Hoofdeconoom Luc Aben blikt vooruit - week 18

Om het imago van een krachtdadig leider hoog te houden of misschien wel op te krikken, wilde Trump nog snel een paar vinkjes zetten. Zaterdag was immers het ijkpunt van zijn eerst honderd dagen presidentschap. Een periode waarvoor hij tijdens zijn campagne het één en ander had beloofd.

Vandaar dat onder meer minister van Financiën Mnuchin het veld in werd gestuurd om een zogenaamde ‘grootse belastinghervorming’ te presenteren. In realiteit bleek het een opsomming van intenties. In lijn met wat we al wisten uit de verkiezingscampagne. Maar een ‘plan’ kan je dit niet noemen. Er zijn geen details, geen onderbouwing, geen duiding van de kosten en opbrengsten.

Ruwe berekeningen geven echter aan dat het fiscale wensenlijstje de komende tien jaar al snel zou oplopen tot 7.000 miljard dollar. Ter vergelijking: het Amerikaanse BBP bedraagt $ 18.000 miljard. Kansloos dus om dit door het Congres te krijgen.

Ongetwijfeld zal de regering Trump beargumenteren dat lagere belastingen zichzelf terugbetalen via hogere economische groei. Dat argument is twijfelachtig. Gelijkaardige belastingverlagingen door Reagan en Bush hadden geen enkele invloed op de economische dynamiek. Enkel op de begrotingstekorten en schulden.

Met al deze bedenkingen is het logisch dat financiële markten de aankondiging van Mnuchin beleefd aanhoorden, om ze vervolgens naast zich neer te leggen. In het besef dat het wellicht tot begin volgend jaar wachten zal zijn op een concreet belastingakkoord tussen het Witte Huis en het Congres. Een akkoord dat wellicht ook minder ver zal gaan dan de $ 7.000 miljard.

Toch reageerden Amerikaanse beleggers niet ontgoocheld. Per slot van rekening blijven lagere belastingen in het verschiet. Inclusief waarschijnlijk een regeling voor het terughalen van cash die ondernemingen in het buitenland hebben gestald. Cash die kan dienen voor hogere dividenden of de terugkoop van aandelen.

Daarnaast zitten we natuurlijk middenin de kwartaalcijfers. Die zijn zonder meer goed. Met bovendien een mooie spreiding van goed nieuws over een breed gamma sectoren. Deze steun vanuit de bedrijfscijfers is welkom. Zo bleek vrijdag immers, uit de eerste inschatting, dat de groei in het eerste kwartaal matig was: slechts 0,7% op jaarbasis.

Wat vindt Yellen hiervan?

Benieuwd hoe de FED hier komende woensdag tegenaan kijkt. De consensusverwachting is dat Yellen nu even niks zal doen. We sluiten ons daarbij aan.

Een nieuwe renteverhoging in juni blijft echter wél een reële mogelijkheid. Ondanks de matige start van het jaar blijven de Amerikaanse economische vooruitzichten namelijk degelijk: hoog vertrouwen (waarvoor we deze week bevestiging verwachten vanuit de ISM-indicatoren), lage werkloosheid en sterke financiële markten. Ook de investeringen trekken aan. Grote kans dus dat het tweede kwartaal opnieuw een heel eind beter wordt. Net zoals dat de voorbije jaren het geval was.

Naarmate de arbeidsmarkt verder verkrapt, stijgen ook de kansen op aantrekkende lonen. Eind deze week staat het traditionele arbeidsmarktrapport voor april op de agenda.

In maart ontgoochelde dit rapport. Toch was deze tegenvaller grotendeels te verklaren door uitzonderlijke factoren. We gaan er dan ook vanuit dat de banencreatie in april terug tot het ‘normale’ niveau richting 180.000 zal geklommen zijn.

Voorzichtig Europees optimisme

ECB-baas Draghi schetste vorige week een tamelijk optimistisch beeld van de Europese economie. De groei trekt aan. Woensdag krijgen we een eerste inschatting van de groei in het eerste kwartaal. We rekenen op een niveau dat minstens gelijk is aan dat van het laatste kwartaal in 2016. Dat betekent een cijfer van 0,5%.

Op basis van de eerste vertrouwenscijfers uit het begin van het tweede kwartaal, blijft het ook goed zitten met het economische momentum. Met een weliswaar zeer trage, maar toch gestage afbrokkeling van de werkloosheid. Morgen krijgen we geactualiseerde arbeidsmarktcijfers.

Toch ziet het er niet naar uit dat de centrale bank eerder dan voorzien zal stoppen met haar tussenkomst op de obligatiemarkten. De groei mag dan wel versnellen, de inflatiedruk blijft zeer matig. Een hogere beleidsrente, zoals in de VS, is al helemaal iets voor de écht lange termijn.

Deze combinatie van aanhoudend ruim geldbeleid, aantrekkende groei en degelijke bedrijfscijfers verantwoordt ons accent op Europese aandelen. Met daarbij deze week natuurlijk oog voor de uiteindelijke afloop van de Franse presidentsverkiezingen. Ondanks de grote kans dat Macron het inderdaad haalt, is de race pas gelopen op het moment dat alle stemmen zijn geteld. De peilingen zijn ondertussen stabiel: 60% voor Macron, 40% voor Le Pen. 

Van Lanschot maakt gebruik van cookies voor een goede werking van de site, voor tracking en voor het bijhouden van statistieken. Gaat u verder op de site? Dan stemt u erin toe dat wij cookies plaatsen. Lees meer over cookies bij Van Lanschot