Hoofdeconoom Luc Aben blikt vooruit - week 43

Een interessante en goed gevulde macro-agenda deze week. Vooral in de VS en Europa komen meer dan interessante cijfers naar buiten. Groeicijfers welteverstaan, onder andere die van het Verenigd Koninkrijk. Wat is het effect van de Brexit? Als daar nu al iets zinnigs over te zeggen valt.

Amerikaanse groei het belangrijkste cijfer van de week

Met de eerste inschatting van de economische groei over het derde kwartaal, komt het belangrijkste Amerikaanse cijfer op vrijdag. In het eerste halfjaar kwam de groei op jaarbasis nauwelijks boven de 1% uit. Dit keer zou het cijfer toch hoger moeten liggen. We mikken op 2,5%.

De hogere olieprijs zorgt voor aantrekkende investeringen in de energiesector. De bijdrage van de particuliere consumptie daarentegen zal wellicht iets afzwakken. Terwijl de export dan weer iets sterker zal hebben bijgedragen vergeleken met de eerste jaarhelft. Hierbij moeten we wel in het achterhoofd houden dat de exportcijfers enigszins (positief) vertekend zullen zijn door éénmalige effecten uit de landbouwsector. Onderliggend is de export minder uitbundig dan het algemene cijfer vrijdag wellicht zal weergeven. De dure dollar speelt hier nog steeds parten. Ook de Europese groei, een belangrijke bestemming voor Amerikaanse producten, heeft onvoldoende momentum om de Amerikaanse uitvoer ten volle te ondersteunen.

Fed niet in actie voor verkiezingen

In ieder geval zal de Federal Reserve de nieuwe groeicijfers met aandacht bekijken. Omdat de eerstkomende vergadering van de centrale bankiers plaatsvindt net voor de presidentsverkiezingen, is de kans op een renteverhoging in november klein. Fed-baas Yellen wil het liefst uit het politieke vaarwater blijven. Maar een renteverhoging in december is waarschijnlijk. Tenminste als de economische data behoorlijk blijven.

Genoeg cijfers om ons bezig te houden

In dat licht zijn deze week ook de Markit PMI’s (ondernemersvertrouwen) van belang. Zowel uit de industrie als de dienstensector. Deze vertrouwensindicatoren beleefden een zwakke zomerperiode. Vorige maand veerden ze echter op. Vooral in de dienstensector. Wat belangrijk is gezien het gewicht van deze sector in de economie. Deze keer verwachten we niet veel verandering.

Het consumentenvertrouwen (vanuit de Conference Board), de orders voor duurzame goederen en de Case & Shiller huizenprijsindex maken deze week de Amerikaanse cijferreeks compleet

Wellicht zal het consumentenvertrouwen iets terugvallen van zijn hoge niveau. Toch zal het degelijk blijven. De beurs houdt zich immers goed, er komen nog steeds banen bij en brandstofprijzen stabiliseren de laatste weken. Binnen de duurzame goederen gaat onze aandacht vooral naar investeringsgoederen. Net als in Europa, blijven de Amerikaanse bedrijfsinvesteringen achter.

Europese groei blijft gematigd

Ook in Europa publiceert Markit een eerste inschatting van de PMI’s over oktober. Vanuit de vorige keer hebben we onthouden dat vooral de dienstensector ontgoochelde. Samen met het vertrouwen uit de industrie, kwam het overkoepelende vertrouwenscijfer overeen met een economische derdekwartaalgroei van 0,3%. Hetzelfde groeitempo als in kwartaal twee. De eerste inschatting voor de recentste kwartaalgroei krijgen we pas half november. Maar de PMI’s van vandaag geven ons alvast een indicatie over het economische klimaat van de recentste weken.

We zien weinig aanleiding tot grote verandering. Net zoals we die ook niet zien voor de IFO-indicator van morgen of de Economische Sentimentsindicatoren vanuit de Europese Commissie komende donderdag.  Allen zullen ze het beeld bevestigen dat de Europese groei aanhoudt, misschien lichtjes aantrekt, maar al met al gematigd blijft.

Houd het Verenigd Koninkrijk in de gaten

Het meest opvallende Europese cijfer komt deze week van over het Kanaal: de Britse economische prestatie tussen juli en september. Hoe sterk koelde de Britse economie af na het referendum?

Afgaand op het ondernemersvertrouwen (Markit PMI’s) viel de kwartaalgroei terug tot 0,2%. Minder slecht dan vooraf gevreesd, maar in de drie maanden voordien was dat nog 0,7%. Daarnaast zijn de recente harde cijfers uit de industriële productie en de woningbouw zwak. Ook voor de toekomstige groei pakken zich een aantal donderwolken samen. De daling van het pond veroorzaakt bijvoorbeeld oplopende inflatie. Wat de koopkracht van Britse gezinnen zal aantasten, met een negatief effect op de consumptie.

Deze situatie plaatst de Bank of England voor een dilemma. Hogere inflatie zou normaal gesproken voor het optrekken van de beleidsrente pleiten. Maar in een Brexit-omgeving is de kans groot dat de centrale bankiers de voorkeur geven aan het stabiliseren van de economische groei. Zelfs als dat betekent dat de inflatie boven de normale doelstelling uitstijgt. Want zelfs als het groeicijfer uit het derde kwartaal deze week meevalt, dan betekent dat nog niet dat de Britse economie het referendumverhaal definitief achter zich heeft gelaten zonder al te grote kleerscheuren. ‘The proof of the pudding is in the eating’. En hoe die zal smaken, weten we pas na de echtscheidingsonderhandelingen. Die kunnen jaren in beslag nemen en in de tussentijd voor veel onzekerheid zorgen.

Van Lanschot maakt gebruik van cookies voor een goede werking van de site, voor tracking en voor het bijhouden van statistieken. Gaat u verder op de site? Dan stemt u erin toe dat wij cookies plaatsen. Lees meer over cookies bij Van Lanschot