Hoofdeconoom Luc Aben blikt vooruit - week 31

In juni herstelden de Amerikaanse arbeidsmarktcijfers fors van hun appelflauwte van de maand voordien. In die mate zelfs dat de Federal Reserve afgelopen week haar voorheen voorzichtige toon over de economische groei positiever draaide. De eerste inschatting van de Amerikaanse groei over het tweede kwartaal, vrijdag jongstleden, kwam dan ook als een koude douche. De groei kwam slechts op de helft van de verwachtingen uit. Gelukkig bleven de Amerikaanse consumenten wel stevig de knip trekken in het tweede kwartaal. En mede daarom zijn we niet echt bezorgd over de groeimisser.

VS

Vrijdag staan nieuwe arbeidsmarktcijfers op de agenda. Volgens de Fed is een maandelijkse banencreatie van 70.000 tot 150.000 stuks voldoende om de werkloosheid constant te houden. Naar verwachting zal het banencreatiecijfer weer rond de 180.000 stuks uitkomen over de julimaand. Ondanks de zwakker dan verwachte groei over het tweede kwartaal, ogen de eerder gemelde arbeidsmarktcijfers,  zoals bijvoorbeeld de werkloosheidsaanvragen, gewoon goed.

Vanmiddag moet het ondernemersvertrouwen uit de verwerkende nijverheid (ISM Manufacturing én de definitieve Markit PMI Manufacturing) duidelijk maken of de industrie het Amerikaanse economische plaatje wat kan aansterken. De industrie heeft geruime tijd tegenwind ondervonden van de sterkere dollar en de matige wereldconjunctuur. Hij kwam nog nauwelijks aan groei toe. Maar aangedreven door een binnenlandse groei-impuls (de sterkere consumptie) werden de berichten de laatste weken positiever. Vorige keer bleken bovendien de ‘nieuwe orders’, een sub-cijfer van de algemene ISM-score, de wind in de rug te hebben. Dat is vaak een goede voorspellende indicator voor de trend de maand erop.

Om de economische groei enigszins vast te houden, is de dienstensector echter meer dan cruciaal. Die vertegenwoordigt immers ongeveer 85% van de globale economie. Nog meer dan naar het vertrouwen uit de industrie, kijken we woensdag dus uit naar de ISM Non-Manufacturing. Op het eind van het tweede kwartaal verraste de score (zeer) positief. We gaan ook deze keer uit van een degelijk getal.

De volgende Fed-meeting staat eind september geprogrammeerd. Het blijft een dubbeltje op z’n kant of Yellen dan een tweede opwaarts rentestapje zet. Tot vorige donderdag leek het daarop. De inflatiedruk neemt langzaam toe en de arbeidsmarkt blijft stevig. Het groeicijfer over het tweede kwartaal vertroebelde vrijdagmiddag echter opnieuw het beeld. De komende tijd zullen vooral de arbeidsmarkt- en inflatiecijfers bovengemiddelde aandacht krijgen van de Fed. Verder zijn Amerikaanse aandelen relatief duur geprijsd. Wat hen kwetsbaarder maakt. De Fed is gevoelig voor eventuele nervositeit op beurzen. Ook door het onstabiele politieke klimaat (Amerikaanse verkiezingen, Brexit, referenda in Europa) en de zwakke mondiale groei zal de Fed extra op haar hoede blijven.

Europa

Met uitzondering van definitieve Markit PMI-cijfers oogt de Europese macro-agenda rustig deze week. In ieder geval qua aantal cijfers. Qua mogelijk vuurwerk is er wél iets te verwachten: de beleidsvergadering van de Bank of England (BoE) op donderdag.

Bank of England aan zet?

Vlak na het Brexit-refrendum besloten de Britse beleidsmakers hun kruit nog even droog te houden. Per saldo reageerden financiële markten namelijk beheerst op de referendum-uitkomst. Tegelijk werd de deur open gezet voor een spoedige renteverlaging en/of uitbreiding van de kwantitatieve verruiming. Die zouden er deze week best wel eens kunnen komen.  

Nu de eerste economische indicatoren de gevolgen van het referendum beginnen mee te nemen, blijkt er immers impact te zijn. Zo lag de groei in het tweede kwartaal weliswaar boven verwachting, maar dat was volledig te danken aan de maand april. De maanden mei en juni waren (zeer) zwak. Ook het vertrouwen van consumenten en ondernemers kreeg een dreun afgelopen maand.

Bij de ondernemers valt op dat vooral sectoren die eerder op de binnenlandse markt gericht zijn, voorzichtiger werden. Exportgerichte ondernemers putten wellicht moed uit het zwakkere Britse pond. Er zal de BoE dus veel aan gelegen zijn om de munt laag te houden. Wat dan weer een van de elementen is om inderdaad monetair ingrijpen te verwachten deze week.

China

Vanuit de cijfers voor het Chinese ondernemersvertrouwen (vanuit het officiële NBS en het private Caixin) verwachten we geen verrassingen. Beleggers zijn er stilaan ook aan gewend geraakt dat het allemaal wat minder is in China.

Het Caixin Manufacturing PMI-cijfer ging hoger in juli en zat wederom in de groeifase. De officiële NBS Manufacturing PMI-index bleef vlak liggen. Dit heeft te maken met een andere samenstelling van de twee indices. Caixin neemt veel meer kleinere, private ondernemers mee. Het officiële statistische bureau NBS baseert zich meer op grote staatsondernemingen. Die profiteren het meest van de overheidsstimuli. Komende woensdag krijgen we indicaties vanuit de Chinese dienstensector.

Dergelijke ondersteuning vanuit politieke en monetaire hoek zal nog wel enige tijd noodzakelijk blijken om de economie draaiende te houden. Of dit op langere termijn de fundamentele gezondheid van de economie ten goede komt, is een andere vraag. Een bedenking waar we het al meermaals over hadden.  

Van Lanschot maakt gebruik van cookies voor een goede werking van de site, voor tracking en voor het bijhouden van statistieken. Gaat u verder op de site? Dan stemt u erin toe dat wij cookies plaatsen. Lees meer over cookies bij Van Lanschot