Hoofdeconoom Luc Aben blikt vooruit - week 42

Donderdag Draghidag. Zal de ECB een uitbreiding of verlenging van haar aankoopprogramma voor obligaties aankondigen? Duwt ze haar depositorente dieper onder nul? Wellicht niet, of nog niet.

Vorige maand zei Draghi dat werkgroepen verschillende keuze-opties rond het monetaire beleid onderzoeken. In het verleden was deze formulering de voorbode van forsere monetaire maatregelen. Toch zullen we hiervoor wellicht tot december moeten wachten. Bij die meeting komen de ECB-economen immers met nieuwe groei- en inflatieprojecties. Met voor het eerst cijfers voor 2019. Tonen die verwachtingen aan dat het slechts langzaam blijft opschieten met de inflatie, dan levert dat meteen een mooi bruggetje naar een verlenging van het aankoopprogramma. Wat normaal eind maart 2017 zou aflopen.

Tegelijkertijd kan er dan wat gesleuteld worden aan de modaliteiten van dat programma. Eerder legde de ECB zichzelf de restrictie op geen obligaties te kopen waarvan het rendement onder de -0,4% ligt, het eigen depositotarief. Willen er bij een verlenging van het programma überhaupt voldoende obligaties beschikbaar blijven om aan te kopen, dan moet deze restrictie er wellicht uit.

Maar toch licht oplopende obligatierentes in de eurozone…..

De laatste weken liepen obligatierentes in euroland trouwens wat op. Hét referentiepunt, de Duitse tienjaarsrente, stak de neus zowaar terug in de positieve zone. Aanleiding waren zogenaamde tapering-geruchten. Tapering betekent dat een centrale bank langzaamaan haar interventies op de obligatiemarkt afbouwt. Niet in één keer, maar geleidelijk het maandelijkse koopbedrag wat verminderen. Toen de Amerikaanse centrale bank in de lente van 2013 hier voor het eerst op hintte, schoot de Amerikaanse lange rente hoger. Ook aandelenbeleggers werden nerveus. In het besef dat ze niet eeuwig verslaafd konden blijven aan onbeperkte shots ‘gratis’ geld vanuit de centrale bank.

De voorbije dagen kwamen er vanuit ECB-hoek een aantal commentaren in de tapering-richting. Of althans, zo zou je ze kunnen interpreteren. Wat meteen de Europese lange rente een klein duwtje gaf.

Nog geen tapering in euroland

Wij denken dat het nog wat vroeg is voor een Europees tapering-verhaal. Toen de Fed erover begon in 2013, lag de Amerikaanse inflatie tegen de 2%. Net als de kern-inflatie. In de eurozone bedragen beide cijfers respectievelijk 0,4% en 0,8%. Het zou bijgevolg de geloofwaardigheid van de ECB niet ten goede komen om nu reeds al te veel over tapering te spreken.

Wat dan weer niet wil zeggen dat de lange rente de komende maanden niet zachtjesaan kan oplopen. Het drukkende effect op de inflatie vanuit de lage olieprijs loopt er immers geleidelijk uit. Bovendien lijkt het instrumentarium van de ECB wel degelijk eindig op enig moment. Waarbij het vervolgens de beurt kan zijn aan een geleidelijk ruimer begrotingsbeleid vanuit de Europese regeringen om te proberen groei- en inflatieverwachtingen een zetje te geven. Samen met het eerder besproken schrappen van de ECB-restrictie om geen obligaties te kopen met al te negatieve rendementen, iets wat wellicht vooral kortlopende obligaties beïnvloedt, kan de rentecurve bij dit alles geleidelijk ietwat steiler worden: rente op korte looptijden stabiel of dalend, rente op langere looptijden iets omhoog.

Zetten we dat af tegenover ons huidige beleggingsbeleid, dan vraagt dat niet om een aanpassing. Nu reeds leggen we binnen het vastrentende deel van een gespreide portefeuille, het accent op korte obligatielooptijden. Zodat we kunnen profiteren van die eventuele toekomstige koopimpuls voor dit soort papier, en tegelijk minder gevoelig zijn voor oplopende langere rentes.

Chinese economie stabiliseert

Woensdag komt China met de groei over het derde kwartaal. Traditioneel zijn de Chinezen zeer vroeg met dat cijfer na het eind van een kwartaal. Best verwonderlijk voor zo’n groot land. En niet echt bevorderlijk voor het vertrouwen dat we erin kunnen stellen.

Hoe dan ook, wellicht zal het cijfer netjes bevestigen dat de groei op het uitgestippelde pad blijft. En de verwachting is dat ook de economische groei voor de rest van 2016 rond de beoogde 6,5%-groeidoelstelling zal uitkomen. Toch lijkt het risico voor de Chinese economie aan de onderkant te liggen. Vorige vrijdag bleek de kwartaalgroei in Singapore fors onder de verwachtingen te blijven. Deze kleine, open economie hangt sterk af van het economische klimaat in de Aziatische regio. Samen met de zwakke Chinese import- en exportcijfers van vorige week, kan dit een signaal zijn dat de Chinese economie flink haar best moet doen om aan de verwachtingen te voldoen. De recente PMI’s (ondernemersvertrouwen) mogen bovendien een kleine uitbodeming van de Chinese groei suggereren, écht overtuigend waren ze ook niet. Toch was er ook vertrouwenswekkend nieuws. Bijvoorbeeld hoger dan verwachte Chinese inflatiecijfers.

Al met al blijft het Chinese verhaal van nabij op te volgen. Het speelt zich bovendien af tegen een achtergrond waarin de schulden, vooral bij staatsondernemingen, de laatste jaren fors zijn opgelopen. Vooralsnog voorzien we een stabilisatie van de economische groei. 

Cijfers VS zullen niet verrassen

In de VS is het vooral uitkijken naar cijfers rond de industriële productie, woningmarkt en de inflatie. We verwachten weinig verrassingen. De inflatie zal wellicht stabiel blijven. Met een kerninflatie (= inflatie zonder voeding en energie) die stevig boven de 2% blijft. Zodat we december kunnen blijven aanhouden qua timing voor een nieuwe renteverhoging door de Fed.

Op de woningmarkt is de voorraad bestaande woningen gedaald tot het laagste niveau sinds vele jaren. Dit drukt het cijfer voor de verkoop van bestaande woningen, maar zal op enig moment leiden tot een versnelling van de nieuwe woningbouw.

Van Lanschot maakt gebruik van cookies voor een goede werking van de site, voor tracking en voor het bijhouden van statistieken. Gaat u verder op de site? Dan stemt u erin toe dat wij cookies plaatsen. Lees meer over cookies bij Van Lanschot