Hoofdeconoom Luc Aben blikt vooruit - week 26

Door de rook van de Brexitbrand heen, moeten we de bredere economische gevolgen proberen af te leiden. Zoals we reeds herhaaldelijk aanhaalden, speelt de politiek hier een centrale rol.

Het Verenigd Koninkrijk moet de andere EU-landen nu officieel op de hoogte stellen dat men de exit-onderhandelingen wil opstarten. Vanuit continentale hoek klinkt de vraag om dat zo snel mogelijk te doen. De Britten houden de boot af. Het ziet ernaar uit dat het minstens tot oktober zal duren voordat die officiële mededeling komt. Nadat premier Cameron zijn vertrek aankondigde, zijn er eerst een aantal interne politieke vraagstukken op te lossen. Het opstarten van de onderhandelingen is dan een taak voor zijn opvolg(st)er.

Hoewel achter dit uitstel ook politiek-strategische ‘spelletjes’ kunnen worden vermoed (het losweken van een aantal toegiften vanuit het ongeduldige Europa), is het vanuit economisch oogpunt misschien geen slechte zaak. Het geeft ruimte om de eerste emoties wat te laten bekoelen. Na de verrassende referendum-uitslag is het laatste wat we kunnen gebruiken immers onderhandelingen waarin die emoties het opnieuw winnen van de ratio. Dat zou op zowel de langere als de kortere termijn de economische impact uitdiepen. Voor het Verenigd Koninkrijk én voor de rest van Europa.

Voor de VS betekent de Brexit op korte termijn wellicht dat een renteverhoging door de Fed in juli van de baan is. Tenzij het eerstkomende arbeidsmarktrapport (volgende week vrijdag) de ontgoocheling van een maand geleden meer dan zou uitwissen. Maar dan nog. Financiële markten zullen nog wel enige tijd onrustig blijven. Iets waar de Fed zeer gevoelig voor lijkt. Mevrouw Yellen verwees er de voorbije maanden in ieder geval regelmatig naar om nieuwe opwaartse rentestapjes uit te stellen.

In Japan verhoogt de Brexit de kans dat de centrale bank alsnog verdere monetaire stappen neemt. Dit om de yen te verzwakken. Die ‘profiteert’ immers van de vlucht naar schuilplaatsen op financiële markten. Maar een sterke yen is het laatste wat de Japanse economie kan gebruiken.

Het slechtste wat kan gebeuren, is dat de politieke brand het Kanaal oversteekt. Opiniepeilingen wijzen op grote steun voor soortgelijke referenda in Frankrijk, Italië en Nederland. Op de vraag ‘zou uw land beter af zijn buiten de EU?’, antwoordt meer dan 30% van de Fransen ‘oui’. Bij de Italianen reageert 45% hierop met een ‘si’. In Nederland, na het Oekraïne-referendum het land dat door velen als de belangrijkste usual suspect wordt gezien in dit kader, lijkt de steun voor een Nexit zich te beperken tot ongeveer 20%. Anderzijds is dit het land met schijnbaar de grootste aanhang voor anti-Europese politieke partijen. Maar ook in Oostenrijk, Denemarken, Duitsland en Zweden scoort deze politieke familie behoorlijk.

Wat de financiële markten betreft, die openden vorige vrijdag dramatisch. Zoals verwacht. Het pond, aandelen en grondstoffen gingen meteen zwaar door de knieën. In de loop van de dag milderden de verliezen. Maar per saldo verwierf vrijdag toch een plaats op de lijst van de meest slechte beursdagen in decennia. Opvallend was dat Britse aandelen relatief beter standhielden, of in ieder geval minder daalden, dan de beurzen in continentaal Europa. Misschien omdat de politieke onzekerheid voor een stuk weg is: het VK gaat eruit, terwijl de politieke fall-out bij ons nog onduidelijker is. Maar wellicht verloopt de verklaring vooral via de wisselkoersen. De honderd belangrijkste aandelen op de Londense beurs, realiseren slechts 28% van hun omzet in het VK. De rest is export. En die kan profiteren van een lager pond.

