Hoofdeconoom Luc Aben blikt vooruit - week 39

Aandelenbeurzen bouwden afgelopen week een feestje nadat de Fed de rente ongemoeid liet. Bovendien zal het aantal rente-ingrepen de komende maanden en in 2017 wellicht lager uitvallen dan eerder gedacht. En dat stimuleerde het feestgedruis alleen maar. Vorige week schreven we al dat er een grote discrepantie is tussen de officiële Fed-verwachtingen en het aantal renteverhogingen dat financiële markten inprijzen. Yellen en haar collega’s schuiven nu dus op richting de verwachting van beleggers.

Aanhoudend lage rente gunstig?

Vraag is of we hier voor de langere termijn blij mee moeten zijn? Misschien niet echt. Achter het tragere voorziene rentepad ligt immers een lagere inschatting van structurele economische groei. De economische groei die we als ‘normaal’ beschouwen (op basis van de beschikbare beroepsbevolking en de evolutie van de productiviteit) wordt nu ingeschat op 1,8%. Drie jaar geleden lag die verwachting nog op 2,5%. Hand in hand hiermee schatten de Fed-bestuurders ook de ‘neutrale’ beleidsrente in op 2,9%. Nog niet zo heel lang geleden lag dat neutrale rentetarief boven de 4%.

In geval van een recessie hebben centrale bankiers minder ruimte om de economie te stimuleren via een lagere beleidsrente. Als die namelijk sowieso al minder hoog ligt gegeven de omgeving van matige structurele groei, dan is er ook minder ruimte om te verlagen natuurlijk.

Hogere inflatiedoelstelling in het verschiet?

Vandaar dat onder economen steeds meer stemmen opgaan om de inflatiedoelstelling van 2% te laten varen, om ook hogere inflatie toe te laten. Op die manier kan de reële rente (= nominale rente gecorrigeerd voor inflatie) fors lager gaan. Ook als de ruimte om aan het nominale tarief te sleutelen beperkt is. En dát is precies wat de Bank of Japan vorige week aankondigde te willen doen. Die wil de inflatie gedurende lange tijd boven de 2% duwen. Of ze daarin slaagt, valt af te wachten. Wij beschouwen dit alles eerder als een illustratie van het feit dat centrale banken steeds creatiever uit de hoek moeten komen om hun doelstellingen te behalen. De bodem van de monetaire trukendoos is in zicht.

Maar even terug naar de VS. Terwijl de Fed een lagere structurele groei voorziet, noteert het gemiddelde Amerikaanse aandeel tegen zo’n 20 keer de onderliggende winst van de onderneming. Om dat in perspectief te plaatsen: het langjarig gemiddelde ligt ergens tussen de 15 en 16 keer. Beurzen kunnen niet eeuwig een feestje blijven bouwen omdat de rente langer laag blijft. Op enig moment moet de economische groei, en dus de toename van de bedrijfswinsten, de huidige waardering ondersteunen. Het Amerikaanse groeiplaatje is bijgevolg één van de cruciale parameters de komende maanden.

VS: Consument is key

Deze week staat de Amerikaanse Markit PMI (ondernemersvertrouwen) voor de dienstensector op de agenda. Dit vertrouwen noteert al een aantal maanden in de groeizone (boven de 50), maar is voor de rest weinig inspirerend. We verwachten niet veel verandering in dit beeld.

Meer in het algemeen is er met de indicatoren rond het ondernemersvertrouwen in de VS trouwens iets geks aan de hand. Vele stroken niet volledig met de ‘harde’ economische data. Het geld rolt blijkbaar vlotter dan de vertrouwenscijfers suggereren. Wellicht is Amerikaanse consument een belangrijke drijfveer achter dit verschil. Die ziet de toekomst wél nog rooskleurig tegemoet. Morgen krijgen we cijfers voor het consumentenvertrouwen vanuit de Conference Board. We verwachten een degelijk cijfer, weliswaar iets lager dan de vorige keer.

Vrijdag kunnen nieuwe cijfers over het persoonlijke inkomen en de bestedingen bovendien leren of die consument zijn geld inderdaad blijft uitgeven. Vorige keer waren beide cijfers best goed. Maar op basis van een arbeidsmarkt, die toch een versnelling lager lijkt te schakelen, en de matige laatste cijfers over de detailhandelsverkopen, zijn onze verwachtingen deze keer toch niet al te hoog gespannen.

Aan de woningmarkt zal het nochtans niet liggen. Die blijft het moreel van Joe Sixpack ondersteunen. Woningprijzen in de twintig grootste steden liggen nog 8% onder hun hoogtepunt van voor de crisis. Maar in het huidige tempo is die schade over anderhalf jaar hersteld. We gaan ervan uit dat de Case-Shiller Huizenprijsindex dat tempo morgen inderdaad zal vasthouden.

Woensdag werpen we een blik op de orders voor duurzame goederen. Binnen dit (volatiele) algemene cijfer, zijn het vooral de kapitaalgoederen die ons interesseren. Die geven ons immers een idee van de investeringsbereidheid bij Amerikaanse ondernemingen. Gegeven het matige ondernemersvertrouwen waar we het reeds over hadden, hebben we geen al te hoge verwachtingen. Wat op zijn beurt dan opnieuw het belang benadrukt van de Amerikaanse consument om de economische groei op peil te houden.

Interessante week voor Europa

Best interessante Europese macro-cijfers deze week. Te beginnen met de Duitse IFO-indicator. Vorige keer zorgde die voor ontgoocheling, zodat een kleine opvering mogelijk is. Echter zonder veel enthousiasme. De Europese economie hobbelt in een steeds gematigder tempo verder. Wellicht zal ook de IFO dat weerspiegelen.

Dinsdag vertelt de ECB ons hoe de kredietverstrekking en de geldgroei evolueren. Op zowat iedere persconferentie beklemtoont Mario Draghi het succes van het ECB-beleid. Dat zou de zogenaamde ‘monetaire transmissie’ hebben vlot getrokken: het goedkope ECB-geld leidt via het bancaire systeem overal tot kredietverlening tegen degelijke voorwaarden. Toch trekt de kredietgroei slechts mondjesmaat aan. De matige vraag in de economie tempert ook de vraag naar krediet.

De reeks vertrouwenscijfers vanuit de Europese Commissie (donderdag) en het nieuwe werkloosheidsgetal (vrijdag) zullen gematigd zijn en lokken zeker geen vraagherstel in de economie uit.  

Van Lanschot maakt gebruik van cookies voor een goede werking van de site, voor tracking en voor het bijhouden van statistieken. Gaat u verder op de site? Dan stemt u erin toe dat wij cookies plaatsen. Lees meer over cookies bij Van Lanschot