Hoofdeconoom Luc Aben blikt vooruit - week 4

In aanloop naar Trumps inauguratie namen niet enkel beleggers, maar ook het Amerikaanse economische front, een adempauze.

Trump-effect zonder echte actie

Sinds 8 november won de Dow Jones Industrial-index bijna 10%. De EuroStoxx50-index deed met een gelijkwaardige stijging daar niet voor onder. Waren we in Europa een half jaar terug nog in de ban van een deflatiescenario met de traditionele verwijzing naar Japan, met de opkomst van Trump is dat sentiment 180 graden gedraaid. Reflatie werd het nieuwe toverwoord: hoop op aantrekkende groei en hogere inflatieverwachtingen. Daarnaast kwamen macro-economische data de laatste weken vaak net iets boven verwachtingen uit. Zowel in de VS als in Europa. Wat de zogenaamde ‘Trump-rally’ op de effectenbeurzen een bijkomend zetje gaf. Je kunt je zelfs afvragen of het niet vooral die goede cijfers waren die de beurzen aanjoegen, en niet zozeer de nieuwe president. Die heeft per slot van rekening nog niet veel meer gedaan dan een aantal tweets de wereld ingestuurd.

Hoe dan ook, de komende tijd kijken beleggers vooral uit naar de eerste concrete initiatieven van de nieuwe Amerikaanse regering. Opvallend is dat obligatiebeleggers veel afwachtender lijken dan aandelenbeleggers. Koerste het rendement op een tienjaars Amerikaanse staatslening na 8 november nog bijna een vol procentpunt hoger, de laatste weken brokkelde die lange rente opnieuw af.

Obligatiebeleggers willen eerst echt bewijs zien

In het verleden bleken obligatiemarkten vaak een betere inschatting te maken van toekomstige economische ontwikkelingen dan aandelenbeurzen. Het verloop van de Amerikaanse lange rente lijkt aan te tonen dat obligatiebeleggers eerst willen zien, en dan pas geloven. Niet alle financiële markten gaan er dus zomaar van uit dat het Trump-beleid spoedig leidt tot méér groei en een tweede adem voor de Trump-rally.

Naast de Amerikaanse politiek blijven natuurlijk ook de inflatie en het Fed-beleid factoren van belang voor de obligatierente. Uit die Fed-hoek klonk vorige week nogmaals het geluid dat er verdere renteverhogingen aankomen. Oplopende inflatiecijfers ondersteunen dit vooruitzicht.

Zolang in het kielzog van een aantrekkend monetair beleid de obligatierente niet al te hoog oploopt, is er geen probleem voor aandelenkoersen. Integendeel, het zou zelfs een signaal zijn dat obligatiebeleggers op een hoger groeimomentum anticiperen.
Op een gegeven moment kan een hogere (Amerikaanse) lange rente echter vervelend worden voor beurzen. Vaak wordt in verband hiermee het 3%-niveau geciteerd. Met name aandelen in de wat defensievere sectoren, die het nogal eens moeten hebben van hun dividendrendement, lijken dan kwetsbaarder te worden.

Denktanken houden rekening met toekomstig Trump-effect

Samenvattend staan aandelenbeurzen best klaar om een volgend opwaarts trapje te nemen. Op voorwaarde dat Trump snel met concrete en realistische plannen komt om de Amerikaanse economische groei aan te zwengelen. Zonder dat de inflatie de spuigaten uitloopt.
Niet alleen beleggers wachten hierop. Ook instellingen als het IMF of de OESO hebben al een Trump-effect meegenomen in hun nieuwe projecties. Bij dit alles wordt de reactie van de obligatiemarkten belangrijk. Loopt de (Amerikaanse) lange rente op, zonder overdreven te zijn, dan wijst dat op optimisme: méér groei, zonder acuut inflatiegevaar. Gaat de lange rente echter ‘door het plafond’, dan wordt de situatie delicater. Dan dreigt de schrik voor forser dan verwacht ingrijpen door de Fed te overheersen. Houdt u dus de Amerikaanse obligaties in de gaten om een strategie voor aandelen te bepalen.

Zet groei Amerikaanse economie door?

Het belangrijkste Amerikaanse cijfer op de agenda van deze week is de eerste inschatting van de economische groei in het vierde kwartaal. Het eerste semester van 2016 was zwak. Vanaf het derde kwartaal trok de groei aan. Ook voor het laatste kwartaal verwachten we een degelijk cijfer, ondersteund door de consument en oplevende investeringen in de energiesector. Die profiteert van de hogere olieprijs.

Verder publiceert Markit een eerste inschatting van de PMI’s uit de dienstensector en de industrie over de maand januari. Tot nu toe lijkt de Amerikaanse industrie nog niet al te veel last te hebben van de sterke dollar. Maar de komende maanden vormt de sterke munt wellicht toch een belangrijke te omzeilen klip voor Trump. Het hindert immers de export. Vorige week zinspeelde Trump daar al op. Vanuit fundamenteel oogpunt is de dollar best duur. Het toekomstige verloop zal vooral afhangen van de reële rente, het samenspel tussen een hogere groei en rente en de inflatie. Een hogere reële rente ondersteunt de dollar, een lagere reële rente (bijvoorbeeld omdat de inflatie fors oploopt) kan de Amerikaanse munt verzwakken.

Europa zet positieve trend voort

Op de Europese macro-agenda van deze week prijken vooral sentimentsindicatoren: de Markit PMI’s en de Duitse IFO-indicator. We verwachten dat deze cijfers hun positieve trend doorzetten. Ondermeer ondersteund door de goedkope euro en het wereldwijde economische klimaat.

Om een beeld te krijgen of die Europese economie ook van binnenuit meer steun krijgt, zijn de cijfers over de kredietverlening belangrijk. Hierover publiceert de ECB komende vrijdag nieuwe data. We verwachten daar niet al te veel van. Niet dat die kredietverlening niet aantrekt, maar het zou wat meer mogen zijn. Zolang deze situatie aanhoudt, moeten we in Europa vooral op economische impulsen van buiten ons continent rekenen om de groei naar een wat hoger niveau te tillen.

Van Lanschot maakt gebruik van cookies voor een goede werking van de site, voor tracking en voor het bijhouden van statistieken. Gaat u verder op de site? Dan stemt u erin toe dat wij cookies plaatsen. Lees meer over cookies bij Van Lanschot