Hoofdeconoom Luc Aben blikt vooruit - week 25

Hét event deze week is natuurlijk het Brexitreferendum. Na de schokkende moord op parlementslid Jo Cox, werd de campagne even stilgelegd. De kans op een Brexit, afgeleid vanuit de inzet bij bookmakers, viel daarop terug tot 31%. Na de dagen ervoor te hebben gepiekt op bijna 43%. Ook in de opiniepeilingen maakte het blijven-kamp (een deel van) de achterstand die het de voorbije twee weken opliep goed.

In het kielzog van die gedaalde Brexitkansen herstellen aandelenkoersen en het Britse pond enigszins. Toch blijft het in spanning afwachten op het uiteindelijke resultaat, dat vrijdagochtend vroeg verwacht wordt. We herhalen onze verwachting dat het VK uiteindelijk lid zal blijven van de EU. We zullen de komende dagen kort op de bal communiceren over onze visie.

Los van het Britse referendum is de macro-agenda deze week rustig.

Verbetert het Europees consumentenvertrouwen zich?

In het eerste kwartaal verraste de Europese groei positief. Onder meer dankzij de hogere uitgaven door de consument. Hoewel het consumentenvertrouwen zich nog steeds in de negatieve zone bevindt, verbetert het toch geleidelijk. Ook het nieuwe cijfer, later deze week, kan deze trend wellicht bevestigen.

Verder krijgen we donderdag een eerste inschatting van de nieuwe PMI’s (ondernemersvertrouwen) voor de eurozone. Zowel uit de industrie als uit de dienstensector. We verwachten geen grote verandering in het beeld: scores die in de groeizone blijven, maar die wijzen op een matig momentum in die groei.

Eind van de week geeft de Duitse IFO-indicator het vertrouwen bij Duitse ondernemers weer. Dat herstelde de laatste keer fors van de dip die we begin dit jaar zagen. Naar verwachting kan dit niveau worden vastgehouden. Een niveau dat overeenkomt met een economische groei van 1,5% op jaarbasis.

De ZEW-index tot slot, die het vertrouwen bij Duitse beleggers peilt, zou weleens last kunnen hebben van het Brexitsfeertje. Die ZEW is echter een volatiel cijfer. Met een niet al te sterke link met de gang van zaken in de reële economie.

Amerikaanse consumenten blijven aan zet

De Amerikaanse woningmarkt is al geruime tijd in goede doen. Nieuwe cijfers over de verkoop van zowel bestaande als nieuwe woningen kunnen dat deze week bevestigen.

Verder is het op de dag van het Brexitreferendum uitkijken naar de eerste inschatting van de Markit PMI Manufacturing over de maand juni. In het licht van het zwakke laatste arbeidsmarktrapport en de voorzichtige commentaren van Fed-baas Yellen, duiken er toch weer wat vraagtekens op rond de Amerikaanse groei. Ons uitgangspunt is dat de consument die uiteindelijk op een redelijk pad zal weten te houden. Maar het spreekt voor zich dat de afkoeling van de industrie dan niet al te fors mag doorzetten. Vandaar dat het belangrijk is dat zo’n PMI-cijfer zich in de groeizone blijft bevinden. Boven de 50 dus.

Bij de publicatie van het aantal orders voor duurzame goederen (publicatie vrijdag) is het vooral interessant om de onderliggende trend in de investeringsintenties van ondernemingen (nieuwe orders) af te leiden. De vorige keer bleek de lage appetijt voor investeringsgoederen aan te houden. Op korte termijn kan een hogere consumptie weliswaar compensatie bieden, opdat de algehele economische groei alsnog op peil blijft. Maar op iets langere termijn is de lage investeringsbereidheid van het bedrijfsleven een zorgpunt. Het verhindert immers een toename van de productiviteit in de economie. Naast de evolutie van de beroepsbevolking is dat de tweede belangrijke parameter om het groeipotentieel van een land vorm te geven.

Van Lanschot maakt gebruik van cookies voor een goede werking van de site, voor tracking en voor het bijhouden van statistieken. Gaat u verder op de site? Dan stemt u erin toe dat wij cookies plaatsen. Lees meer over cookies bij Van Lanschot