Hoofdeconoom Luc Aben blikt vooruit - week 35

Bij haar langverwachte speech in Jackson Hole opende Fed-baas Yellen de deur voor een renteverhoging. Deze week focussen beleggers zich op de Amerikaanse banencijfers. Die komen traditiegetrouw de eerste vrijdag van de maand uit.

Fed krijgt ruimte

In de eerste jaarhelft kwamen er maandelijks gemiddeld 189.000 nieuwe banen bij, ondanks de toch tegenvallende economische groeiprestatie. De werkloosheid bedraagt nu 4,9%. Na aftrek van inflatie stijgt het gemiddelde uurloon met bijna twee procent op jaarbasis. Beschouwen we de laatste dertig jaar, dan vinden we slechts een vijftal momenten waarop de reële uurlonen het beter deden. Mooie cijfers dus. Cijfers die de Fed ruimte geven voor een aantal renteverhogingen. Althans, zo op het eerste gezicht.

Loonstijging dankzij daling olieprijs

Zo is de degelijke reële loonstijging vooral te danken aan de lage olieprijs. De lage inflatie dus. Filteren we dat effect eruit, dan is er nauwelijks sprake van hogere reële lonen. Sinds 1996 is de stijging zelfs zelden zwakker geweest. Ervan uitgaand dat een vat olie de komende maanden tussen de $40,- en $ 50,- blijft schommelen, verdwijnt het drukkende effect van de goedkopere energie de komende maanden geleidelijk uit het algemene inflatiecijfer. Waarbij de facto stabilisatie van de uurlonen duidelijker zichtbaar én merkbaar kan worden.

Krapte arbeidsmarkt valt mee

Natuurlijk is de Amerikaanse arbeidsmarkt sinds 2011 stelselmatig krapper geworden. Op basis van het algemene werkloosheidscijfer zou je dan ook verwachten dat er alle ruimte is voor werknemers om hogere eisen te stellen. Echter, het werkloosheidspercentage is slechts een zeer algemene parameter voor de arbeidsmarkt. Als we de ontmoedigden en onvrijwillig deeltijdsen meetellen, dan blijkt de krapte op de arbeidsmarkt best mee te vallen. Er staan best nog wat mensen aan de zijlijn.

Yellen blijft voorzichtig

Dit alles betekent niet dat de Amerikaanse economie geen hogere beleidsrente aankan. Al was het maar om voor zichzelf opnieuw wat beleidsruimte te creëren, doet Yellen er goed aan niet al te lang te wachten met een nieuw opwaarts rentestapje. Daarbij volgt zij graag het pad der geleidelijkheid en voorzichtigheid. Zoals ze zelf benadrukte. In ieder geval tot de lonen meer momentum krijgen.

Dat zijn ondernemers ook

Ook het ondernemersvertrouwen maant tot geleidelijkheid. Vorige week liet met name de dienstensector het zwakste Markit PMI-cijfer sinds februari zien. Dient de verkiezingskoorts en de angst voor Trump zich aan? Het matige cijfer uit de verwerkende industrie was geen verrassing. Mocht de Fed al te voortvarend haar rentebeleid omgooien, dan is een hogere dollar waarschijnlijk en kan de industrie weleens in de krimpzone terecht komen.

Komende donderdag krijgen we die andere belangrijke vertrouwensindicator, de ISM Manufacturing. Net als bij de Markit PMI verwachten we een lichte daling.

Consument blijft belangrijk

Nieuwe cijfers over het persoonlijke inkomen en -bestedingen, het Conference Board consumentenvertrouwen, de inflatie - zoals de PCE-index die meet (dé favoriete index van de Fed) - en de Case-Shiller huizenprijzen vervolledigen de headlines van de Amerikaanse macroweek. Vooral de consumentengerelateerde cijfers zijn belangrijk. De consument moet, net als in het tweede kwartaal, namelijk de economische groei gaande houden.

Lonen en dollar zetten bedrijfsleven onder druk

Wat betekent dit allemaal voor Amerikaanse aandelen? Het langer dan verwachte uitstel van een renteverhoging heeft die aandelen de voorbije maanden ondersteund. En op een niveau gebracht waarop de waardering niet meer goedkoop is. Vraag is of de stuwkracht vanuit het ruime geldbeleid niet op zijn laatste benen loopt. De economische groei en bedrijfswinsten lijken ondertussen te matig om de stimulerende rol volledig over te nemen. Uiteindelijk gaan een sterkere dollar en hogere lonen aan de winstmarges van bedrijven knabbelen. En dan zijn er nog de enigszins atypische presidentsverkiezingen natuurlijk. Voldoende reden om toch wat voorzichtigheid te prediken rond de Amerikaanse beurs.

Europese consument aan de beurt

In Europa staan morgen de vertrouwensindicatoren vanuit de Europese Commissie op de agenda. Vorige week ontgoochelde het IFO-cijfer. Dat cijfer geeft de stemming bij Duitse ondernemers weer. Die maken zich toch wat zorgen, zo bleek. Zonder dat het sentiment zwartgallig zou zijn. Kortom, net als zoveel andere cijfers bevestigde het IFO-cijfer de Europese gang van zaken: die van een kwetsbare groei. De vertrouwensbarometers van morgen zullen naar verwachting een gelijksoortig beeld geven. Net als de werkloosheid en inflatie, die woensdag uitkomen.

Inkoopmanagers aan zet in China

Vanuit China verwachten we de inkoopmanagersindices (PMI’s) voor de verwerkende industrie (vanuit het officiële NBS en het private Caixin) en de dienstensector (NBS). In tegenstelling tot de zomer 2015, hebben beleggers dezer dagen weinig aandacht voor China. De dienstensector lijkt wat te versnellen, maar de industrie groeit nog steeds nauwelijks. Het beoogde economische groeicijfer zal dit jaar wel opnieuw behaald worden, maar dat kan niet zonder stimuli van de overheid. Evenals via de opbouw van schulden. Het stimulerend effect van iedere yuan die in de economie wordt gepompt, wordt daarbij steeds zwakker.

Er is weinig aanleiding om vanuit de PMI’s deze week een ander beeld te verwachten. Het Chinese groeitraject blijft dus een spannend verhaal. Dat op enig moment opnieuw onder de aandacht van financiële markten kan komen.

Van Lanschot maakt gebruik van cookies voor een goede werking van de site, voor tracking en voor het bijhouden van statistieken. Gaat u verder op de site? Dan stemt u erin toe dat wij cookies plaatsen. Lees meer over cookies bij Van Lanschot