Het Amerikaanse macrofront roert zich

Van noemenswaardige inflatie is in de VS nog altijd geen sprake. Zeker niet als we zien dat de consumentenprijzen in maart fractioneel daalden. Toch zette dat de consument in de VS niet aan tot consumeren. Integendeel. De detailhandelsverkopen kwamen voor de tweede achtereenvolgende maand niet van hun plaats. Is dat zorgelijk? Enigszins zorgelijk is wel de ontwikkeling van de industriële activiteit in en om New York. Die houden we in de gaten. Gelukkig is de Amerikaanse huizenmarkt nog altijd robuust, of zien we daar ook de eerste scheurtjes optreden?

Twee gezichten voor Amerikaanse detailhandelsverkopen

De Amerikaanse detailhandelsverkopen ontwikkelden zich afgelopen maart bijna conform verwachting. De door Bloomberg geraadpleegde economen hielden rekening met een groei van 5,6% op jaarbasis. De werkelijke groei bedroeg 5,2%.

Geen groei op maandbasis

Een prima ontwikkeling, eentje die ons doet vermoeden dat de Amerikaanse consument zijn verantwoordelijkheid nog altijd neemt. Kijken we op maandbasis en schonen we de cijfers voor de volatiele autoverkopen, dan komen we toch enigszins bedrogen uit. In maart is er, uitgaande van bovenstaande, geen groei van de detailhandelsverkopen geweest. En dat is zorgelijk, zeker omdat dit de tweede achtereenvolgende maand is waarin er op maandbasis geen groei is. Gegeven de toename van de geopolitieke spanning in de wereld en de rol van de VS daarin, vinden wij dit niet verrassend. Het is in onze ogen wel iets om in de gaten te houden aangezien de Amerikaanse consument grotendeels verantwoordelijk is voor de richting van de Amerikaanse economie.

Amerikaanse consumentenprijzen dalen

In de ontwikkeling van de Amerikaanse consumentenprijzen zien we de bevestiging dat het wel de toename van de geopolitieke spanningen moeten zijn waarom de detailhandelsverkopen de afgelopen twee maanden niet van hun plaats zijn gekomen. In maart zijn de consumentenprijzen, we hebben het dan over de ontwikkeling van de kerninflatie, namelijk met 0,1% gedaald. En dat terwijl door Bloomberg geraadpleegde economen gemiddeld uitgingen van een lichte prijsstijging van 0,2% op maandbasis. De prijsdaling was het beste zichtbaar bij telefoondiensten en bij de kledingverkopen. Saillant detail is dat een dergelijke prijsdaling sinds januari 2010 niet meer is voorgekomen.

Industrie New York doet stapje terug

De industriële activiteiten in de regio rondom New York zijn in maart op een lager pitje komen te staan. Althans dat vertelt de NY Empire State Manufacturing Index ons. Deze index hield in april halt op een stand van 5,2 indexpunten. Een flinke aderlating aangezien de maartstand 16,4 indexpunten bedroeg. De pijn zit hem vooral in de toestroom van nieuwe orders. De overeenkomstige index reikte in maart nog naar een stand van 21,3 indexpunten, maar kwam in april niet verder dan 7,0 indexpunten. Ook de index voor de gemiddelde werkweek daalde fors (van 15,0 indexpunten in maart, naar 8,8 indexpunten in april).

Hoewel er met een stand van 5,2 indexpunten nog altijd sprake is van groei, is deze wel bescheiden. Bovendien constateren we dat we inmiddels onder het tienjaarsgemiddelde van 7,76 indexpunten zitten. Dat vraagt om oplettendheid, want vaak is de ontwikkeling een graadmeter voor de rest van de VS.

Amerikaanse huizenmarkt nog altijd robuust

Ook de Amerikaanse huizenmarkt maakt even pas op de plaats. De NAHB Housing Market-index viel in april terug van een stand van 71 indexpunten naar een stand van 68 indexpunten. En daarmee werd niet voldaan aan de gemiddelde verwachting van economen geraadpleegd door Bloomberg. Zij hielden rekening met een stand van 70,0 indexpunten. De oorzaak van de daling moet grotendeels gezocht worden in de verwachte verkopen voor de komende zes maanden. De ondervraagde makelaars zijn daar toch wat minder positief over. Dat was ook wel enigszins te verwachten. De huizenprijzen stegen de afgelopen jaren flink, er lijkt wat krapte op de markt en de onrust in de wereld neemt toe. Niet een cocktail die uitzicht biedt op een voortgaande groei van de Amerikaanse huizenmarkt. Toch zijn wij van mening dat we niet al te veel zout op deze slak moeten leggen. De huizenmarkt in de VS is nog altijd robuust. Dat blijkt ook wel uit het gegeven dat de genoemde index nog altijd flink boven het langjariggemiddelde (1985 tot 2017) van 49,31 indexpunten bivakkeert.

Van Lanschot maakt gebruik van cookies voor een goede werking van de site, voor tracking en voor het bijhouden van statistieken. Gaat u verder op de site? Dan stemt u erin toe dat wij cookies plaatsen. Lees meer over cookies bij Van Lanschot