Een overduidelijk ‘nee’ in Italië

Met grote overmacht heeft de Italiaanse burger nee gezegd tegen de voorgestelde grondwetsherzieningen. Vooral de grote nederlaag heeft premier Renzi doen besluiten om de eer aan zichzelf te houden. Het Amerikaans werkloosheidspercentage kwam in november uit op 4,6% dat onderstreepte nogmaals de robuustheid van de Amerikaanse arbeidsmarkt. In China trok de activiteit in de dienstensector aan in de novembermaand.

Italiaanse hervormingspolitiek sneuvelt…

Een smadelijk verlies voor premier Renzi, die zijn eigen lot aan dit referendum had verbonden. De reactie op de financiële markten is vooralsnog beperkt. Het grootste slachtoffer is de euro. De koers ten opzichte van de dollar zakt weg tot 1,054. Voor de komende tijd betekent dat meer onzekerheid en daarmee komt de een-op-een verhouding meer en meer in zicht. Op de obligatiemarkten zien we eveneens kleine uitslagen. De Italiaanse tienjaarsrente loopt op met 0,12% tot boven de 2,0%. De Duitse rente daalt met 0,05 % tot 0,27%. Het geeft aan dat de spanningen in het euroblok weer oplopen. Samengevat; vooralsnog een beperkte reactie, nu is het afwachten wat de vervolgstappen zijn in de Italiaanse politiek. Een nieuwe regering of direct nieuwe verkiezingen, dat laatste zou wel weer extra risico’s voor financiële markten met zich meebrengen. 

En weer 178.000 banen erbij in de VS

De banenmachine draait vrolijk door in de VS. In november creëerde de economie er opnieuw 178.000 banen. En dat ligt dicht bij het maandgemiddelde van 2016. Ook de samenstelling van de nieuwe betrekkingen was bemoedigend. Er kwamen juist meer goed betaalde banen bij. 

De werkloosheid in de VS gaat pijlsnel neerwaarts simpelweg omdat het aantal beschikbare arbeidskrachten opdroogt. We zien dat ook in de ruimere definitie voor de werkloosheid – inclusief gedwongen parttimers en ontmoedigde niet-aangemelde werklozen – sterk daalt. Dit geeft aan dat de VS dicht in de buurt komt van volledige werkgelegenheid. Een minpuntje aan het arbeidsmarktrapport was de ontwikkeling van het gemiddelde uurloon, dat daalde met 0,1% op maandbasis. Gerekend was op een plusje van 0,2%. 

Op jaarbasis liep het gemiddelde uurloon met 2,5% op en dat viel tegen (+2,8% verwacht). Het geeft aan dat de loonontwikkeling gematigd is en blijft. Vanuit deze hoek is het inflatiegevaar gering, aldus analisten. Dat zorgde voor enige ontspanning op de Amerikaanse obligatiemarkt waarbij de tienjaarsrente terugviel tot onder de 2,4%. Dat zal overigens de Fed niet weerhouden om de beleidsrente volgende week te verhogen.       

Groei Chinese dienstensector trekt aan

Het inkoopmanagersindexcijfer voor de Chinese dienstensector liep in november op tot 53,1 indexpunten, in oktober werd nog een getal van 52,4 opgemeten door onderzoeksbureau Caixin/Markit. Dit is de hoogste meeting van de afgelopen zestien maanden. Vorige week zagen we ook al vergelijkbare positieve cijfers komen uit de Chinese industrie. Toch zijn economen niet geheel tevreden over het dienstencijfer. Het zijn vooral de hogere prijzen die het getal hebben opgestuwd. De component 'toekomstverwachting' van de bedrijven kwam uit op een zeer laag punt. Vooral de voortdurende opwaartse druk op lonen vreet de winstmarges aan.

Samengevat; de groei van de Chinese economie zal in het vierde kwartaal stabiliseren, maar voor begin 2017 worden de uitdagingen groter.

Van Lanschot maakt gebruik van cookies voor een goede werking van de site, voor tracking en voor het bijhouden van statistieken. Gaat u verder op de site? Dan stemt u erin toe dat wij cookies plaatsen. Lees meer over cookies bij Van Lanschot