor het bijhouden van statistieken. Gaat u verder op de site? Dan stemt u erin toe dat wij cookies plaatsen. Lees meer over cookies bij Van Lanschot