Na de slechte beursopening, hebben wij onmiddellijk gereageerd met een lichte verhoging van onze aandelenposities. Een strategie die we de voorbije weken herhaaldelijk hadden aangekondigd: mocht het tot een Brexit komen, dan hollen we niet mee richting uitgang. We staan dan eerder op uitkijk naar opportuniteiten.

Niet dat we onmiddellijk verwachten dat alle stof snel gaat liggen. Maar om het in één beeld samen te vatten: het VK bestáát nog. Net als de handel tussen het VK en de rest van de wereld. Nogmaals, we rekenen op de politiek om het scheidingsproces rationeel op te pakken. Om tegelijkertijd met diezelfde ratio tegengas te geven aan de euro-sceptische politieke wind in de rest van Europa. Dat laatste is een van onze belangrijkste bezorgdheden.

Ondertussen draait de wereld echter door. Met deze week zelfs een drukke macro-agenda, los van de Brexit-perikelen. 

ECB staat klaar om in te grijpen

Samen met andere centrale banken, staat de ECB klaar om bijkomende liquiditeiten in het systeem te pompen mocht dat in bepaalde marktsegmenten nodig zijn na de Brexit. Dit is trouwens een belangrijke reden waarom wij deze gebeurtenis geen Lehman-moment vinden: het financiële systeem gaat hier niet op imploderen. Men is voorbereid.

Daarnaast is het geldbeleid al geruime tijd zeer ruim. Om de inflatie aan te jagen en de kredietgroei te stimuleren. Deze week krijgen we hierover nieuwe cijfers. Waarin we weinig verandering verwachten: een kredietverlening die zachtjesaan toeneemt, een inflatiebeeld dat laag blijft. Het is slechts de komende maanden dat de ietwat hogere olieprijs zal doorsijpelen in het algemene prijspeil.

Verder staan een aantal vertrouwensindicatoren vanuit de Europese Commissie op de agenda. Zowel voor de Europese consument als voor het bedrijfsleven. Het spreekt voor zich dat het Brexit-verhaal hier nog niet in vervat zit. We verwachten dan ook dat het vertrouwen het trage, maar gestage herstel van de Europese economie zal reflecteren.

Ondernemers aan zet in VS

In de VS is het uitkijken naar het ondernemersvertrouwen. Uit de dienstensector (Markit PMI Services) én uit de industrie (ISM Manufacturing).

Hoewel deze laatste index zeer belangrijk is, focussen we momenteel toch vooral op de dienstensector. Deze is immers sterker binnenlands gericht. Om de Amerikaanse economie op het juiste groeipad te houden, rekenen we vooral op binnenlandse dynamiek. Niet alleen de overkoepelende PMI-score zal hier van belang zijn. Zo peilt één van de onderliggende scores naar de verwachtingen van ondernemers over de arbeidsmarkt. Vorige keer was deze deel-index zwak. Wat zich reflecteerde in een ontgoochelende creatie van nieuwe banen gedurende de maand mei. Op zijn beurt was dat dan weer een aanleiding voor de Fed om voorzichtig te zijn met nieuwe renteverhogingen. Genoeg redenen dus om de temperatuur in de dienstensector in de gaten te houden.

Ook kijken we met meer dan gewone belangstelling uit naar de nieuwe gegevens over de persoonlijke uitgaven bij Amerikanen. Voor het belang daarvan verwijzen we opnieuw naar bovenstaand argument: de binnenlandse economische dynamiek.

En dan nog China

Tot slot is onze economische blik deze week op China gericht: ondernemersvertrouwen (PMI) in de industrie én de dienstensector. We gaan niet uit van verrassingen. Noch positieve, noch negatieve.

Van Lanschot maakt gebruik van cookies voor een goede werking van de site, voor tracking en voor het bijhouden van statistieken. Gaat u verder op de site? Dan stemt u erin toe dat wij cookies plaatsen. Lees meer over cookies bij Van Lanschot