Hoofdeconoom Luc Aben blikt vooruit - week 28

Zorgen over Italiaanse banken, vastgoedfondsen die de uitgang op slot doen voor beleggers, het Britse pond in vrije val,… De fall-out van de Brexit neemt concretere vormen aan. Met nervositeit op financiële markten tot gevolg.

Gevolgen van Brexit openbaren zich…

Voor veel beleggers zijn er net iets te veel gelijkenissen met gebeurtenissen uit de afgelopen jaren. Zo bleek de sluiting van beleggingsfondsen ook in 2007 een signaal te zijn dat er iets grondig mis was. Een signaal dat toen aanvankelijk genegeerd werd. Dat zorgt er vandaag de dag voor dat de woorden ‘sluiting’ en ‘beleggingsfonds’ een angstige Pavlov-reflex veroorzaken.

Reddende hand van centrale banken nabij

Toch is de situatie niet helemaal vergelijkbaar. Een cruciaal verschil is namelijk dat ook centrale banken hun lesje geleerd hebben. Ze staan klaar met gigantische hoeveelheden liquiditeiten om, indien nodig, te hulp te schieten. Niet dat dat iets fundamenteels zou oplossen. De taak om meer duidelijkheid te scheppen, ligt vooral bij politici. Maar het voorkomt tenminste dat belangrijke financiële partijen omvallen, omdat andere spelers hen wantrouwen en niet meer durven te financieren.

Dunne macro-agenda voor eurozone

Voor het overige is het qua (Europese) economische data even blind varen. De meeste cijfers die momenteel naar buiten komen, dateren van voor 23 juni. Maar ook die zijn niet overtuigend. De wetenschap dat de ECB al begin juni ‘klaar’ was om meer monetair te stimuleren, zegt meer dan genoeg. Over zo’n twee weken zullen we de eerste ‘Brexit-besmette’ cijfers kennen en daar hebben we geen hoge pet van op.

Chinese groei zwakt licht af

Welgeteld vijftien dagen. Dat is de periode die het grootste land ter wereld nodig heeft om een cijfer te kleven op de economische groei van het afgelopen kwartaal. Deze snelle gang van zaken onderstreept misschien wel het Chinese gezegde van; er zijn kleine leugens, er zijn grote leugens en er zijn statistieken. Korrels zout zijn daarbij zeker aanwezig. Wellicht zal vrijdag blijken dat de Chinese economie met 6,5% op jaarbasis is gegroeid. Premier Keqiang vertelde al eerder dat het groeipercentage van het eerste kwartaal, 6,7% op jaarbasis, niet eenvoudig te handhaven is voor China.

De voorbije maanden injecteerden Chinese overheden massaal financiële middelen om de groei op het gewenste pad te houden. Rechtstreeks via de overheidsbegroting, en niet rechtstreeks via fors stijgende kredietverlening door staatsbanken. Infrastructuurwerken zijn een populaire bestemming. Ter illustratie: tegen 2020 wil China vijfhonderd nieuwe luchthavens bouwen. Deze plannen maken op hun beurt weer deel uit van een globaal investeringsplan met een grootte van $ 725 miljard.

Daarnaast zal vrijdag blijken - met de nieuwe cijfers over de detailhandelsverkopen - dat ook de binnenlandse vraag robuust blijft. Vooralsnog is dat echter onvoldoende om de economie als geheel op sleeptouw te nemen. De traditionele groeimotoren investeringen en export blijven voorlopig cruciaal.

Hierbij kan de export profiteren van een afkalvende wisselkoers van de renminbi tegenover de munten van de Chinese handelspartners. Woensdag mogen we nieuwe exportcijfers verwelkomen.

VS – robuuste macrocijfers houden aan

Vanuit de VS lijkt het economische weer op te klaren. We kregen afgelopen week sterke cijfers over zowel het ondernemersvertrouwen in de dienstensector als over de arbeidsmarkt. De uurlonen nemen op jaarbasis met 2,6% toe. We verwachten niet dat de lonen onmiddellijk door het dak zullen gaan. Daarvoor is de reserve aan arbeidskrachten die voorlopig aan de kant blijft staan nog net iets te groot. Maar zowel de banencreatie als de loonontwikkeling blijft doorgaan.

Deze week ligt het zwaartepunt van de cijfers opnieuw op vrijdag. Met verse inflatiecijfers en een stand van zaken rond de consument.

Naarmate de lagere olieprijs langzaamaan uit de inflatiecijfers wegebt, kruipt het Amerikaanse prijspeil hoger. Over vier maanden zal de impact van de herstellende olieprijs ten volle aan de oppervlakte komen. Tenminste, als een gevuld olievat rond de $ 50,- blijft kosten.

Wat dit allemaal betekent voor de Fed is nog even onduidelijk. Uit de jongste notulen van de vorige Fed-meeting blijkt dat de bestuurders zich toch wel zorgen maken over de internationale omgeving. Het Brexit-verhaal dus. In dergelijke context zullen de centrale bankiers wellicht niet al te snel tot nieuwe renteactie willen overgaan. Zelfs als de Amerikaanse arbeidsmarktcijfers en de inflatie dat strikt genomen zouden rechtvaardigen. Het zal dit jaar dus wellicht bij maximaal één nieuwe renteverhoging blijven, maar de kans op geen enkele verhoging neemt sterk toe.

De Amerikaanse particulier is niet geschrokken. Het vertrouwen blijft hoog, de detailhandelsverkopen degelijk. We verwachten eenzelfde beeld bij de nieuwe data over de maand juni.

Van Lanschot maakt gebruik van cookies voor een goede werking van de site, voor tracking en voor het bijhouden van statistieken. Gaat u verder op de site? Dan stemt u erin toe dat wij cookies plaatsen. Lees meer over cookies bij Van Lanschot