Hoofdeconoom Luc Aben blikt vooruit - week 7

Tijdens een nieuwsarme macro-week kregen bedrijfscijfers en president Trump alle vrijheid om het beursverloop te bepalen. Beide besloten dat in opwaartse richting te doen.

In het vierde kwartaal van vorig jaar nam de winst per aandeel bij de gemiddelde Amerikaanse en Europese onderneming met 5% à 6% toe ten opzichte van het jaar ervoor. In Europa zagen we in 2013 voor het laatst dergelijke hoge cijfers.

Hogere winsten in het vat

Voor 2017 trekken analisten deze positieve evolutie door. Ze rekenen op zo’n 12% tot 15% winstgroei. Waarbij we wel moeten opmerken dat de financiële sector en oliewaarden fors positief inwerken op dat gemiddelde.
Banken profiteren van een steilere rentecurve. Ze leven immers van het verschil tussen de lange en korte rente. Als dat verschil groter wordt, slaat bijna automatisch de winstmotor aan. Energiebedrijven van hun kant, profiteren natuurlijk van de aangetrokken olieprijs.

Corrigeren we de winstgroeicijfers voor de financiële sector en energiewaarden, dan komt de verwachte winstgroei voor dit jaar uit op iets van 6%. Een stuk minder, maar nog steeds mooi. Vooral voor Europa zou het een positieve kentering betekenen.

‘It’s politics, stupid’

Deze verwachtingen zijn de optelsom van individuele analistenschattingen zoals ze die voor individuele bedrijven maken. Traditioneel starten die analisten een nieuw jaar te optimistisch. Wat winstvoorspellingen vaak snel onderhevig maakt aan neerwaartse bijstellingen. Deze keer blijven dergelijke bijstellingen tot nu toe echter uit. Wat erop kan duiden dat niet alleen macro-economen ‘vanuit een ivoren toren’ de groei zien versnellen, maar dat ook bedrijfsleiders die met beide voeten in de ondernemende praktijk staan aan analisten een positief geluid laten horen. Samen met een Amerikaanse president die herhaalde binnenkort met een ‘fenomenaal belastingplan’ naar buiten te komen, was er eind vorige week niet veel meer nodig om beurzen hoger te duwen.

Natuurlijk, de duivel zit vaak in de details. En die kennen we (nog) niet. De nieuwe Amerikaanse administratie zal met een belastinghervorming moeten komen die aan de hoog gespannen verwachtingen voldoet. Tegelijk is het belangrijk dat ze een redelijke politieke koers vaart. In het algemeen én economisch.

Markten zweven tussen optimisme over aantrekkende economische en bedrijfscijfers, en nervositeit over verschuivingen in de politieke krachten. Niet alleen wat betreft de VS trouwens. Kijk maar naar de zwakke prestaties van Franse overheidsobligaties nadat Fillon, ondanks de schandaalsfeer, toch besloot om de presidentsrace verder te zetten. Wat de kans op een uiteindelijke president Le Pen, met bijbehorend uiteenvallen van de eurozone, doet toenemen. Ook de meer dan gemiddelde belangstelling voor de Nederlandse verkiezingen illustreert de oplopende politieke onzekerheid. Om het nog niet te hebben over het Griekse dossier, dat terug is van nooit weggeweest, of het politiek altijd wel verwarrende Italië.

Uit Bill Clintons presidentscampagne van 1994, onthielden we de oneliner ‘It’s the economy, stupid’. Die lijken we nu te moeten aanpassen richting ‘It’s politics, stupid’. Het zou jammer zijn mocht die politiek uiteindelijk al te veel roet in het eten gooien.

ZEW-index en groeicijfers bepalen Europees beeld

Hoe het in dergelijke tijden gesteld is met het humeur van Duitse professionele beleggers leren we morgen via de ZEW-index. In lijn met de internationale tendens, met name in de VS, veerde dat vertrouwen de laatste maanden op. Toch bevindt het zich nog ruimschoots onder het niveau van 2014, toen de ECB tot volle monetaire actie overging. We verwachten dat de politieke situatie de opmars van het vertrouwen de voorbije weken wat geremd heeft.

Naast een tweede inschatting van de Europese groei over het vierde kwartaal van 2016, verwachten we ook kwartaalcijfers van de Duitse en Italiaanse economie en cijfers over de industriële productie in de maand december. Omdat de reeds gekende Duitse, Franse en Spaanse productiedata relatief zwak waren, verwachten we een terugval. Weliswaar tegenover een meer dan degelijke voorafgaande maand november. Toch illustreert dit dat het zeker nog geen gelopen race is dat de economische versnelling van laatste kwartaal zich zomaar zal verderzetten.

VS: Wait and see

Bij haar laatste meeting bleek de Fed zich nog niet al te veel zorgen maakt over de Amerikaanse inflatie. Hoewel het kerncijfer (dus zonder energie en voeding) zich al geruime tijd boven de 2% bevindt, zit er nog niet echt een versnelling in. Ook de loongroei blijft matig. Zodanig dat de Fed in een ‘wait and see’-modus zit. Net als iedereen wachten zij af hoe Trumps concrete economische plannen eruit zien. De nieuwe inflatiecijfers van deze week zullen hier niets aan veranderen.

Verder verwachten we cijfers over de detailhandelsverkopen en de nieuw opgestarte woningbouw. We verwachten dat deze het opgelopen vertrouwen zullen weerspiegelen.

Van Lanschot maakt gebruik van cookies voor een goede werking van de site, voor tracking en voor het bijhouden van statistieken. Gaat u verder op de site? Dan stemt u erin toe dat wij cookies plaatsen. Lees meer over cookies bij Van Lanschot