Macrocijfers laten progressie zien

De Brexit zit nog vers in ons geheugen, maar we kijken met plezier vooruit. Zeker als we zien dat inkoopmanagers in de VS en binnen de eurozone hun vertrouwen in de nabije toekomst laten blijken. Dat de G20-ministers afgelopen weekeinde ook uitten.

Amerikaanse economie ligt er goed bij

De Amerikaanse economie ligt er momenteel goed bij. Die conclusie kan getrokken worden na de publicatie van de voorlopige inkoopmanagersindex voor de maand juli die onderzoeksbureau Markit afgelopen vrijdag openbaarde. De julistand bedroeg 52,9 indexpunten. Dat is beduidend meer dan de 51,3 indexpunten die we in de voorgaande maand zagen.

Afgelopen maand had Corporate America te maken met een sterke dollar, druk op de energiesector en met politieke onzekerheden in aanloop naar de presidentsverkiezingen. Toch, en daar wijst deze publicatie op, weet het Amerikaanse bedrijfsleven groei te realiseren. Dat is in onze ogen een duidelijk teken van kracht.

Dat zullen de knappe koppen van de Fed ook zien. Mogelijk dat hierdoor het verhogen van het belangrijkste Amerikaanse rentetarief - de Fed Fund Rate - weer op de agenda komt. Diverse economen zijn van mening dat dit zeker het geval is, anderen zijn hier nog niet zo zeker van. Feit is wel dat de Amerikaanse economie er goed voor staat. Dat de arbeidsmarkt prima functioneert en dat ook elders goede ontwikkelingen waarneembaar zijn.

Ook in de Amerikaanse olie-industrie. Volgens Baker Hughes is het aantal actieve productieplatformen voor de vierde achtereenvolgende week wederom gestegen. Dat zette vrijdag druk op de prijs van een vat Amerikaanse olie. Deze daalde met 1,3% tot $ 44,19.

Verenigd Koninkrijk in mineur

Niet alleen in de VS waren macrogeluiden hoorbaar. Ook in het Verenigd Koninkrijk en in de eurozone waren dergelijke geluiden hoorbaar. Daarbij moet wel gezegd worden dat de Britse inkoopmanagersindices - die van de industrie en van de dienstensector - het groeipad niet vonden. Beide indices bereikten in juli hun laagste stand sinds begin 2009. De gezamenlijke inkoopmanagersindex noteerde 47,7 indexpunten. In juni was dat nog 52,4 indexpunten. Brexit bedankt.

Maar de eurozone ‘bloeit’

In tegenstelling tot het Verenigd Koninkrijk steeg de inkoopmanagersindex voor de eurozone harder dan verwacht. De julistand van de index bedroeg 52,9 indexpunten, en dat is gezien de verwachte stand van 52,5 indexpunten een bemoedigend resultaat. Blijkbaar eten de inkoopmanagers op het Europese vasteland de Britse Brexitsoep niet zo heet als deze werd opgediend.

Ook Duitsland liet goede macrogeluiden horen. De officieuze inkoopmanagersindex voor de industrie bereikte in juli, met een stand van 56,8 indexpunten, een 27-maandshoogtepunt. Evenals in de VS is de Duitse arbeidsmarkt krachtig en stijgt de vraag. Het cijfer laat ons wederom duidelijk zien dat de eurozone-economie nauwelijks last heeft van de uitslag van het Britse referendum. In Frankrijk daarentegen weten inkoopmanagers geen richting te kiezen gezien de stand van de gecombineerde inkoopmanagersindex. Deze index hield in juli halt op 50,0 indexpunten.

G20 heeft vertrouwen in eigen kracht

Het mag inmiddels wel duidelijk zijn dat de financiële wereld de Brexit heeft verwerkt. Zowel in de VS als in de eurozone zelf kijken inkoopmanagers vooruit. Daarbij nemen zij zeker notie van de mogelijke gevolgen die de Brexit met zich mee brengt. Maar blijkbaar zijn er genoeg goede vooruitzichten. Dat is ook de conclusie van de G20-ministers, die dit weekeinde bijeen kwamen in China. In een toelichting op de bijeenkomst maakten zij duidelijk dat hun respectievelijke economieën sterk genoeg zijn om met de uitdagingen van de Brexit om te gaan. Een geruststellende gedachte.

Van Lanschot maakt gebruik van cookies voor een goede werking van de site, voor tracking en voor het bijhouden van statistieken. Gaat u verder op de site? Dan stemt u erin toe dat wij cookies plaatsen. Lees meer over cookies bij Van Lanschot