Hoofdeconoom Luc Aben blikt vooruit - week 22

Vorige week verlaagde kredietbeoordelaar Moody’s de rating van China. De voorbije jaren zou dat nieuws nog een schrikreactie hebben veroorzaakt op beurzen. Tegenwoordig halen beleggers even de schouders op. Een signaal dat het onderliggende sentiment vooralsnog goed blijft. Ondanks de opgelopen koersen.

Op zich is het ook geen verrassend nieuws natuurlijk. Iedereen weet dat de Chinese schulden sinds 2008 fors opliepen. Maar het feit dat die schulden grotendeels binnenlands gefinancierd zijn, reduceert het risico enigszins. Bovendien zijn beleidsmakers zich bewust van de gevaren. Met gerichte maatregelen proberen ze geleidelijk het lont uit het kruitvat te halen.

Toch zullen deze schulden de komende jaren een belangrijke rol blijven spelen in het Chinese verhaal. Om de groei op peil te houden. Terwijl geleidelijk de nodige structurele hervormingen plaatsvinden.

Ondertussen zijn de recente Chinese economische data lichtjes ontgoochelend. We hadden het daar vorige week al over. Tegelijk kaderden we die cijfers. Het eerste kwartaal bijvoorbeeld was de groei net iets hoger dan verwacht.

Deze week staan een reeks PMI-cijfers (ondernemersvertrouwen) op de Chinese kalender. We verwachten weinig verandering in dit beeld. De industrie zal wellicht net in de groeizone blijven. Maar het is vooral het cijfer uit de dienstensector dat ons interesseert. Hoe hoger het vertrouwen en de groei bij die dienstverleners, hoe minder China afhankelijk is van een industriële sector die vaker drijft op schulden of te kampen heeft met overcapaciteit.

Amerikaanse banengroei in the picture

Traditioneel is het de eerste vrijdag van de maand in de VS uitkijken naar het arbeidsmarktrapport. Er is geen reden om een slecht cijfer te verwachten.

Met het oog op het rentebeleid van de Federal Reserve houden we daarbij vooral de loonontwikkeling in de gaten. Ondanks de fors gedaalde werkloosheid, was de Amerikaanse loongroei tot nu toe matig. Wat de Fed een argument gaf om trager dan voorzien haar beleidstarieven op te trekken.

Nu is het werkloosheidspercentage natuurlijk een belangrijk cijfer in het gezondheidsbulletin van een arbeidsmarkt. Maar het zegt niet alles. Zo worden zij die het zoeken naar een baan hebben opgegeven, niet meegerekend in het werkloosheidspercentage. Ook werknemers die slechts een deeltijdbaan hebben, maar eigenlijk voltijds willen werken, zijn niet ten volle vertegenwoordigd in dat percentage.

Houden we wél rekening met dergelijke bevolkingsgroepen, dan is het best begrijpelijk dat de loonevolutie tot nu toe matig was. In dit bredere perspectief stond de arbeidsmarkt er begin 2017 immers hetzelfde voor als op het eind van de laatste ‘normale’ recessieperiode van 2001 (We beschouwen hier de recessie van 2008-2009 als uitzonderlijk van karakter, en daarom niet representatief om een vergelijking te maken). Dat betekende tot een paar maanden terug dus een aanhoudende forse onderbenutting van het arbeidspotentieel.

Sindsdien is de situatie echter zodanig verbeterd, dat ook het brede werkloosheidsplaatje het dieptepunt van vóór de financiële crisis benadert. Wat suggereert dat de lonen aan de vooravond van een versnelling kunnen staan. Zodat op zijn beurt de Fed een duwtje richting nieuwe rentestapjes krijgt. Wij gaan er in ieder geval van uit dat in juni zo’n nieuwe renteverhoging volgt.

Tenminste, op voorwaarde dat er naast de arbeidsmarkt voldoende signalen komen dat de Amerikaanse groei degelijk blijft. En liefst wat hoger dan in het eerste kwartaal. De ISM-indicator voor de industrie, die donderdag uitkomt, is hierbij een belangrijke variabele. Afgaand op de vergelijkbare Markit PMI, waar we al een inschatting van kregen, hebben we geen al te hoge verwachtingen voor de ISM Manufacturing. Een stabilisatie tegenover de vorige maand zou al mooi zijn. Om de Amerikaanse groei een versnellend duwtje te geven, rekenen we vooral op de dienstensector. Op het ISM-cijfer vanuit die diensten is het nog een week wachten.

Europa groeit verder door

Waren de Amerikaanse industriële Markit PMI’s matig, voor de eurozone wijzen ze op verder versnellende groei. Tot een tempo van 0,6% tot 0,7% in het tweede kwartaal. Ter vergelijking: in het eerste kwartaal groeide ons continent met 0,5% tegenover de drie maanden voordien.

We verwachten dat de vertrouwenscijfers vanuit de Europese Commissie dit beeld deze week zullen bevestigen. Net zoals we ervan uitgaan dat de werkloosheid zijn neerwaartse pad langzaam verderzet.

Tegelijkertijd zullen we overmorgen zien dat de inflatie zeer matig blijft. Het effect van de opgelopen olieprijs begint ook langzaam uit te doven. Vanuit de bril van de ECB bekeken is er dus, ondanks de aantrekkende groei, geen aanleiding om het stuur van het monetaire beleid eerder dan verwacht om te gooien.

Van Lanschot maakt gebruik van cookies voor een goede werking van de site, voor tracking en voor het bijhouden van statistieken. Gaat u verder op de site? Dan stemt u erin toe dat wij cookies plaatsen. Lees meer over cookies bij Van Lanschot