Hoofdeconoom Luc Aben blikt vooruit - week 8

Als het aan de industriële ondernemer uit Philadelphia ligt, dan groeit de Amerikaanse economie in een tempo van 6% op jaarbasis. Tenminste, dat suggereert de Philly Fed Manufacturing-index. Die sprong vorige week naar het hoogste niveau sinds 33 jaar. Natuurlijk gaat deze index slechts over één Amerikaanse regio. Een soortgelijk vertrouwenscijfer voor de staat New York correspondeerde met slechts 3% groei. Veel minder dus, maar nog steeds meer dan behoorlijk.

Amerikaans vertrouwen groot

Beide indicatoren passen in het optimistische vertrouwensrapport dat sinds een aantal maanden vanuit de VS komt overwaaien. Ook de NFIB-index, die het vertrouwen bij de kleinere en middelgrote ondernemingen meet, vestigde vorige week een 11-jarig record. Dat ziet er dus allemaal goed uit voor zowel de Markit PMI Manufacturing als de PMI Services over de maand februari die we morgen mogen begroeten.

Traditioneel ondervindt de industrie nochtans hinder van een sterke dollar. Hierbij is het absolute niveau van de wisselkoers relevant, maar vooral ook de beweging. Zo mag de dollar momenteel best stevig geprijsd zijn, per saldo gebeurde de belangrijkste beweging richting een sterke munt al in 2015. Tegenover een jaar geleden is de greenback nauwelijks van zijn plaats gekomen. Zodat de sterkste tegenwind vanuit de dollarbeweging voorlopig achter ons ligt.

Bovendien kijken ondernemers natuurlijk reikhalzend uit naar Trumps beloofde belastinghervormingen. De reeds vermeldde NFIB-index illustreert dat mooi: het waren vooral de toekomstverwachtingen die de hoge score verklaarden. Het verschil tussen de ‘huidige omzet’ en de ‘verwachte omzet’ voor de toekomst, is nog nooit zo hoog geweest.
Daarnaast evolueert de NFIB vaak hand in hand met het consumentenvertrouwen. Vandaag de dag laat die NFIB-index het consumentenvertrouwen echter ver achter zich. De kleine en middelgrote ondernemers lijken dus wel érg optimistisch te zijn. Wellicht verklaart hun overwegend Republikeinse voorkeur een en ander.

We zullen zien wat er uiteindelijk uit de bus komt. Misschien weten we volgende week, op 28 februari, meer. Dan staat een presidentiële speech op de agenda die onder meer over de economie zou moeten gaan.
Pas als op enig moment de economische en fiscale plannen concreter worden, zullen we kunnen beoordelen wat de waarschijnlijke effecten zullen zijn: inderdaad méér groei, of juist vooral méér inflatie? Pas dan kunnen we beoordelen of de hoop die uit al die vertrouwensindices inderdaad terecht is.
Ondertussen hoor je steeds meer Amerikaanse ondernemers klagen dat het opvullen van vacatures een uitdaging is. Tot nu toe vertaalt zich dat nog niet in hogere lonen (en dus opwaartse inflatiedruk). Maar een stevige groei-impuls vanuit de Trump-administratie kan een dergelijke loonspiraal zomaar in gang zetten. Waarbij de Fed zich vervolgens genoodzaakt ziet de rente op te trekken, de obligatierente stijgt en de dollar opnieuw een verstevigende beweging kan inzetten.

Tegen deze achtergronden zullen we de Amerikaanse economische data deze dagen bekijken.

En wat doet Europa?

Ook in Europa staan deze week vertrouwenscijfers uit de ondernemerswereld centraal. Met zowel de Markit PMI’s als de Duitse IFO-indicator.

Vorige week leerden we al dat de Duitse (en Europese) economie het in het vierde kwartaal van 2016 toch net iets minder goed had gedaan dan gedacht. Ook de ZEW-index, die het vertrouwen bij Duitse professionele beleggers meet, viel wat terug. Allemaal niet dramatisch en al met al blijven het degelijke scores, maar ook niet meer dan dat. Ook de economische projecties die de Europese Commissie publiceerde, zijn degelijk maar niet opwindend: 1,6% verwachte groei voor de eurozone in 2017.

We verwachten dat de Europese PMI’s en de Duitse IFO een soortgelijk beeld zullen weergeven. Stabiliserend rond een mooi niveau, maar zonder verdere groeiversnelling te suggereren. Europa wacht eveneens op wat er in de VS verder gebeurt. Zowel economisch als in het bredere politieke veld. Waarbij dat politieke veld ook in Europa voor de nodige onzekerheid zorgt: het Griekse dossier, verkiezingskoorts in Nederland, Frankrijk, Duitsland en misschien Italië.

Vandaag, tot slot, vult het Europese consumentenvertrouwen de reeks vertrouwenscijfers van deze week aan. De Europese consument leverde de voorbije maanden een belangrijke bijdrage aan het algemene economische plaatje. Hoewel de werkloosheid nog een heel eind boven het pre-crisisniveau ligt, brokkelt deze langzaam af. Hierdoor neemt het consumentenvertrouwen langzaam toe.

Toch geldt ook hier dat de vooruitgang niet echt overtuigend is. We verwachten niet dat dat spoedig het geval zal zijn. Daarvoor is bijvoorbeeld de toename van de lonen te matig. Bovendien knabbelt de licht hogere inflatie, vooral omwille van hogere energieprijzen, aan de koopkracht van de Europese consument.

Van Lanschot maakt gebruik van cookies voor een goede werking van de site, voor tracking en voor het bijhouden van statistieken. Gaat u verder op de site? Dan stemt u erin toe dat wij cookies plaatsen. Lees meer over cookies bij Van Lanschot